Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

‘De ontploffing van een atoomfabriek in de Oeral’

Aan het eind van de jaren vijftig ontplofte in de Oeral een atoomfabriek. Meer dan dertig jaar wisten de Russen de geheimzinnigheid rondom de explosie te bewaren. Eindelijk hebben zes Sowjet-wetenschappers alsnog verslag gedaan aan het Internationaal Atoomagentschap(IAEA). Nu blijkt dat na een half mensenleven nog altijd minimaal 20. 000 hectare grond levensgevaarlijk terrein is. Bovendien wordt duidelijk dat niet alleen de Russen, maar ook het westen, Engeland en de CIA er alle belang bij hadden dat de wereld onbekend bleef met de ramp.

Het gaat niet alleen om de beschrijving van een catastrofe. Het is ook het verhaal van manipulatie van gegevens. Zo wordt in de documenten van de CIA, die als gevolg van de ‘wet op de vrijheid van informatie’ tenslotte moesten worden vrijgegeven, in 1957 gesproken van een ‘lichtflits’ die de hemel tot in de verre omtrek verlichtte. De lokale Russische kranten in de provincie Chelyabinsk in het zuiden van de Oeral die hun nieuws gedicteerd krijgen door partijbonzen, houden het aanvankelijk ‘op een zeer ongewoon verschijnsel van het Noorderlicht. ‘ De CIA is evenwel op de hoogte van ‘een enorm aantal gewonden’ in de ziekenhuizen. ‘Veel van hen lijden aan de gevolgen van radio-activiteit. ‘
Twee jaar later – in 1959 – ontvangt de CIA van een andere ‘bron’ uit de Sowjet-Unie nieuwe informatie over het ongeluk: ‘Alle winkels in Kamensk-Oeralskiy die melk, vlees en andere levensmiddelen verkochten, werden gesloten. Twee dagen later werden per trein en vrachtauto nieuwe voorraden aangevoerd. Het voedsel werd onmiddellijk vanaf de voertuigen verkocht aan de rijen wachtende mensen, die herinnerden aan de ernstige voedselschaarste gedurende de tweede wereldoorlog. In de straten toonden mensen een hysterische angst voor onbekende, geheimzinnige ziekten. ‘
Er komt steeds meer informatie over de mysterieuze ramp in de Oeral. Reizigers, emigranten, overgelopen Sowjet-agenten berichten over voedsel dat vernietigd wordt, water dat vergiftigd is, mannen die steriel en impotent worden, grote oppervlakten land waar auto’s alleen op topsnelheid doorheen mogen rijden. Met dode grond, dorpen die afgebroken en begraven zijn.
Op 1 mei 1960 wordt boven dit gebied een Amerikaanse U-2 – een geavanceerd spionagevliegtuig dat op 21 km hoogte vliegt – neergeschoten. De piloot Gary Powers wordt gevangengenomen.
Bekend wordt dat de Amerikanen al veel langer met U-2’s het Oeral-gebied verkennen, fotograferen en in kaart brengen.
Kortom, als maar iets van de reputatie van de CIA klopt, dan had de Amerikaanse geheime dienst een perfect kadastraal overzicht van het rampgebied in bezit.
Maar als kranten in die dagen de CIA om reactie vragen wordt gezegd dat er weliswaar een ongeluk is gebeurd in een atoominstallatie van het Russische leger, maar dat de gevolgen vrij snel onder controle waren. Nog in 1982 publiceert het Amerikaanse instituut ‘Los Alamos National Labatory’, dat onderzoek doet op grond van gegevens van het CIA, ‘dat nooit een explosie heeft plaatsgehad. ‘ Er is alleen wat slordig omgesprongen met radioactief afval. Kernenergie maakt in de jaren zestig en zeventig snel furore als een wonderbaarlijke, onuitputtelijk bron van voorspoed. Niemand van de autoriteiten in de Verenigde Staten is er bij gebaat die mythe met alarmerende verhalen over catastrofes te verstoren.

