Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Stedenbanden zijn goed, zolang ze de positie van het bedrijfsleven maar versterken

De vele kleine pogingen om in Moermansk en San Carlos een beter samenleving te vestigen

Rondom het cultuurcentrum d’Oosterpoort wordt alles nieuw. Vierkante gebouwen in rode baksteen op de Veemarkt. Hoge glazen puien aan de Oosterhaven. Dan ineens daartussen in, als een kruimel die van de tafel gevallen is, een klein vervallen winkelpand. Binnen ruikt het naar vocht en gaskachels. Het interieur is vooral zuinig, met kleine nauwe gangetjes en een ouderwetse keuken. Alleen de computers zijn nieuw. Dit is het Groninger hoofdkwartier voor internationale samenwerking. Het kantoor stedenbanden.

In een snoevende promotiefolder zegt burgemeester Jacques Wallage dat noordelingen niet van ‘snakken'(opscheppen) houden. Daar is ook geen enkele reden voor.
In het kantoor stedenband zetelen de stichtingen Groningen-San Carlos en Groningen-Moermansk. De twee coördinatoren zijn de enige betaalde krachten. Ze hebben beiden een halve baan. Zo nu en dan komt iemand met een Melkertbaan I langs. Soms is er een stagiaire, een gepensioneerde vrijwilliger of een huisvrouw/-man. Het kantoor wordt betaald door de gemeente die ook de porto, de telefoon en de stroom voor haar rekening neemt. Bovendien ontvangen de stichtingen beide een aktiviteitensubsidie van tien mille. In totaal doneert Groningen haar idealisten – die van de stedenbanden benevens die van de wereldwinkel, het vredesinformatiecentrum en het centrum voor internationale samenwerking – een totaal bedrag van f 212.000. Iets meer dan een gulden per inwoner. ‘De wethouder zelf noemt het liefdewerk-oud papier’, zegt coördinator Rudy Kapsenberg.
Toch gaat Groningen door als lichtend voorbeeld voor hoe het hoort binnen internationale samenwerking. Kort geleden nog roemde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten(VNG) de stad omdat zij als eerste een nota heeft vastgesteld waarin het doel van de internationale activiteiten wordt vastgelegd. Dat doel valt het best te omschrijven als de terugkeer naar de aloude koopmansgeest: ‘Ook in Nederland gaat men steeds meer inzien dat lokale overheden, beter dan de centrale overheid, in staat zijn om een brug te slaan naar concreet beleid en de implementatie daarvan. Wij willen ons op dit terrein actiever opstellen, enerzijds kunnen we bijdragen aan de opbouw en versteviging van democratische structuren, anderzijds kunnen deze internationale activiteiten de positie van het noordelijk bedrijfsleven aanzienlijk versterken.(…) Stedenbanden beschikken over kennis van economische actoren in de zustersteden en kunnen het Groninger bedrijfsleven beter inzicht geven in de economische mogelijkheden.’

 

In Groningen vallen stedenbanden onder het promotiebeleid. Dat werkt goed. Zelfs in de Chinese miljoenenstad Tianjin wordt de naam genoemd. Groningen is de schaamte voorbij om te durven erkennen dat internationale samenwerking ook de belangen van de eigen stad en de eigen bevolking kan dienen. Een scheepswerf in het noorden profiteert al van de contacten. Het museum en de architectuur in de stad worden in wederzijdse ontmoetingen geprezen als wonderen van de vooruitgang. Er is een speciaal blikje gemaakt om de Groninger koek te promoten. En er wordt ruiterlijk toegegeven dat het leveren van technische assistenten héél bevorderlijk is voor een goed personeelsbeleid. Zo komen ambtenaren tenminste nog eens ergens. Maar zodra het om solidariteit en ontwikkelingsprojekten gaat is de gemeente Groningen redelijk gierig. Dan maakt ze vooral goede sier met stedenbanden die wordt gedragen door een handvol klassieke wereldhervormers uit de tijd toen de politieke verhoudingen nog op scherp stonden. Dan zit Groningen voor een dubbeltje op de eerste rij.

Voortaan, zo bericht de nota, zullen vier ijkpunten van toepassing zijn bij internationale samenwerking: het stimuleren van ontwikkeling; het bevorderen van mondiale bewustwording; het bevorderen van de belangen van de Groninger gemeenschap en het bijdragen aan een goed personeelsbeleid.
Maar het mag allemaal niet te veel kosten.

