Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Hoofdstuk 13 Jaloerse rovers op jacht

In de griend achter het huis wonen drie katten. Ze hebben een eigen schuur. Ze krijgen melk, aangelengd met water. Ze eten brood en ze zorgen zelf voor vlees. Soms een vogel en daarover spreek in hen streng toe. Maar meestal veldmuisjes en hardleerse bruine ratten die zouden kunnen weten dat deze omgeving gevaarlijk terrein is. De katten zijn slank en gespierd. Ze lopen niet door de griend. Ze maken verende bewegingen, ze sluipen. Bij elk geluid drukken ze zich diep in het gras, klaar voor een dodelijke sprong. Het zijn rovers. Een maand geleden heb ik ontdekt dat het ook kannibalen zijn. Wreed, meedogenloos en vijandig.

De katten hebben hier geen namen, dan kan je wel bezig blijven. Eén is zwart met een witte bef en witte poten. Ik noem haar daarom `de zwarte’. Zij is het gemeenst. De andere is wit met grijze banen. Ik duid haar aan met `de grijze’. Ze is zeer op haar hoede. De zwarte en de grijze zijn zusjes en zo gedragen ze zich ook. Ze eten van elkaars muizen. Als het koud is zoeken ze warmte tegen elkaar. En gezamenlijk weren ze zich tegen indringers. De derde is het aardigst en houdt van mensen. Ze heeft mooie diep zwarte en grijze strepen in een glanzende vacht. Daarom wordt ze – maar dat heeft niets met haar karakter te maken – `tijger’ genoemd. Ze is de dochter van de grijze. Maar nadat ze ooit terugkeerde van een kortstondig, ongelukkig verblijf in de stad, wist geen van de katten meer iets van die relatie af. Ze is een buitenstaander.

In het begin van de lente werden alle drie de katten gedekt door een schuwe, wilde kater die in het veld huist en een poot mist. Elk voorjaar ruikt en voelt hij feilloos aan wanneer ze krols zijn. Ik weet dat zo precies omdat geen liefdesspel in de dierenwereld met zoveel nachtelijke agressie, geschreeuw en kabaal gepaard gaat dan bij katten. In mei wierpen ze hun jongen. Alles bij elkaar zes stuks. Zoals steeds maakten de zwarte en de grijze één nest en liet na een paar dagen de zwarte de verzorging aan haar zusje over. De jongen waren zoals de moeders. Van onbestemde kleur, niet echt mooi maar vertel dat eens aan zo’n moederpoes. Maar tijger bracht echt schitterende jongen op de wereld. Eén pikzwart met een mooie ronde kop en de ander een kloon van de moeder. Ik had een sinaasappelkist in de fietsenschuur klaar gezet en daar lagen ze. Genietend van de zon die, gefilterd door de goudreinettenboom, precies in de kist scheen. Sander en Mark probeerden hun aandacht zo goed mogelijk over de zes te verdelen. Maar op een of andere manier hebben we denk ik toch voorkeur laten blijken. Misschien, ik weet het niet zeker ik gis maar om een verklaring te vinden, is toen onwillekeurig de jaloezie opgewekt bij de twee zusjes in de andere schuur. Korte tijd daarna miste ik het kleine pikzwarte poesje.

Heel even dacht ik aan de hond. Maar onmiddellijk verwierp ik beschaamd die verdenking. Er bestaat geen aardiger beest. Elke keer als er kattenjongen geboren worden is de hond de eerste die gaat kennismaken en elke moeder staat dat spinnend toe. Ik dacht na. De ganzen misschien? Weer hadden ze tevergeefs vijf, zes weken op twintig eieren doorgebracht. De narigheid is dat ze niet lang genoeg stil kunnen zitten. Steeds verliet wel een van de ganzen korte tijd haar nest – hoe vermanend de gent ook gakte – en kwan zo laat terug dat de eieren waren afgekoeld. Maar ik achtte hen echt niet in staat een jonge kat te roven. De pauw die met haar drie jongen ver weg in de boomgaard liep? Onzin. Ik liep speurend rond tussen de bessenstruiken, onder de krozenbomen en bij de vlier. Ineens hoorde ik een zacht gekerm. Op een paar meter afstand van de schuur waar de zwarte en de grijze hun jongen hadden, lag het pikzwarte poesje. Ik pakte het op. De kop viel slap naar rechts en ik zag twee kleine beten in de nek waaruit bloed sijpelde. Maar het leefde nog. Ik bracht het terug naar tijger, sloot de deur en zorgde dat niemand er bij kon. Na twee dagen was het pikzwarte katje weer de oude. Alles zes kattenjongen hadden trouwens nu de oogjes open en ik vergat het incident.

Toen, op een ochtend, miste ik het andere jong van tijger. Haar evenbeeld. Ik werd nu echt ongerust en kwaad. Zou tijger zelf…? Het gebeurt wel eens dat moederkatten hun eigen jongen opvreten. Maar toch niet als die al twee weken oud zijn? Gejaagd zocht ik weer tussen de struiken en onder de bomen waar ik eerder het zwarte jong had gevonden. Ik vond een halve rat die een dag eerder door de zwarte bij de grijze was gebracht – want zolang de grijze zoogde zorgde haar zwarte zusje voor vlees. Ik zocht verder en, o wat tragisch, daar lag vlak voor de schuur het dode jong van tijger.

Nog zag ik het verband niet. Ik was wel argwanend geworden, sloot de fietsenschuur nu echt hermetisch af en wilde perse dat het zwarte jong niets zou overkomen. Het ging een week goed. Toen moet tijger zelf naar buiten zijn geglipt. Op een of andere manier is de deur op een kier blijven staan. Ik stond buiten en was bezig de jonge lindebomen vrij te maken van vuil dat rondom groeide. Ineens zag ik de zwarte kat vanaf de berm naar beneden komen. Met zijn kop omhoog en in zijn bek een prooi. Naarmate zij dichter bijkwam en mij zag gedroeg ze zich schuwer en rende tenslotte de schuur in naar haar jongen. Ik liep haar achterna.

Toen ontdekte ik wat die prooi was. Het was het zwarte poesje van tijger, haar laatste jong. Gedood door de zwarte, met drie scherpe beten in de nek. Neergelegd bij het nest waarin de grijze vier jongen zoogde. Als buit.

De enige verklaring die ik kan geven is dat pure jaloezie de oorzaak is geweest van deze laffe misdaad.

Polderpers