De naar Engeland uitgeweken dissident en biochemicus dr. Zhores Medvedev publiceert in 1976 een boek met gegevens over de kernramp in de Oeral. Later doet hij uitvoeriger onderzoek en concludeert dat kernafval is geëxplodeerd in een opwerkingsfabriek. Het gevolg is honderden doden, vele gewonden en grootscheepse evacuaties uit de besmette gebieden. Volgens Medvedev is er alleen al aan cesium en strontium (dat kanker veroorzaakt in het beenderengestel) ‘miljoenen curie aan radioactiviteit vrijgekomen. ‘
Als een spaanse furie vallen de autoriteiten en deskundigen over hem heen. De voorzitter van de Britse commissie voor atoomenergie Sir John Hill, noemt de bevindingen van Medvedev ‘onzin’, ‘zuiver science-fiction’, ‘beweringen ontsproten aan fantasie’. Nee, als er al iets gebeurd is zo meende Sir John Hill, dan is ergens zwak radioactief afval gedeponeerd – zoals dat ook in Engeland en andere landen gebeurt.
Het onderzoek van Medvedev komt voor Engeland op een uiterst ongelukkig tijdstip. Juist zijn plannen gepubliceerd voor de bouw van een nieuwe opwerkingsfabriek in het badplaatsje Windscale – dat later, door alle ongure publiciteit, zal worden omgedoopt tot Sellafield. Een paar jaar eerder, in 1973, heeft zich in de oude fabriek in Windscale een ernstig ongeluk voorgedaan waarbij 35 arbeiders radioactieve besmetting opliepen. Sir John Hill heeft al zijn overredingskracht nodig de bevolking gerust te stellen. Publikaties als die van Medvedev brengen onrust en vergroten de argwaan.
Ook de CIA ondergraaft de lezing van Medvedev. Amerikaanse en Europese kranten citeren medewerkers van de Amerikaanse geheime dienst die zeggen dat de beweringen niet deugen, er is geen sprake geweest van een explosie. En in eigen land zegt de deskundige van het Energie Centrum Nederland drs. B. Verkerk – die op dat moment nog goede hoop heeft dat de Nederlandse regering meer kerncentrales zal gaan bouwen – dat de ‘miljoenen’ curie die zouden zijn vrijgekomen ‘een onmogelijk getal’ is.
Het is het oude verhaal. De boodschapper van het onheil wordt verdacht gemaakt, is ‘niet deskundig’, een ‘querilant’ die de anti-kernenergiebeweging in de kaart speelt. De deskundige opereert het succesvolst onder een onwetend publiek. Verhalen over ongelukken verstoren de droom.