Meer geld nodig

Frank Steensma is belast met het promotiebeleid van de stad, de imago-beïnvloeding. Daar valt internationale samenwerking onder. Hij houdt kantoor in een dubbel beveiligd, stralend gebouw van de bestuursdienst, dichtbij de Groote Markt. Hij beheert een budget van vijfentwintig mille maar is ook niet tevreden: ‘Internationale samenwerking heeft bij de gemeente een niet al te hoge prioriteit. Dat komt omdat het weinig oplevert. Er zijn grotere en uitdagender problemen die voorrang krijgen. De nieuwe noordrand, de magneettrein, Groningen-groeistad. Als we meer internationaal willen doen is echt veel meer geld nodig.’
Groningen heeft tien stedenbanden. Vier daarvan kunnen onmiddellijk worden vergeten. Ze dateren soms van vlak na de oorlog (Newcastle upon Tyne) toen Groningen een vriendschapsband met de bevrijders aanging. De relaties met Oldenburg, Odense en Graz stellen evenmin nog iets voor. Ze kosten niets, leveren nauwelijks iets op. Maar stedenbanden opzeggen doe je niet, dat is niet ‘hoffelijk’ zegt Steensma: ‘Omdat ze geen problemen opleveren zeg ik, laat maar.’
De banden met Tallinn(Estland) en Zlin(Tsjechië) dienen vooral kennisuitwisseling op de gebieden welzijn, ruimtelijke ordening en beheer van de stad. De projekten worden voor bijna honderd procent gefinancierd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten(VNG). In de relaties met de oost-Europese steden gaat het ook om ontwikkelingssamenwerking. Zo ontving Tallinn als schenking twee afgeschreven brandweerauto’s van de Groninger brandweer en een dito sneeuwschuiver van de gemeentereiniging. De contacten met Zlin worden vooral onderhouden door de stichting integratie gehandicapten Groningen-Zlin.
Dan bestaan nog relaties met Tianjin uit de volksrepubliek China en Katowice in Polen, die vooral een economische invalshoek hebben met ‘positieve gevolgen voor het Groninger bedrijfsleven’.

Betere samenleving

Blijven over twee stedenbanden die het hart en het geweten van Groningen raken – althans de enige die volgens de beleidsnota van de gemeente ‘een concrete en zinnige bijdrage leveren aan een betere samenleving’.
De stedenband Groningen-San Carlos en de stedenband Groningen-Moermansk. Eerst de laatste en de succesvolste. Opgericht vanuit de relikwieën uit de jaren tachtig en daarvoor. Toen Groningen nog een rode stad was met een programcollege en een eigen Raspoetin (bijnaam van de toenmalige wethouder Max van den Berg). Er een vredesplatform, een vredeswinkel, een solidariteitsbeweging voor de derde wereld, een vereniging dienstweigeraars bestonden en het Interkerkelijk Vredesberaad(IKV) onder leiding van Ben ter Veer nergens zo sterk was als hier. Vanuit de vredesbeweging werden contacten gelegd met het toenmalige Oost-Duitsland dat DDR werd genoemd. Rudy Kapsenberg: ‘Jaarlijks hadden wij ontmoetingen met dienstweigeraars in de DDR. Op een bepaald ogenblik ontstond discussie binnen het IKV over andere vormen van contact. We kenden de ervaringen van kort na de tweede wereldoorlog toen tussen steden en groeperingen in Frankrijk en Duitsland vredesbanden ontstonden. Dat idee wilden we weer vorm gegeven. Er bestonden in de jaren tachtig wel veel stedenbanden maar die hadden nauwelijks inhoud. Burgemeesters gingen over en weer een glas wijn bij elkaar drinken, muziekcorpsen werden uitgewisseld en er waren voetbalwedstrijden. Wij wilden stedenbanden die gericht waren op vrede en solidariteit.’
De eerste poging om een vredesband met Rostock te smeden en zo gemakkelijker contact te krijgen met dienstweigeraars mislukte. De Stasi was tegen. Daarop werd de aandacht gericht op de Sowjet Unie zelf. In Moskou bestond een organisatie die zich bezig hield met het tot standbrengen van stedenbanden. Dat bureau werd geleid door een kosmonaute, de eerste vrouw die in de ruimte was geweest. Kapsenberg: ‘We dachten, wie kan beter contact met haar leggen leggen dan Wubbo Okkels. Hij heeft toen een brief van ons meegenomen en die persoonlijk in Moskou aan zijn collega overhandigd. De reactie kwam heel snel: kom maar met een voorstel. Het was een fantastisch begin.’
Het vredesplatform dacht eerst aan Riga en Kalinigrad. De gemeente Groningen dacht mee, vond een stedenband met een stad in de Sowjet-Unie sjiek. Bovendien was de toenmalige burgemeester Jos Staatsen een reislustig man. Die legde de ideeën van het vredesplatform voor aan Louwrens Hacquebord, hoogleraar aan het Arctisch Instituut in Groningen. Hacquebord adviseerde onmiddellijk Moermansk, ‘want dan kan ik onderzoek doen op Nova Zembla’. Spoedig daarna reisden de hoogleraar, de burgemeester, de directeur sport en welzijn van de gemeente Groningen Pieter Westra en Rudy Kapsenberg naar Moermansk. Tweehonderd kilometer ten noorden van de poolcirkel met toen nog driehonderdduizend inwoners (dat aantal gaat snel achteruit) en een ijsvrije haven. De stedenband werd gevormd, Hacquebord mocht Nova Zembla bezoeken en zag de restanten van het Willem Barents huis. En een paar maanden later viel de muur. Kapsenberg: ‘Als we dat allemaal van te voren geweten hadden waren we natuurlijk veel eerder aan die stedenband begonnen.’

