Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Wytze Patijn, een belerende rijksbouwmeester

Kopsuggestie:

Het afscheid van een lastige en

belerende rijksbouwmeester

– begin inleiding in kader –

Wytze Patijn is architect in Rotterdam. Hij was vijf jaar lang rijksbouwmeester-in-deeltijd bij de Rijksgebouwendienst. Deze maand neemt hij afscheid. Hij wordt opgevolgd door Jo Coenen.

De rijksbouwmeester brengt – strikt omschreven – adviezen uit aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Hij let op de kwaliteit van rijksgebouwen en dat kunnen paleizen, kazernes, ruïnes, monumenten en musea zijn. Stedenbouw valt er ook onder. Hij draagt architecten voor bij nieuwbouw en kijkt kritisch naar wat ze doen.

De rijkbouwmeester waakt over de smaak.

Toen de Catalaanse stedebouwkundige Joan Busquets een ontwerp maakte voor het terrein ‘De Appelaar’ in Haarlem waar een schouwburg, rechtbank, hotel en woningen zouden komen, ging rijksbouwmeester Wytze Patijn in de contramine. Hij beoordeelde het plan als ‘te vol en te expressief’ in de historische binnenstad van Haarlem en wilde er geen verantwoording voor dragen. De actie kostte de staat miljoenen aan voorbereidingskosten maar de rijksbouwmeester kreeg gelijk. Er werd een andere architect ingeschakeld.

De rijksbouwmeester is soms eigenwijs.

In  Berlijn ontwierp Rem Koolhaas het gebouw voor de Nederlandse ambassade. Hij wilde ook het woonhuis voor de ambassadeur, de residentie, voor zijn  rekening nemen. In een brief aan  de rijksbouwmeester schreef Koolhaas gebruik te willen maken van een ‘uitgelezen kans residentie en ambassade in één royaal gebaar samen te voegen’. Patijn oordeelde anders. De twee gebouwen in  Berlijn waren bedoeld als ‘exportartikelen van de Nederlandse architectuur’, schreef hij terug.

De ambassade was voor Koolhaas maar de residentie ging naar Jo Coenen. Daarmee wilde Patijn ‘de twee uiteinden van  het architectonisch spectrum aangeven’, staat in het herinneringsboek dat deze maand verschijnt

De rijksbouwmeester jut z’n collega’s op en is desnoods belerend.

Onder Patijn kwam er een nieuwe rijksprijs, de Zeven Pyramides. Niet alleen de architect maar ook de opdrachtgever kunnen daarmee worden geprezen. Want er is meer dan een mooi huis of gebouw. Tot het terrein van architectuur behoren ook infrastructuur, monumentenzorg en landschap. ‘Met de bekroning van excellent opdrachtgeverschap wordt een voorbeeldachtige werking beoogd. Er zijn opdrachtgevers die in brede zin kwaliteit weten te bereiken. Er zijn evengoed opdrachtgevers die anoniem werken en tot platvloerse uitwassen in de bouw komen. Door de eerste groep te lauweren bestaat de kans dat het peil over de hele linie valt te verhogen en dat gemeenten die nu weinig oog hebben voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving inspiratie putten uit winnende voorbeelden.’

De rijksbouwmeester steekt z’n vinger op naar de overheid zelf.

Een ministerie zet niet alleen maar een gebouw neer, ze doet ook een aanslag op de stad. Daarom moet eerst worden nagedacht over stedelijke vernieuwing en het stedebouwkundig concept.

De rijksbouwmeester laakt verkeerde zuinigheid.

De Rijksgebouwendienst zelf houdt bij projecten soms nauwelijks rekening met de gebruikers van het gebouw. Van hoog tot laag ontbreekt kwaliteitsgevoel en is sprake van karige interieurs. Patijn wilde meer aandacht voor interieurarchitectuur. Hij zegt: ‘Ik heb nu een heel aansprekend voorbeeld waar ik trots op ben. Ik heb voor het interieur van het nieuwe gebouw voor de Raad van State architecte Evelyne Merkx kunnen voordragen. De Raad van State is het hoogste college in Nederland. Een gebouw moet de uitstraling hebben die bij zo’n instantie past. In  het interieur wordt het gebouw waar gemaakt.’

Interieurs in Nederlandse overheidsgebouwen zijn sober en karig, weet Patijn. Als hij het Catshuis bezoekt heeft hij last van ‘plaatsvervangende schaamte’. De verkleurde tegels aan de wand, interieur uit 1960. ‘Nederland op z’n smalst. Hetzelfde zie je in het paleis op de Dam. Het heeft niet zo zeer met geld te maken maar met aandacht.’

De rijksbouwmeester is lastig en neemt zelf initiatief.