Maar nu, na 32 jaar, geven zes Russissche wetenschappers alsnog een officiele lezing van het drama. Er was wél een explosie in een opwerkingsfabriek; er kwamen wél miljoenen curie vrij; er was wél sprake van een grootscheepse evacuatie, maatschappelijke ontwrichting, vernietiging van voedsel. En nog altijd zijn duizenden hectaren grond onbruikbaar door gevaarlijke besmetting. Het rapport is vorige maand, onder verantwoordelijkheid van de Russische onder-minister voor ‘civiele- en militaire atoomindustrie’, Boris V. Nikipelov, gepubliceerd. Het internationaal bureau voor atoomenergie (IAEA) in Wenen heeft het verslag toegezonden aan de regeringen van de aangesloten landen. De ‘openhartigheid’ van de Sowjets is vanzelfsprekend het directe gevolg van het fenomeen ‘glasnost’. Maar de publicisten komen er eerlijk voor uit dat zij ook de kans schoon zien om via informatie over de gebeurtenissen ‘de bevolking gerust te stellen’. ‘De negatieve houding tegenover atoomenergie die zich in sommige lagen van onze bevolking manifesteert, kan verklaard worden uit onzorgvuldige informatie. Dat verontrust ons. ‘
In de Sowjet-Unie is de laatste tijd – na de ramp in Tsjernobyl -sprake van sterke oppositie tegen kernenergie. In verschillende delen van het land worden plannen voor bouw van kerncentrales en atoominstallaties niet uitgevoerd door groeiende kritiek en verzet.
Terloops vertellen de zes Russische atoomdeskundigen in hun verslag hoe gebrekkig in het begin van de nucleaire geschiedenis hun kennis was en hoe groot de risico’s. ‘In de jaren, onmiddellijk volgend na de tweede wereldoorlog, werd een militaire installatie gebouwd in de zuidelijke Oeral om een volstrekt nieuw type kernwapen te produceren dat nodig was voor de verdediging van ons land. Met een waarlijk heroïsche en bovenmenselijke inspanning, onder buitengewone omstandigheden, werd het nucleaire schild opgericht. Gedurende de eerste jaren was geen ervaring beschikbaar en was ook niet bekend hoe de produktie de omgeving, het milieu en de gezondheid van de arbeiders kon verstoren. Het gevolg was dat delen van het gebied rondom het nucleaire militaire projekt in de jaren vijftig besmet werden. ‘
Het verslag gaat dan verder over de eerste grote ramp in de geschiedenis van de atoomindustrie: ‘Op 29 december 1957 had een zeer ernstige radioactieve besmetting plaats als gevolg van een ongeluk. Door een fout in het koelsysteem in de opwerkingsfabriek, explodeerde kernafval. Er kwamen radioactieve stoffen in de atmosfeer die zich later in delen van de provincies Chelyabinsk, Sverdlovsk en Tyumensk verspreidden. ‘
Er ontstond een radioactieve wolk met een lengte van 300 kilometer en een breedte van bijna tien kilometer. Er kwamen twee miljoen eenheden Curie aan radioactiviteit vrij – vooral strontium. Onmiddellijk nadat de radioactieve pluim was overgetrokken, was het stralingsniveau 150 millirem per uur. Om de ernst daarvan te verstaan, kan het best het ‘Besluit Stralingsbescherming’ worden genoemd dat in Nederland geldt en dat uitgaat van een acceptabele norm van 100 millirem per jaar(!). Er staat in dat besluit van februari van dit jaar een uitzondering. In periodes van grote rampen mag de grens naar 500 millirem per jaar en zelfs kan – in de periode van doomsday – de norm op 5000 millirem per jaar worden gesteld, als maar nooit een totale straling van meer dan 25. 000 millirem in een mensenleven wordt gehaald. In de Oeral stonden de mensen rondom het militair-nucleaire rampgebied, bloot aan 3600 millirem per dag. En een week aanwezigheid betekende dat de norm van Nederland, 25. 000 millirem, was bereikt.
Tenminste honderden mensen hebben dagenlang in de gevarenzone doorgebracht. Volgens het rapport van de zes Russische wetenschappers werden ‘binnen zeven tot tien dagen’ zeshonderd mensen geëvakueerd ‘uit de ernstigst besmette gebieden. ‘ In de achttien maanden die daarna volgden werden nog eens tienduizend mensen naar andere gebieden in de Sowjet-Unie overgebracht. Zij woonden in een strook van duizend vierkante kilometer rondom het gebied van de explosie. Maar eigenlijk, zo valt uit het verslag op te maken, strekte de gevarenzone zich uit tot een gebied van 5000 vierkante kilometer. Daarin wonen nog eens tienduizenden mensen die niet geëvakueerd werden en die jarenlang aan radioactieve besmetting werden blootgesteld. Die gebieden werden in de jaren na de ramp gefrequenteerd door ‘medische brigades’ die de mensen leerden hoe ze zich via ‘persoonlijke hygiëne’dienden te beschermen tegen straling. De teams namen eigen verbouwd voedsel in beslag, probeerden tot een grote schoonmaak-actie te komen (die mislukte) en onderwierp de lokale bevolking aan streng regime van controle en herhaaldelijk medisch onderzoek.
In de provincie Chelyabinsk werd 59. 000 hectare grond tot verboden gebied verklaard voor de landbouw. De besmette bovenlaag werd ondergeploegd ‘tot een diepte van meer dan vijftig centimeter’ en bij stukjes en beetjes kreeg de grond haar landbouwfunctie terug. Er verrezen speciale staatsboerderijen die vee fokken en varkensvoer produceren. Maar nog altijd ligt in Chelyabinsk 20. 000 hectare braak en is verboden gebied. In de provincie Sverdlovsk maakte de radioactieve wolk 47. 000 hectare onbruikbaar. In het rapport van de wetenschappers is onduidelijk of dit terrein wel of niet weer in gebruik is.
Medvedev berichtte over honderden doden en de CIA-rapporten uit die tijd spreken van een groot aantal gewonden in ziekenhuizen. Volgens ooggetuigen die later naar het westen overliepen, werden na de catastrofe speciale eskaders gevormd, bestaande uit zwaar gestrafte gevangenen, die het rampgebied ingingen voor de eerste schoonmaak. Over dat alles staat in de officiële lezing van de ramp van de zes Russen geen woord. Zij doen vooral hun best om de explosie te verklaren. Zij stellen in de eerste plaats gerust. Zij komen tot de slotsom dat er geen ‘significant verschil is tussen de bevolking die wél en die niét heeft blootgestaan aan bestraling. ‘ Ze concluderen tenslotte: ‘In de Sowjet Unie – net zo als in de hele wereld en ook in de strook in de Oeral die getroffen is door de radioactieve wolk – stijgt het sterftecijfer als gevolg van kwaadaardige tumoren. Maar dat is de consequentie van een algemene verslechtering van de ecologische situatie in de wereld. ‘ Zo wordt de glasnost verheven tot een deugd. Kernenergie kan nauwelijks kwaad.

