Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Hoofdstuk 41 Daan naar Canada

Daan is vorige week naar Canada vertrokken. Hij zei wel dat hij niet zenuwachtig was, maar eerlijk gezegd was hij al weken voor zijn vertrek uit z’n gewone doen. Hij liet de sla onder de ramen doorschieten. De bonen gingen veel te laat de grond in en gisteren zag ik dat hij een paar rijen poters helemaal vergeten is.
Andere jaren had hij de vorst van zijn huisje onder aan de dijk al lang gekalkt maar dat moet nu nog gebeuren. Nee, Daan was heel opgewonden. Hij vertrok vier dagen na de verkiezingen van de gemeenteraad. Die wilde hij per se niet missen. Daan is sinds zijn zeventiende jaar socialist. Hij heeft de koperen, de zilveren en de gouden speld van de bond en onlangs kreeg hij een enveloppe-met-inhoud omdat hij zestig jaar lid is. Want platina-speldjes bestaan niet. Hij was in z’n jonge jaren zo rood dat de boeren en de gemeentesecretaris op het dorp zich groen en geel aan hem ergerden. Eens leidde hij een demonstratie van werklozen door het dorp en toen vlogen de stenen door de ramen van het huis van de wethouder. Hij vocht tegen alles wat onrecht was. Hij werd later in de raad gekozen en nog later tot wethouder.
Op de avond voor de laatste gemeenteraadsverkiezingen stuurde hij nog een oproep rond aan alle mensen op het dorp aan de rivier om toch vooral op de partij te stemmen. En hij was heel gelukkig toen de partij weer met drie mensen in de raad gekozen werd. Toen kon hij met een gerust hart vertrekken.
Daan heeft al heel lang eens een grote reis willen maken. Daar is nooit wat van gekomen. De enige keren dat hij ’s nachts niet thuis sliep was als er een tweedaags congres werd gehouden van de partij en hij daar als afdelingsvertegenwoordiger moest zijn. Daar kon Sjaan, zijn vrouw, dan behoorlijk over mopperen. Maar voor die ene keer deed Daan zijn eigen zin, al kostte dat een paar dagen ruzie. `Je bent nooit thuis,’ zei Sjaan dan.

Sjaan was met nog geen span paarden haar huis uit te krijgen. Ze was streng voor zichzelf en voor anderen en hield van orde en regelmaat. Elke week van zondag- op maandagnacht werd de ketel met was op het petroleumstel in het schuurtje onder de pruimeboom gezet. Elke maandagmorgen werd de witte was gewassen. Elke dinsdag werden de gordijntjes voor de ramen verwisseld en gingen de `vuile’ (want echt vuil, `ont’ zoals ze dat zelf noemde, was het natuurlijk nooit bij Sjaan) in de was. Elke woensdag kreeg het huis een goede beurt. Altijd kuierde ze op vaste tijdstippen over de dijk. De enige keren dat zij op het dorp kwam was voor een bezoek aan de kapper of aan de dokter.
Als het zomertijd werd ging de klok bij Sjaan een uur achterlopen. Ze liet zich door niets van de wijs brengen. Twaalf uur bleef twaalf uur en dan werd er gegeten. Daan maakte er wel eens grapjes over maar hij hield te veel van Sjaan om haar regime te trotseren.
Als de vergadering van het college van burgemeester en wethouders – waar Daan deel van uitmaakte – om vijf over twaalf nog niet afgelopen was, belde Sjaan naar het gemeentehuis om te vragen waar Daan bleef.
Kort nadat ze vijftig jaar getrouwd waren, overleed Sjaan. Ze lag wekenlang in een ziekenhuis in de stad en dat was een ellendige tijd voor haar. Daan ging elke dag twee keer op bezoek en als hij vijf minuten te laat in het ziekenhuis was zei Sjaan: `Waar zat je toch al die tijd?’
Toen het weer zomertijd werd, heeft Daan de klok een uur verder gedraaid. Hij had het er korte tijd later over om een reis te maken naar Canada. Naar kinderen van een zwager – want Sjaan en Daan hebben nooit kinderen gehad. Maar dat was in de tijd toen de oude Gerrit nog leefde. En de oude Gerrit, die heel z’n leven alleen is geweest, kwam elke avond bij Daan koffiedrinken. En je gaat toch niet weg als je vriend alleen achterblijft?
Toen is ook de oude Gerrit gestorven. En Daan bleef alleen achter. `Nu moet je het doen Daan,’ zeiden de buren. Maar Daan heeft nog een hondje dat al vijftien jaar oud is en waaraan hij verknocht is. Hij kon dat stomme dier toch niet achterlaten? Toen zei een andere zwager: `Dan kom ik zo lang in jouw huis. Dan pas ik op de hond en dan ga jij weg.’ Dat vond Daan goed. Na de gemeenteraadsverkiezingen dan. Toen was hij vrij om te gaan.

Polderpers