Toen voor de Meerpaal in Dronten – een eigentijds monument van Frank van Klingeren – het einde nabij leek, onderhield Patijn het gemeentebestuur. Hij wilde bezinning op sloop en herbouw en bereikte dat er een Meerpaal-nieuwe-stijl werd teruggebouwd.

Hij hoorde bij toeval dat de vaarweg tussen Harlingen en Lemmer in de komende acht jaar wordt aangepast en vernieuwd. Bruggen worden groter, het landschap verandert. Door zelf handelend op te treden wist Patijn te bereiken dat er toezicht kwam op de kwaliteit van (landschaps)architecten die worden ingeschakeld.

De rijksbouwmeester beschikt over fantasie

Patijn propageert in gesprekken en adviezen de dubbeldekswegen waarvoor Rijkswaterstaat plannen heeft gemaakt. ‘Heel leuke ideeën maar ze blijven maar in de la liggen. Hetzelfde geldt voor huizen en terrassen boven snelwegen. Ik zit in een jury voor een prijsvraag over de snelwegwoning. Minister Pronk heeft daar moeite mee, hij vindt verkeer en mobiliteit negatief. Ik zeg, je moet van de nood een deugd maken. Waarom niet delen van de stad rondom en over wegen heenbouwen? Ik blijf van mening dat Nederland niet vol is maar natuurlijk is het zo dat in de komende tijd de vraag om ruimte zal blijven toenemen. Daar moet je je op voorbereiden.’

En de laatste jaren was de rijksbouwmeester zijdelings, met enige spijt verbetert hij ‘slechts zijdelings’ betrokken bij de Vijfde Nota voor de Ruimtelijke Ordening.

– einde inleiding in kader –

(begin verhaal)

Remkes is zelf verantwoordelijk voor
de middelmaat van de Vinex-huizen

onderkop:

De vijfde nota als uitkomst van een
belangenstrijd van departementen

door Rudie van Meurs

-> begin intro <-

Wytze Patijn fietst. Lange tochten op een ligfiets. En op een fiets zie je Nederland anders. Op een dag reed hij door Drenthe. Een provincie met een eigen karakter, nederige huizen, smalle wegen, bomengroepen in een ingehouden landschap. Ineens ziet hij een  ‘joekel van een bedrijfsterrein’ dat er kort geleden nog niet was. ‘Ik schrok daar heel erg van, ik dacht hoe kan dat nou. Zo’n joekel van een terrein in zo’n kleinschalige provincie.’

-> einde intro <-

Patijn zegt hoopvol: ‘Reken maar dat Jan Pronk erop uit is zulke ontwikkelingen te beperken.’

Al drie jaar geleden riep het ministerie van economische zaken dat de ruimte opraakte. Nederland is vol?

Patijn: ‘Welnee. De mensen van economische zaken ervaren de beperkingen, die worden aangebracht in de sfeer van landschapsbescherming en ruimtelijke ordening, als een zo’n grote beperking dat ze zéggen dat ze nergens meer terecht kunnen. En die houding heeft tot gevolg dat overal bedrijfsterreinen worden aangelegd. Die economische mensen praten steeds maar over belemmeringen van de ontwikkeling. Daarom duurt het ook zo lang voor de vijfde nota verschijnt. Pronk is lastig in die gesprekken. Hij is een klassiek politicus, hij wil gewoon processen reguleren, dingen beschermen en zorgen dat sommige zaken gebeuren. Die onderhandelingen over de vijfde nota zijn één groot spel van allerlei belangen.’

Als rijksbouwmeester is Patijn ‘zijdelings’ betrokken bij de vijfde nota, bijvooorbeeld bij ontwerp-teksten. De laatste maanden is er over die teksten vooral overleg geweest met provincies en regionale bestuurders. De minister van VROM, Jan Pronk, schrijft delen van de nota zelf en dat is de reden dat iedereen met spanning de definitieve tekst tegemoet ziet.

Hoeksche Waard

Minister Pronk, zegt Patijn, heeft in sommige opzichten z’n ‘oud-linkse-lijn’ behouden. Dat demonstreerde hij bijvoorbeeld in de Hoeksche Waard, het Zuidhollandse eiland waarover al jarenlang discussies woeden. Groen  blijven of  verstedelijken. De rijksbouwmeester zelf  is voorstander van ‘behoedzame verstedelijking’ en ziet de Hoeksche Waard als ‘test-case voor de vijfde nota’.

