Visioenen van ‘Le Weekend’ -HET WASSENDE WATER
HERWIJNEN, dinsdagmiddag twee uur – Een harde wind uit het zuiden stuwt het bruine water van de Waal tegen de dijk voor het huis. Venijnige, korte golven lopen stuk tegen de rij wilgen die voor de teen van de dijk staan.
Nooit eerder stonden ze zo diep. Tussen de onrustig bewegende vloed en de kruin van de dijk resteert nog een ruimte van anderhalve meter. De oude Gelzing heeft me vaak verteld hoe hij in 1926, hurkend op de glooiing van de dijk, zijn handen in het water kon wassen. Zo hoog staat het nu nog niet. Het water aan de buitenkant staat gelijk met de dakgoot van het huis. Ik vrees niet. Zelfs de sterke wind zal de golven niet over de dijk kunnen jagen. De dijk is hier breed en sterk, met een berm waarop het huis staat. Maar elders, twintig kilometer hoger bij Opijnen trilt de dijk en vijf kilometer lager bij Dalem is de laatste dertig jaar niets aan het onderhoud van de dijk gedaan. Als de dijken daar breken zal de polder in de Tielerwaard vijf meter onder water komen te staan en is ook het huis op de berm niet meer veilig.
Een man van de vrijwillige brandweer komt het pad af naar beneden en overhandigt met ernstig gezicht een formulier van de gemeente. Is dit de aankondiging tot vertrek? Goddank, de brief gaat nog alleen in op maatregelen die eventueel genomen kunnen worden. ‘Bedenk van tevoren waar u eventueel heen kunt. Ga na wat u mee wilt nemen. Bespreek met de buren of u elkaar kunt helpen.’ Nuttig denk ik, maar niet voor mij. Ik heb al met de rooie Ton overlegd en met Piet de Duif, met de Punter en de Kiene. Zal het water, bij een doorbraak, ook de berm bedekken? Of zal het over de lage komgronden in de polder naar Gorcum stromen, waar een onnadenkend gemeentebestuur op de laagste plaats van de Tielerwaard een nieuwe stadswijk bouwde? Niemand heeft dit ooit meegemaakt en niemand weet wat er kan gebeuren.
Maar nog geen oproep tot evacuatie. Om drie uur, zo belooft het polderdistrict Culemborger- en Tielerwaarden, zal worden bekendgemaakt of we wel of niet weg moeten. Het wordt halfvier. Nog geen bericht.
Zaltbommel is al ontruimd en is nu een spookstad aan de zuidkant van de Waal. Huizen en cafés gebarricadeerd met zandzakken, verlaten straten en met zwart landbouwplastic toegedekte ramen. Gisteravond en de afgelopen nacht waren er surrealistische taferelen van mensen die in allerijl de stad verlieten, in auto’s beladen met kisten en kasten. Op de provinciale weg stonden aan weerskanten kilometerslange files. Urenlang kropen auto’s met gedoofde lichten centimeter voor centimeter verder. Bussen met oude mensen uit bejaardenhuizen, auto’s met gezinnen, smal en bleek weggetrokken, tractoren en veeauto’s geladen met koeien. De rotonden geblokkeerd en de uitvalswegen van Zuilichem, Nieuwaal en Zaltbommel bezet. Kleine aanrijdingen, gespannen automobilisten. En daartussendoor vluchtelingen op de fiets met kinderen of ouders achterop. In de berm hurkten mensen neer om hun behoefte te doen. Angst en paniek. Le Weekend in de Bommelerwaard.
Het is vier uur. Nog heeft het crisisteam geen besluit genomen over evacuatie. In het dorp snelt het gerucht van huis tot huis. Mensen beginnen te ontruimen en de koorts slaat over. De supermarkt en de winkel van de bakker zijn leeg, deels door voorzorgsmaatregelen en voor een ander deel door de hamsterwoede van de mensen. Er heerst vertwijfeling. Is het voldoende om de spullen van beneden naar boven te brengen? Of zal het water, als het komt, de huizen bedekken?
‘Als u niet tijdig het huis kunt verlaten,’ vervolgt de brief van het gemeentehuis, ‘zoek dan een ruimte die voldoende hoog gelegen is. Maak door middel van een witte vlag bekend waar u bent en bied zo nodig onderdak aan anderen.’ Ik heb dat eerder meegemaakt. Witte vlaggen, kolkende watermassa’s. In 1953, meer naar het westen. Maar toen hadden we een halfuur en nu bereiden we ons al drie dagen voor op het onbekende.
Om halfvijf komt het bericht, het is voorlopig nog een dringend advies. Alle mensen uit de Tielerwaard moeten vertrekken. Nu nog vrijwillig, straks op bevel.
Vrij Nederland, van 04 februari 1995