Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Hoofdstuk 19 Afscheid

Het was vooral een weemoedige avond. Aan het eind sprak meester Evert z’n leerlingen nog één keer toe. Net zoals altijd enigszins zorgelijk. Anderen die hem niet kennen zullen het misschien mopperig noemen, maar hij is nu eenmaal geen hoogdravende maar wel een oprechte man: `Jullie zijn niet de gemakkelijkste klas geweest,’ zei hij een beetje bars. Hij wachtte even en net toen ouders die het daar niet mee eens waren begonnen te kuchen, ging hij op dezelfde toon verder: `Maar jullie waren wel heel uitgeproken. Jullie zeiden wat je bedoelde te zeggen. Dit was een klas waarvan ik hield’.

Later, bij het afscheid, gaf Mark hem een persoonlijk geschreven brief waarin hij de acht jaar samenvatte die hij op de school heeft doorgebracht. `De school’, schreef Mark, `de school is de laatste jaren steeds leuker geworden. Veel leuker dan de christelijke. Jammer voor de christelijken, maar ja, het is een feit.’ En toen zag ik hoe Evert, het schoolhoofd, maar met moeite z’n ontroering kon onderdrukken. En juffrouw Marieke, die ook een brief kreeg en aan wie Mark veel te danken heeft, huilde een beetje. Zelf was ik ook aangedaam. Er hing, hoe zal ik het noemen, een sfeer van melancholie. `Morgen al geef ik mijn kinderwereld op en wat krijg ik daar voor terug? De tijd, die is al heel snel niet echt meer van jou. Die’s van je baas, je man of je vrouw. Voor dromen heb je nog slechts heel eventjes tijd en dat heet dan verantwoordelijkheid,’ zongen de kinderen in een met hulp van Jeanette gemaakte musical.

Later thuis, zat Mark stil voor zich uit te staren. Het is niet gering, zo’n omwenteling in je leven. Jarenlang fietste hij naar dezelfde school, trok hij op met dezelfde vriendjes. Drie kilometer over de dijk heen, drie kilometer terug. In de lente als de weg omzoomd is door hoog gras en fluitekruid en hij precies de patrijzen- en fazantennesten wist te vinden. In de herfst als bedauwde spinnenwebben tussen de takken van de bomen hangen. Eén keer zag hij op een paar meter afstand een hertejong oversteken. En hij telde de hazen en hij zag de reigers en de roerdomp. Onbekommerde, vrolijke jaren. Het is natuurlijk mooi om groot te worden, in de hoogste klas te zitten en te merken hoe kinderen in de lagere klassen een beetje bewonderend naar je op zien. Maar het betekent ook onvermijdelijk dat er eind aan die periode komt.

Het was de laatste avond van groep acht van de openbare school `Spiegelhof’. Van Annelies, William, Reinoud, Amanda, Arjan(2x), Mark(3x want er was toen een geboortegolf onder ouders die fanatiek naar alternatieve namen zochten) en Jeroen. Tien kinderen want de dorpsschool is maar klein. In een voortdurend gevecht met de kille normen die de minister van onderwijs stelt. Steeds balancerend op een aantal leerlingen waarbij net wel of net niet de vier onderwijzers gehandhaafd kunnen worden. Elk jaar weer worstelend met de beperkingen van het dorp, ouder wordende mensen, kleiner wordende gezinnen en wrokkende ouders die menen dat de scholen elders in de streek voor hún kinderen beter zijn. En concurrerend ook met de christelijke school die profiteert van de zorg die de openbare school aan het onderwijs geeft. Want elke verbetering, elke vernieuwing en elke verfraaiing van de(ik moet er nog even aan wennen) `oude’ school van Mark houdt automatisch in dat de christelijke school recht heeft op het geld dat op de openbare school wordt uitgegeven. Omdat de openbare school door allerlei historische verhoudingen op het dorp kleiner is dan de christelijke school en dus vanzelfsprekend een vrij hoog bedrag per leerling moet uitgeven om het onderwijs aantrekkelijk te maken, is de situatie dubbel voordelig voor de christelijke school. Die heeft nu reserves, hoeft niet te woekeren met geld maar is volgens Mark lang niet zo leuk. Zelf vind ik dat de school van Evert mondige kinderen voortbrengt. Op de laatste avond was ook de oma van Reinoud, die een paar maanden over is uit Zuid-Afrika. Zij maakte zich enigszins zorgen over wat ze om zich heen zag. Roezemoezende, vrijpostige kinderen die zongen `wat ik worden wil dat maak ik zelf wel uit’ en die – zoals Mark Joost en Reinoud uitbeeldden – lieten horen dat je door met je kont in het gras te zitten ook gelukkig kan zijn.

`Als de onderwijzers bij ons zeggen dat het stil moet zijn, dan is het muisstil,’ zei de oma van Reinoud en ze geloofde dat gezagsgetrouwheid beter is voor de latere carrière van de kinderen. Ik heb toen – wel op een aardige manier hoor – gezegd dat het opvoeden van kinderen tot verzet en dwarsheid heel goed is.

Gijs, de opa van Amanda die tegen de zeventig loopt, herinnerde na afloop aan z’n eigen jeugd. `Ja meester, nee meester moesten we zeggen en onze pet afnemen. De wereld is er een stuk op vooruit gegaan jongen,’ zei hij tegen mij.

Om tien uur ’s avonds, toen de maan al vol boven de rivier hing

en uit de uiterwaarden neveldampen omhoog kwamen als voorbode voor een nieuwe warme dag, kwam Mark in z’n eentje over de dijk teruggewandeld. De laatste keer als kind. Hij deed er heel lang over.

Polderpers