Pronk wil daar niets van weten. Hij wil dat de Hoeksche Waard de status krijgt van nationaal landschap, met grote nadruk op het open karakter van het gebied. Een groene long in het verstedelijkte en geïndustrialiseerde Rijnmond.  Patijn constateert met spijt: ‘De minister voelt helemaal niets voor een behoedzame ontwikkeling. Hij zegt, de Hoeksche Waard moet blijven zoals die is. Geen kassen, geen verdere verstedelijking, niets. Blijf met je handen van de Hoekse Waard af. Maar ik denk, je moet niet ineens alle kruit verschieten en zo scherp inzetten op de Hoeksche Waard. Stel je prioriteiten. Je kan zulke dingen beter hard zeggen over andere waarden, zoals de Alblasserwaard, de Krimpenerwaard en Vijfheerenlanden. Daar valt nog wat mee te beginnen. Anders krijg je een herhaling van het Groene Hart. Daarover woeden heel symbolische discussies maar overal waar je in het Groene Hart bent zie je gebouwde ontwikkelingen.’

Patijn vindt dat een ‘romantische kijk op het landschap het gevaar in zich draagt van verstarring’. Een landschap kan je niet stilzetten. Hij vraagt zich af of de Hoeksche Waard gediend is met de status van nationaal park want er zijn nou eenmaal andere waarden in het spel, zoals de groei van de mobiliteit, de behoefte aan bedrijventerreinen en het verplaatsen van kassen uit het Westland.

Pronk heeft overigens al in de onderhandelingen met het ministerie van economische zaken moeten instemmen met honderd hectare bedrijventerrein in de Hoeksche Waard, ten oosten van de nieuwe Hogesnelheidslijn. En later kunnen daar andermaal nog een flink aantal hectares bijkomen aan de noordrand, dichtbij Rotterdam. Patijn: ’Het zelfde wat in het Groene Hart gebeurt zie je ook in de Hoeksche Waard gebeuren.’

Als de Vijfde Nota er eenmaal is zal de rol van de rijksbouwmeester overigens worden teruggebracht tot die van toeschouwer. Patijn zegt: ‘De nota wordt gezien als een uitgangspunt voor processen en scenario’s. Andere en lagere overheden zullen de ideeën moeten uitvoeren. Ik had gerekend op een actievere inbreng van de ontwerpers. Mijn opvatting dat wij, als ontwerpers, zelf plannen moesten maken sprak Pronk aan. Maar de Rijksplanologische Dienst was het daar niet mee eens. Die zei wij zijn als overheid alleen maar met bestemmingen bezig. Wij geven alleen maar aan dat daar wel gebouwd mag worden en ginds niet. Daar komt industrie, daar woningen en daar natuur. Maar we zijn niet bezig met de vorm. Nee, antwoordde ik, je moet als overheid verder gaan. Je moet gewoon met plannen komen en analyses maken. Dat is mij niet gelukt. Ik bedoelde dat als je ontwikkelingen overlaat aan technici en civiel-ingenieurs, er een heel eenzijdig beeld ontstaat.’

Patat en cola en Vinex

Een treurig voorbeeld van eenzijdigheid zijn voor Patijn de Vinex-woningen die in honderdduizenden aantallen op vijftig plaatsen in Nederland worden gebouwd. Hij noemde die ooit een voorbeeld van ‘makelaarsarchitectuur’ – architectuur teruggebracht tot de buitenkant, met accent op overdadige aankleding van het uiterlijk en minieme aandacht voor de vormgeving binnenshuis. Woningbouw voor de middenklasse: ‘Makelaars weten precies wat verkoopt omdat ze hetzelfde gisteren verkocht hebben. Dat leidt tot eenvormigheid die ik patat-en-cola-cultuur noem. De markt werkt nivellerend zowel voor architecten die in hun vrijheid beperkt zijn als voor de mensen die in de Vinex-huizen gaan wonen.’

Half oktober kwam staatssecretaris J.W.Remkes van Vrom ook ineens tot de ontdekking dat sprake is van ‘grote middelmaat’in de Vinex-wijken. Patijn  is not amused over de bekentenis van de autoriteit.

Hij zegt: ‘Wat me bijzonder stoort is dat het ministerie dat zelf beleid heeft gevoerd nu net doet of die middelmaat het gevolg is van het verkeerde beleid van anderen, van gemeenten, van verkeerde architecten en verkeerde ontwikkelaars. De verantwoordelijkheid ligt immers in de eerste plaats bij de rijksoverheid zelf. Op de directie Volkshuisvesting van het ministerie van Vrom hebben ze echt boter op hun hoofd als ze zeggen dat de lokale overheden en lokale bouwpartijen het fout hebben gedaan. Nee, het rijk heeft zelf de randvoorwaarden vastgesteld. Het rijk heeft slappe en vrijblijvende convenanten gemaakt zonder kwalitatieve eisen te stellen. Het rijk heeft gezegd zoveel woningen moeten er komen zonder te praten over variaties in het programma. Het rijk had als eis moeten stellen: geen voorzieningen? Geen scholen? Geen openbaar vervoer?  Dan krijg je ook geen toestemming om te bouwen. Maar dat heeft het rijk niet gedaan.’

