Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Hoofdstuk 50 De roep van de ganzen

Ineens was het hard gaan vriezen. Wekenlang hadden vluchten ganzen heen en terug over de rivier gevlogen. Ten slotte zo moedeloos van alle twijfels dat ze vergaten mooie linies te vormen. Soms als ze laag over het huis vlogen, hoorde je hen overleggen of ze boven de rivier zouden blijven of naar beneden gaan, verder naar het zuiden. De boeren bekeken dit getreuzel met argwaan. Elke keer als de ganzen rustten in de waard, aan de rand van het water, mopperde Peer dat er niets voor de paarden overbleef. `Drie ganzen,’ zei hij, met een zorgelijke blik over de uiterwaard, `drie ganzen vreten net zoveel als één koe. Die beesten maken me arm.’
En ’s avonds schoot Kees z’n broer, van wie ik altijd rondom Kerst twee eenden en een haas krijg, zijn jachtgeweer af in de lucht om de ganzen te verjagen. Hij zal ze niet doodschieten. Kees is een onverschrokken kerel met lange wilde haren die wapperen in de wind als hij met de tractor over de dijk rijdt. Een moderne Absolon. Maar je kan met hem praten. Toen hij vorig jaar zomer een nest met eksters uit de hoge populier in de griend wilde schieten omdat die beesten jonge haasjes roven, heb ik een half uur voor die brutale vogels gepleit.
`Eksters,’ zei ik, `zijn zo energiek, zo vrolijk. Elke ochtend zijn ze het eerst van alle vogels in de weer. Ze kwetteren, ze zijn levenslustig, ze maken de somberste dag dragelijk.’ Kees bekeek me een beetje spottend, toen liet hij zijn geweer zakken, stapte in zijn landrover en reed naar de polder om zijn vaarzen te tellen.
Kees schiet ook geen ganzen, want kolganzen en rotganzen zijn beschermd. Maar hij schiet ze vooral niet omdat ze niet te eten zijn. De grauwe gans van wie de drie tamme witte ganzen die al jarenlang de griend bewaken, familie zijn, kan wel dertig jaar oud worden. Het vlees van die beesten is taai en tranig. Dus hij volstaat met ze te verjagen.
Op een avond een paar dagen geleden aarzelden de ganzen niet langer. Plotseling zag ik ze heel zelfverzekerd in vlekkeloze V-formaties over het huis koers zetten naar het zuiden. De vlucht duurde meer dan een uur, zoveel ganzen gingen voorbij. En terwijl ze met hun brede regelmatig bewegende vleugels het geluid van een zachte bries maakten – soms overstemd door een hoog piepgeluid van vleugels die niet helemaal goed leken te scharnieren, gakten ze luid alsof ze de mensen wilden waarschuwen. Want als de ganzen gakken houdt de winter op met kwakken.
Een dag later rook ik een frisse tinteling van naderende vorst uit het oosten. Het gras en het hier en daar al opkomende speenkruid maakten, als je erover liep, zacht knerpende geluiden, alsof ze statisch geladen waren.

Toen ik ’s nachts om drie uur thuiskwam uit de stad, zag ik op het bouwland achter de griend de lichten van de tractor van Peer. Wekenlang had de regen het land onbegaanbaar gemaakt, maar de invallende vorst deed de grond snel opstijven. Ideaal om nu te ploegen. Het ging zo snel dat de volgende dag alleen nog maar geploegd kon worden met twee tractors achter elkaar. Alle boeren gingen het land op. Want pas geploegde aarde waar de vorst overheen komt valt in kleine stukjes uiteen. Al het vuil, onkruid en larfjes van insecten die ’s zomers ziekten onder het gewas kunnen brengen, vriezen kapot. De vorst doet ongeveer hetzelfde wat de ganzen doen die op de waard rusten en fourageren. Die vreten het onkruid weg, maken het grasland schoon van afval en bemesten het met goede ganzestront. `Vorst en ganzen, die maken de natuur schoon,’ zei ik tegen Peer en Kees. Ze lachen weer hun spottend lachje.
Janus, rooie Willem, de Kiene, en de schoonzoon van de timmerman vallen me nu al wekenlang lastig over de hoop stalmest achter de schuur in de griend. Die ligt er al drie jaar en minstens vijf keer is er de vorst overheen gegaan. Zulke mest is een weldaad voor het land, iedereen is er verzot op. Janus wil ze voor een habbekrats weghalen, maar ik ben niet vergeten dat hij me vorig jaar het dubbele voor een paar kuub hout liet betalen. En rooie Willem krijgt ze ook niet, want hij pikt alle stukjes grond aan de dijk in voor zijn schapen. Thijs, de buurman, heeft de mest afgedekt met plastic. Nog één seizoen en de mest zal in mooie zwarte aarde uiteen vallen. De griend zal vruchtbaarder worden dan ooit.

Polderpers