Crisis in bestuur

De stedenband Groningen-Moermansk werd opgezet om de oost-west dialoog te stimuleren. De band tussen Groningen – San Carlos in Nicaragua werd opgezet uit solidariteit en met het doel ontwikkelingssamenwerking tot stand te brengen. Muriël Duindam is coördinator. Weer voert het spoor terug naar burgemeester Jos Staatsen. Die ontving in 1986 de toenmalige burgemeester van San Carlos op tegenbezoek en hij vroeg haar wat ze als cadeau wilde van Groningen. Ze wilde graag een stedenband. San Carlos ligt afgelegen in het zuiden van Nicaragua. Vanuit de hoofdstad Managua bestaat voornamelijk desinteresse voor de provinciestad en omdat Groningen meende op dezelfde manier bejegend te worden vanuit Den Haag, klikte het meteen. Het was in de tijd dat Frente Popular van de Sandinisten nog aan de macht was. Hoe succesvol was de stedenband Groningen – San Carlos? Niet zo bijster. Economisch kwam niets tot stand omdat er in Nicaragua niets valt te verdienen. Er zijn de afgelopen zomer zes Nicaraguaanse schilders in Nederland geweest in het kader van een kunstuitwisselingsprojekt. De uitgaven voor de tickets zijn nog steeds niet gedekt. Er lopen, op eigen kosten, regelmatig studenten van de Hanzehogeschool Voeding en Diëtetiek en van de HBO-opleiding verpleegkundigen stage in San Carlos. Ze hebben er de tijd van hun leven. Via workshops wordt gepoogd het voedingspatroon en de gezondheidszorg van de mensen in San Carlos te veranderen. Maar het opzetten van vrouwenorganisaties, waarop de activiteiten gericht zijn, verloopt moeizaam.
Problematisch verloopt ook het markt- en boulevardprojekt, bedoeld om de stad via de bouw van een pier en steigers een toeristische attractie te geven en de marktkooplieden een betere staanplaats. Helaas zijn de laatsten ‘eigengereid’ en is het moeilijk hen te overtuigen van het algemeen belang. En de gemeente San Carlos zelf wilde betonnen palen in plaats van houten. De plannen, zegt Muriël Duindam, zijn inmiddels al ‘honderd keer aangepast.’ Op kosten van SNV Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie werd er een technisch assistent gestationeerd. De VNG nam de verantwoordelijkheid op zich voor het projekt. De gemeente Groningen stuurde specialisten op het gebied van ruimtelijke ordening naar San Carlos. Vier, vijf andere zustersteden spanden zich via het Europese West-Oost-Zuidprogramma in voor het projekt. Maar nog altijd is heel weinig gerealiseerd. Toen kwam nog een extra moeilijkheden met het gemeentebestuur dat in een crisis verkeert. Uit de nieuwsbrief van stedenband Groningen-San Carlos van vorig jaar: ‘ In november bleek een deel van het geld voor de bouw van de pieren verdwenen te zijn. Er werden allerlei schuldigen aangewezen. De burgemeester was voor practisch niemand aanspreekbaar. Er bleek bovendien niet genoeg geld te zijn om de salarissen uit te betalen, waardoor mensen wegmoesten die aan het pier-projekt werkten. Er werd gesjoemeld met vergunningen waardoor andere gemeenteambtenaren in de gevangenis belandden. De SNV-medewerker werkte als hoofd van een niet meer bestaand team. Begin 2000 kon een harde afspraak met de burgemeester worden gemaakt over teruggave van het geld en werd in Nederland besloten verder te gaan. We gaan er vanuit dat het zal lukken.’ Muriël Duindam zegt: ‘In het begin van het bestaan van de stedenband bestonden prettige relaties tussen het Sandinistische bestuur in San Carlos en Groningen. Toen, in 1996, kwam er een liberaal bestuur en dat maakte er een potje van. Dat deed niets aan het onderhouden van de stedenband. Het maakte het werk van de stedebouwkundigen onmogelijk. Alles stagneert.’