Scherpe breuk

De rijksbouwmeester herinnert aan hoe het begon. In het begin van de jaren negentig verscheen ineens een lijst compleet met ingekleurde plaatjes waar de lokaties voor Vinex moesten komen. Onmiddellijk begonnen projektontwikkelaars een goldrush. Eigendom van grond betekende immers het recht te mogen bouwen.

Er was sprake van een scherpe breuk met het verleden. Afscheid van volkshuisvesting en sociale woningbouw. Afscheid ook van een periode waarin de centrale overheid stuurde en de spelregels bepaalde.

Patijn vergeleek die omslag eens met de overgang in de oostbloklanden van communisme naar kapitalisme. Daar gebeurden toen gekke dingen, net als op de Vinex-lokaties in Nederland.

Gekke dingen?

Patijn: ‘Gekke dingen in de zin dat snelle jongens die op geld uitzijn hun slag sloegen. Dat werd veroorzaakt door de naïviteit van de rijksoverheid en dat zet tot op de dag van vandaag door. Ik ken diverse wethouders onder wie diverse VVD-ers, die zeggen wij kunnen als overheid onze rol niet goed vervullen omdat de particuliere partijen die de grond hebben ons dicteren. In de decentralisatie en het terugdringen van de rol van de overheid zitten natuurlijk ook een paar positieve kanten. Puur architectonisch kwam er meer kwaliteit. Maar het probleem is dat de oude diehards uit de periode van het centrale overheidsdenken nu ineens de mensen zijn die hoog opgeven over de terugtredende overheid. Daar klopt natuurlijk niets van. Ik kom mensen uit de liberale hoek tegen die over de rol van de overheid veel zinniger dingen zeggen als mensen die altijd heel erg aan de kant van de centrale overheid hebben gestaan maar nu, door het kerende tij, ineens een heel ander verhaal vertellen. Ik heb dat eerder gezien. Linkse mensen die ineens kapitalistisch moesten gaan denken. Dat gaat nooit goed. Ze hebben het idee dat het er meer toedoet. Ze zijn onbegrensd. Liberalen zijn in die omstandigheid veel scherper. Die zeggen om te regelen wat ik als overheid wil bereiken moet ik de zeggenschap over de grond hebben.’

Architectuurnota

De vijfde nota zal eind december verschijnen. Twee maanden eerder kwam de Architectuurnota uit en en die droeg in niet geringe mate het stempel van Wytze Patijn. Ontwerpers, zo staat geschreven, moeten een grotere rol krijgen bij de inrichting van Nederland om zo de architectonische en ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Het publieke karakter van architectuur moet weer centraler komen te staan. Negen grote projekten op gebied van architectuur en ruimtelijke ordening moeten die filosofie gaan bewijzen. Negen projekten als voorbeeld hoe het moet: rijkswegen; reconstructie van zandgebieden; de deltametropool; het eigen huis, als correctie op het monotone Vinex-beleid;de nieuwe Hollandse Waterlinie; een nieuwbouwprojekt van twee cultuurdiensten in de binnenstad van Amersfoort; de openbare ruimte; de zuiderzeelijn en het nieuwe Rijksmuseum. De verbouw van het Rijksmuseum zal een kleine half miljard gaan kosten. Veel? Patijn zegt: ‘Altijd dat getob over geld. Een kruispunt van Rijkswaterstaat kost ook een half miljard. Een tunnel voor de Hoge Snelheidslijn een heel miljard. Op dat vlak zijn we gewend met een grand project om te gaan. Op cultureel gebied hebben we dat minder. Bij het Rijksmuseum heb ik echt moeten sturen om te voorkomen dat verkeerde keuzes werden gemaakt op financieel en budgettair terrein. Regelmatig schreef ik Rik van der Ploeg, let daarop en pas op dat het daar niet verkeerd gaat. Voor 250 miljoen gaat het gewoon niet, schreef ik hem. Ik weet precies wat er gebeuren kan, dan moet er nieuw auditorium komen, dan nieuwe installaties vanwege het vocht en voor je het weet is het gebouw het kind van de rekening. Om goede architectuur te bereiken moet je je heel druk met allerlei randvoorwaarden bezig houden.’

Architectuur van de ruimte, architectuur voor iedereen –  dat moet de slogan worden. Het is aarzelend begonnen met de Betuwelijn en de Hoge Snelheidslijn. Als het aan Patijn ligt kan straks niemand meer om de ontwerper,architect en landschapsarchitect heen.

Patijn: ‘Ik vond het leuk dat Rik van der Ploeg bij de presentatie van de Architectuurnota zei dat die een prikkeling inhield voor de Vijfde Nota. Jammer alleen dat de nota-wonen van Remkes nog eerder was. Daar staan een aantal heel liberale en veel te vrijblijvende dingen in.’

Polderpers