Hoofdstuk 47 Het seizoen van de spinnen
Er zit iets in de lucht dat weemoedig maakt. ’t Valt niet zo goed te vertellen, je moet het voelen. Vorige week luidde de klok van de kerk bij de begraafplaats aan de dijk wel drie keer. Want in deze tijd van het jaar sterven meer oude mensen dan anders. Een van de doden is een man met wie de oude Daan, ruim zestig jaar geleden, naar de loting voor de militaire dienst in Z. ging. En aan de overkant van de rivier is een vrouw overleden met wie Daan, toen hij nog een jongen was en zij nog een meisje, de kermis in G. bezocht.
Buiten worden de kastanjes bruin. De vlier verliest zijn blad en voor het eerst sinds maanden zitten er open plekken in het wilgenbos waardoorheen je op het maïsveld in de polder kan kijken. Rupsen en insecten hebben het blad van de elzen zo kaal gevreten dat alleen de nerven over zijn. In het gras moet je oppassen niet uit te glijden over de slakken die, door het natte weer, zich eindeloos vermenigvuldigen. De wespen worden trager en trager en zijn nu ongevaarlijk. Hoe lang is het geleden? Nog maar een maand, toen spitte ik achter in de griend een wespennest bloot en moest me rennend in veiligheid stellen tegen een woedende zwerm die me tot diep in de bessestruiken achtervolgde. Nu zijn diezelfde wespen zo moe en zo verzadigd van al het rijpe fruit op het veld, dat ze soms dood voor je neervallen. Boven de rivier is het licht zo anders, de lucht zo vreemd en de silhouetten van de steenfabriek en het dorp aan de rivier zo dreigend dat je iets weg moet slikken.
Het is herfst en alles gaat voorbij.
Tussen de pruimebomen, over de meidoornhaag en langs de wilde bramen hebben kruisspinnen, zwarte spinnen, bruingevlekte spinnen, spinnen met een witte streep over het volle lijf en spinnen met een zwarte streep tussen de ogen, webben geweefd.
Als Mark ’s morgens zijn fiets uit de schuur haalt om naar school te gaan moet hij zich diep bukken om de spinnewebben te ontwijken. Soms lukt dat niet en hechten de spinnen zich vast in zijn haar of zijn jas. Dan roept hij hard merde, want hij is de afgelopen zomer in Frankrijk geweest, maar verwijdert ze vervolgens behoedzaam en zet ze neer op een plaats waar de dieren verder kunnen weven.
Als je door de griend gaat, komt er voor je gezicht soms een gordijn van rag, net als bij vrouwen die een voile dragen.
Maar de spinnen moeten in leven blijven. Dat is afspraak. Binnen zijn er wel honderd huisspinnen. Sommige zijn daar al jaren en ze hebben een vaste plaats. Voor het raam, in de wc, tussen de boeken, in de slaapkamer en één blijft hardnekkig steeds opnieuw een web weven bij de voordeur.
Een spin verorbert in een seizoen misschien wel honderd vliegen, muggen en andere insecten. Daarom is ons huis vrij van dat gedierte. Beter twee spinnewebben boven je bed dan een snerpende mug om je oren. En dat is ook de reden waarom mijn moeder en schoonmoeder nog maar zelden op bezoek komen.
Wat verlang ik elke herfst weer naar die roerloze ochtenden, met die prikkelende geuren, als het een paar graden vriest en het rijp zich afzet op het gras en de takken. Elk spinneweb is dan een prachtig, wit kunstwerk.
Spinnewebben horen bij het najaar omdat ze beide herinneren aan vergankelijkheid.
Gelukkig maar, dat er niet zoveel tijd is voor somberheid. Want de takken van de appel- en perebomen buigen diep door van al het fruit. Dat moet worden geoogst. Ik houd van die vruchten. Het zijn niet van die veredelde rassen zoals Cox en Golden Delicious die je meestal op de markt koopt, en waar een kweker acht tot tien keer per seizoen overheen is gegaan met bestrijdingsmiddelen. Nee, hier in de griend achter het dijkhuis groeien Goudreinetten, Notariskinderen, Bellefleurs, rode Sterappelen en Campagners. En aan de perebomen zitten Triumphs, Gieze Wildemans die zo rood stoven in de pan, Conferences, Jutteperen en die zoete, sappige grauwe suikerperen. Ik geef toe dat de helft wormstekig is en afvalt – dat is het risico als je geen insecticide spuit. Maar nu kunnen ook de ganzen, de kalkoenen en de kippen meegenieten. De andere helft is gaaf en onweerstaanbaar lekker en gaat in dozen en kisten naar de zolder. Nog maanden zullen we ervan eten. De geur trekt door het hele huis. Dat geeft een behaaglijk gevoel. Het maakt zelfs de herfst tot een draaglijke periode.