Weerbare samenleving

De stedenband Groningen-Moermansk verloopt evenmin florissant. Rudy Kapsenberg zegt: ‘Het gemeentebestuur van Moermansk met wie wij een stedenband hadden opgebouwd, was na twee jaar verdwenen. De huidige burgemeester is nationalist, een patriot. Hij vindt al die relaties met het westen niet nodig. Rusland is een supermacht, zegt hij. We gaan onze eigen weg en inmenging van buitenaf is ongewenst. In maart gaat de Groninger wethouder René Paas van internationale betrekkingen voor het eerst na jaren weer naar Moersmansk om daar politieke gesprekken te houden.’
De stedenband richtte zich dan ook vooral op contacten met burgers en met middelbare scholieren. Ben ter Veer, ooit voorzitter van het IKV, later voorzitter van de stedenband Groningen-Moermansk en samen met Rudy Kapsenberg de drijvende kracht achter het projekt, schreef vorig jaar: ‘(Burger)oorlogen ontstaan niet primair omdat volkeren elkaar niet begrijpen of de pest aan elkaar hebben. Ze ontstaan omdat politieke stromingen en politieke leiders van historisch gegroeide gevoelens van haat en minachting gebruik maken voor hun eigen doeleinden en de betrokken maatschappijen daartegen onvoldoende weerbaar zijn. Wil je vanuit gemeenten iets aan gemeentelijke internationale samenwerking doen dan moet je een bijdrage leveren aan de opbouw van een verantwoordelijke weerbare samenleving in eigen land en andere landen. In de stedenband Groningen-Moermansk en die bijvoorbeeld tussen Nijmegen en Pskov hebben de doelstellingen in de loop van de tijd zich in die richting ontwikkeld.’

Met vallen en opstaan kwamen de afgelopen tien jaar projekten voor opvang van gehandicapte kinderen tot stand; campagnes tegen alcohol- en drugsverslaving; een vrouwencrisiscentrum; een programma psychiatrisch patiëntenrechten en een gezondheidsprojekt. Er bestaan contacten tussen Groninger en Moermanske kerken. Er wordt intensief gereisd. Door jeugdhulpverleners, ambtenaren, bestuurders en vertegenwoordigers van de Groninger Raad van Kerken die een hulpactie op touw zetten tegen tuberculose die in Moermansk jaarlijks veel slachtoffers eist. Sinds kort beschikt de stedenband over een eigen Bureau Groningen in Moermansk, van waaruit de hulp en solidariteit efficiënt kan worden georganiseerd. De gemeente Groningen betaalt ruim twintig mille mee in de kosten.
Aan het bevorderen van de belangen van de Groninger gemeenschap wordt eveneens voldaan. Dankzij de stedenband heeft het bedrijf Radio-Holland uit Appingedam – gespecialiseerd in communicatie tussen schepen – wekelijks contact met Moermansk en levert apparatuur. Een scheepsbouwer uit Delfzijl zag de laatste jaren de klandizie uit Moermansk groeien. Rozenkwekers uit het Westland zetten – op idee gebracht door de stedenband – pootmateriaal uit in kassen in Moermansk die als bloemen worden verkocht. De Moermansk Shipping Company vervoert tegen een gereduceerd tarief medicijnen en afgeschreven rolstoelen vanuit Nederland naar Rusland. Stemt dat alles tot tevredenheid?
Rudy Kapsenberg zegt: ‘Ik denk dat Groningen in vergelijking met andere gemeenten veel doet. Maar ze doet niet genoeg. Die nota internationale samenwerking die de gemeente vorig jaar heeft aangenomen, verdient eigenlijk een onvoldoende. Er staat met wat andere woorden precies hetzelfde in als de nota die tien jaar geleden uitkwam. Er zit geen enkele groei van ideeën in. Ik zou willen dat voor beide stedenbanden hier nu eens een full-time coördinator wordt aangesteld. Dat we steun krijgen van een professioneel secretariaat en van ambtenaren. Alles gebeurt nu met vrijwilligers. We hebben duizend donateurs. We krijgen soms wat geld van de Gasunie, het fonds van de Hazewinkels en het Anjer-fonds. We krijgen soms geld uit nationale en internationale fondsen zoals Tacis en Matra. Ik wil ons niet op de borst kloppen. Dankzij de stedenbanden met Moermansk en San Carlos is Groningen in die delen van de wereld een begrip geworden. De dialoog die we wilden is tot stand gekomen. Maar er zijn nog zoveel andere mogelijkheden. De Europese Unie wil iets in Moermansk ondernemen. En de gemeente Groningen zou veel meer kunnen doen. Het is jammer dat het niet gebeurt.’

B&G-magazine, maart 2001

Polderpers