Eigenlijk, zo valt uit het rapport te lezen, heeft de Sowjet-Unie oneindig veel van het drama in de Oeral geleerd. ‘Al het wetenschappelijk onderzoek dat vanaf 1957 gedaan is, stelt ons nu in staat een lange-termijn prognose te maken over de gevolgen van het ongeluk in Tsjernobyl en aanbevelingen te doen om de negatieve consequenties te verminderen. ‘
In de Oeral kwamen twee miljoen curie vrij. In Tsjernobyl ging het om vijftig miljoen curie. In de Oeral gebeurde de ramp bij koud weer en sloeg de radioactieve wolk neer in de onmiddellijke omgeving van de plaats van de ramp. In Tsjernobyl was nog een geluk bij een ongeluk dat het warm was, de radioactieve wolk tot grote hoogte steeg en zich over een enorme, grensoverschrijdende oppervlakte verspreidde. Bij de ramp in de Oeral kwam vooral veel strontium vrij omdat het om betrekkelijk ‘oud’ kernafval ging uit een kerncentrale die naast de opwerkingsfabriek stond. Bij het ongeluk in Tsjernobyl ging het vooral om nuclides als jodium en cesium.
Er is dan ook geen vergelijk mogelijk, net zo min als ‘prognoses’ en ‘aanbevelingen’ gedaan kunnen worden uit de ervaringen van de Oeral. Kort geleden werd bekend dat rondom Tsjernobyl andermaal honderdduizend mensen zullen moeten worden geëvakueerd omdat de deskundigen de gevolgen van de ramp hebben onderschat. De verhuizing zal dertig miljard gulden gaan kosten. De Sowjet-republiek Wit-Rusland dreigt aan de nieuwe operatie failliet te gaan.
En het laatste bericht luidt dat autoriteiten rondom Tsjernobyl ervan beschuldigd worden, artsen opdracht te geven de plotselinge toeneming van het aantal kankergevallen niet toe te schrijven aan de ramp met de kerncentrale. In de Oeral is daar al ervaring mee opgedaan. Daar krijgt de ‘algemene verslechtering van het milieu’ de schuld.

Vrij Nederland, mei 1989

Polderpers