Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Hoofdstuk 52 Een wit silhouet steeg op

Jammer dat het maar zo kort duurde. Vanachter het huis, uit een hoek waar die maar zelden zit, woei een dunne wind die alsmaar tintelende lucht aanvoerde die in je gezicht prikte, je longen binnendrong en je helder en sterk maakte. Het opwindendste op zulke dagen is om op de dijk in de wind te gaan staan, met je gezicht naar de kale, witte polder die in de verte afgegrensd wordt door populierenbosjes en de door sneeuw toegedekte kleibult rondom het fort, en dan te proberen hoe lang het duurt voor de aanstromende vrieskou je de adem afsnijdt en je ogen zo doet tranen dat je niets meer kan zien.
Op een nacht vroor het 23 graden. Ik weet het nog zo goed omdat ik de avond ervoor – of eigenlijk was het al nacht – over het pad achter de griend naar de rietput was gelopen. Ik wilde weten of ik een paar nachten eerder echt had gezien wat ik toen dacht te zien. Het had al een paar keer hevig gesneeuwd. Door de wind was de sneeuw hier en daar tot meer dan een meter hoog opgewaaid. Langs de slootkanten lagen kunstig gevormde sneeuwwallen die het pad langs de griend twee keer zo breed maakten. Ik had de hond thuisgelaten omdat ik niet wilde dat ze dit landschap zou bederven, maar vooral omdat ik niet weer, zoals die paar nachten geleden, gestoord wilde worden bij wat ik dacht toen te zien.
Als het een paar weken lang echt koud is, zo bedacht ik, verandert alles ingrijpend in de polder. Al een paar dagen had ik bij de voederplank achter de jasmijn drie, vier roodborstjes gezien. Dat is onder normale omstandigheden onbestaanbaar, omdat elk roodborstje een eigen gebied heeft waar soortgenoten niet komen. De ganzen die in de griend thuishoren, waren zich ineens veel zelfbewuster gaan gedragen alsof ze zich volstrekt thuisvoelden in de sneeuw. Overal werd het geluid gedempt en was de stilte intens. Het leek alsof de ganzen die met hun gakken niet wilden verstoren. Ineens kon het gebeuren dat vijf, zes meter voor je uit een haas uit de sneeuw opveerde en geschrokken door z’n eigen verlate reactie nog even bleef zitten om dan op het laatste moment weg te rennen.
Als alles zo anders wordt, waarom zou dan die waarneming van een paar nachten geleden niet kunnen kloppen? Toen ik het aan anderen vertelde, hadden die eerst ongelovig gereageerd en later gezegd dat ik te veel fantasie had en interessant wilde doen. Misschien, dacht ik, waren ze gewoon jaloers.
Eigenlijk leek het helemaal geen nacht. Het was volle maan en rondom de maan hing een grote nevelvlek die door de witte aarde oplichtte en bijna fluorescerend werd. De polder leek een beetje op een voetbalveld onder kunstlicht. Uit de schoorsteen van het huis aan de dijk dat ik zo juist had verlaten steeg een grijze rookkolom loodrecht omhoog. Een rokende schoorsteen in een winterlandschap is zo ongeveer het mooiste wat er is.

De voorbereidingen om het vuur te laten branden beginnen eigenlijk al een jaar eerder. Dan worden er wilgen geknot, het hout op meters gezaagd en worden stapels aangelegd. Na ongeveer een jaar is het sap in de takken opgedroogd en is het geschikt als brandhout. Je moet het dan nog wel klein zagen en klieven, maar dan wordt ook waar wat Daan zegt dat je van hout stoken drie keer warm wordt: de eerste keer van het knotten, de tweede keer van het zagen en ten slotte als het in de kachel wordt opgestookt. Maar soms ga ik naar buiten om te genieten van de rook die uit de schoorsteen komt. Dat geeft dan nog een ánder warm gevoel.
De laatste meters naar de rietput legde ik bijna sluipend af, bang dat de knerpende sneeuw de stilte zou verstoren. Een paar nachten geleden had ik hier gedachteloos rondgestapt, niets vermoedend van de verrassing die me zou overkomen. De hond was me vooruitgerend en terwijl ik half struikelde over een onder de sneeuw bedolven broeieind (een oude boomstronk) zag ik plotseling boven de put iets omhoogstijgen. Ik dacht eerst aan omhoog warrelende sneeuw waarover schaduwstrepen van rietstengels vielen. Toen hoorde ik een geluid dat het midden hield tussen blaffen en krijsen. Ineens boog de witte wolk af naar rechts en verdween tussen het rijshout in de griend.
Ik kon die nacht bijna niet slapen, steeds moest ik denken aan wat ik nooit eerder had gezien. Toen ik de andere dag bedacht wat het waarschijnlijk was geweest durfde ik mezelf niet te geloven.
Toen volgden een aantal nachten waarin het zo hard sneeuwde dat het geen nut had om weer naar de rietput te gaan. Eigenlijk, zo bedenk ik ineens, had ik jullie feilloos kunnen voorspellen wanneer de winter zou beginnen. Het was een paar dagen na de middag dat boven het huis aan de dijk honderden, nee wel duizenden ganzen in V-formatie overtrokken. Ze vlogen zo laag dat je soms tijden lang het geruis hoorde van de op- en neergaande vleugels, soms overstemd door een luid gegak waarmee ze – denk ik altijd – de ganzen uit de griend wilden meelokken. Maar dat is hun nog nooit gelukt. Ze vlogen over de rivier naar het zuiden. Drie weken later kwamen ze terug. Een paar dagen voor de Elfstedentocht zou worden gehouden. Niemand wist toen nog dat die niet door zou gaan. Ik had het kunnen weten, maar wie zou nu een dijkbewoner geloven? Toch zeg ik dat overvliegende ganzen betrouwbaarder zijn dan het KNMI.
Ik stond nu tussen de opgewaaide sneeuw langs de put. Het was nog steeds doodstil en de nacht lichter dan ooit. Toen klapte ik snel drie keer in de handen. Even gebeurde er niets. Ineens kwam er beweging in het midden van de put. Een wit silhouet steeg op. Nu zag ik het beter. De statige vlucht had iets van een buizerd maar dit dier was groter. Veel groter. De witte veren met hier en daar zwarte strepen, het boze geluid dat iets had van een schel geblaf. En nu zag ik ook de kop. Ik heb geen getuigen maar voor mij was het onmiskenbaar. Ik had de sneeuwuil gezien.

Polderpers