Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Hoofdstuk 35 De egel en het ganzennest

De ganzen waren dat voorjaar al vroeg met nestelen begonnen. Een echt nest maken ze eigenlijk niet. De vrouwtjesgans zoekt een ondiepe kuil op, wroet wat met de poten over de grond en legt daar een ei neer. Dan sprokkelt ze met de bek wat stro, takjes en riet bij elkaar om het ei toe te dekken. Soms duurt het een paar dagen voor er een ei bijkomt.
Op een avond, begin april, telde ik zes eieren. Een paar dagen later liep ik er opnieuw langs. Toen waren er nog maar vijf, terwijl ik toch de gans een paar keer luid gakkend van het nest had horen komen. Ik wachtte twee avonden en keerde toen terug naar het nest in de griend. Voorzichtig haalde ik het riet en de takjes opzij: er waren er nog maar drie. Wie was de rover. Een ekster? Een rat? Toen zag ik – het was al een beetje donker – tussen de snel opschietende brandnetels een wit spoor van gebroken eierschillen. Op mijn knieën zittend probeerde ik na te gaan waar het heen ging. Na ongeveer twee meter verdween het onder een berg wilgetakken.
Grimmig dacht ik na. Ik moest en zou die eierdief vinden. M’n hand onder de hoop hout steken? Maar misschien zat er wel een bunzing. En van Freek, die in het veld woont, had ik kort geleden nog gehoord dat hij eens op de loop was gegaan voor dat roofdier. Wie weet, zat er wel een wezel onder. Ik herinnerde me hoe een van de katten eens een gevecht op leven en dood met een wezel had geleverd en sindsdien een oor miste. Voorzichtig schuifelde ik terug. Ik hield m’n handen stevig tegen elkaar geklemd en hurkte tussen de bessestruiken. Ik huiverde. Voorlopig besloot ik maar niets te doen.

Het was een mooie, stille avond. Van de kant van de rivier kwam het doffe geluid van voorbijvarende schepen. Uit de stal van de buurman, honderd meter verder, hoorde ik een koe, die op kalven stond, angstig loeien. Dat belooft weer een lekker maal biest, dacht ik vrolijk. Plotseling hoorde ik, vanuit de richting van de stapel dor hout, een hevig lawaai. Een geluid van krakende takken, van snuiven en blazen. Ik hield de adem in. Geschrokken keek ik naar de plaats waar de eierschillen in de griend lagen en het tumult het tumult het hevigst was. Daar zag ik een bruine schaduw, die even stil stond en toen in de richting van het nest met ganzeëieren bewoog.
Ineens lachte ik opgelucht. De rover was geen rat, geen bunzing of een wezel, maar een egel. Al m’n wraakgevoelens waren op slag verdwenen. Want de egel is een van de aardigste, goedmoedigste beesten die ik ken. Een kwartier geleden was ik nog woedend maar nu keek ik ademloos toe hoe hij, zich schonkig bewegend, een ei uit het nest rolde en net zo lang krabde en beet tot het kapot was en leeggedronken kon worden.
Die nacht dacht ik na over een oplossing om de egel niet te verjagen en tegelijk het nest met ganzeëieren intact te laten. De volgende dag heb ik een strook kippegaas van ongeveer tien centimeter hoogte rondom het nest gezet. Zó hoog dat de gans er gemakkelijk over heen zou kunnen wippen, maar de eieren voor de egel onbereikbaar waren. Ik heb ook een schotel met melk naast het gaas gezet want egels zijn gek op melk. En toen het avond werd en de schemering viel ben ik opnieuw tussen de bessestruiken gekropen om te zien wat er gebeurde.
Weer kwam, met hetzelfde geraas, de egel uit z’n hol te voorschijn. Het duurde even voordat het dier doorhad dat er geen eieren meer vielen te halen. De egel bewoog zich onrustiger dan ooit, rolde zich op, ging tastend langs het gaas tot hij tegen het bord met melk stuitte. Hij rolde zich opnieuw op. Het duurde lang voordat hij uit z’n verdedigingshouding terugkwam en de melk opdronk. Dat moment was voor allebei een triomf.
Ik heb nadien iedere avond een bord met melk naast het gaas rondom het ganzenest gezet. Eerst keek ik vanaf een afstand toe. Later ben ik wat dichterbij gaan zitten. Eén keer heb ik gekucht en het dier kromp ineen. Daarna, toen ik opnieuw geluid maakte, dronk hij onverstoorbaar verder. Ik heb zacht gepraat. Het duurde heel lang voordat een beetje toenadering mogelijk was. Soms lag de egel een uur lang opgerold naast de schotel met melk om dan verder te drinken.

Weet iemand wat er in een egel omgaat? Zou het misschien zo kunnen zijn dat het dier al lang doorhad dat het eigenlijk een beetje voor de gek gehouden werd? En heeft zij die melk niettemin op prijs gesteld? Toen gingen er weken voorbij waarin ik de egel niet meer zag. Uit de ganzeëieren kwamen zes jongen waarvan er maar twee overleefden. Ik was de egel al weer bijna vergeten. Op een vroege zomermorgen ging ik naar buiten om de katten eten te geven. Het was gek, maar deze ochtend was anders dan de andere. De katten die zich anders rondom de buitendeur verdrongen, wachtten me nu drie, vier meter verder op, heel afwachtend deze keer. De ganzen stonden in een halve boog in het gras op de berm en maakten geen enkel geluid. Ik riep ze maar ze kwamen niet dichterbij. Ik keek verwonderd om me heen. Toen zag ik ze, naast de drempel van de deur naar de woning. Drie kleine, jonge egeltjes. Ze lagen opgerold tegen elkaar en ik zou erop getrapt hebben als de ganzen me niet gewaarschuwd hadden dat er iets bijzonders was.
Ik pakte ze enthousiast op maar toch voelde ik me niet helemaal gelukkig. Alsof het zo moest zijn ging ik kort daarna de dijk op om te kijken over het water. Daar, op de as van de dijk, lag de egel uit de griend waarmee ik avonden lang had doorgebracht. Doodgereden door een auto. Kan iemand me zeggen hoe een moederegel haar jongen duidelijk maakt wat ze moeten doen als ze niet terugkomt van de jacht?
Ik heb de drie jonge egeltjes zo goed mogelijk verzorgd. Ze met melk, wormen en slakken gevoed tot ze groot genoeg waren. Ze maakten ten slotte ’s nachts in het huis zo’n herrie dat we er niet meer van konden slapen. Toen heb ik ze meegenomen en afgezet bij het hol onder de stapel takken in de griend. Misschien dat ik ze deze lente weer terugzie bij het nest van de gans. Die heeft alweer zes eieren gelegd.

Polderpers