Een figurant in een film
‘De vluchtmassa wordt door een bedreiging in het leven geroepen. Kenmerkend voor haar is dat alles vlucht; alles wordt meegetrokken. Het gevaar waardoor men bedreigd wordt, is voor allen hetzelfde. (…) Men vlucht gezamenlijk, daar het zo beter vluchten is. De impuls is dezelfde, de energie van de een verhoogt die van de ander, de mensen duwen elkaar in dezelfde richting voort. Zolang men bij elkaar is ondergaat men het gevaar als verdeeld. Er bestaat een oeroude opvatting dat het gevaar op één plaats zal toeslaan. Het opvallendst aan de massavlucht is de kracht van haar richting. De massa is om zo te zeggen geheel richting geworden, weg van het gevaar. (…) Een soort verheven gevoel kenmerkt de massavlucht zodra ze eenmaal op gang gekomen is: de euforie van de gezamenlijke beweging. Niemand loopt minder gevaar dan de ander en ofschoon elk voor zich uit alle macht rent of rijdt om zich in veiligheid te stellen, heeft hij toch zijn plaats in het geheel, een plaats die hij erkent, waar aan hij te midden van de algemene opwinding vasthoudt.’
(Uit Massa & Macht, van Elias Canetti)
De vergadering in het provinciehuis in Arnhem duurde anderhalf uur. In de hal wachtten tientallen verslaggevers op de uitkomst van het beraad. Sommigen droegen hoge laarzen en waterdichte pakken. Op de rugkant van hun felgekleurde jacks stonden namen van sponsors van safaris en evenementen. Al dagenlang hadden kranten en televisiestations in steeds alarmerender koppen en beelden over de dreiging van de evacuatie bericht. In Hilversum waren alle programmamakers gemobiliseerd. In een villa aan de ’s Gravelandseweg eiste een radioverslaggever, uitgerust met drie mobiele telefoons, op luide toon een goed hotel met sauna want er waren barbaarse dagen in aantocht.
Het gevolg van die belangstelling was geweest dat duizenden mensen zo bang waren geworden dat ze het rivierengebied uit eigen beweging hadden verlaten. Dat had weer veroorzaakt dat uit alle delen van de wereld vliegtuigen op weg naar Nederland waren met televisie-teams om over de ondergang van de delta te berichten. In de verbeelding was een ramp onvermijdelijk geworden.
De persconferentie die volgde was dan ook een voorbeeld van eensgezindheid en verbondenheid. Met waakzame en vastberaden autoriteiten en ouderwets meegaande verslaggevers, weer in hun rol als slippendragers van de publieke opinie. Ze stelden geen vragen over het waarom en hoe een simpel rampbestrijdingsplan met een willekeurig kritische grens, de beoordeling van het gevaar plotseling had veranderd. Ze waagden zich niet aan een terugblik naar al die keren toen het ook hoog water was, zoals in 1970, twee keer in de jaren tachtig en kerst 1993. Ze kwamen niet met kritische opmerkingen over wat nu toch wel de hoogwatergolf onderscheidde van al die andere keren. Het enige wat de journalisten herinnerden, was de vinnige strijd in het rivierengebied over de dijkverzwaringen. Betekende het hoge water dat nu het laagland dreigde te overspoelen niet het gelijk van de bestuurders? Gretig schaarden de verslaggevers zich aan hun zijde, in het besef dat ze getuigen zouden zijn van een ramp die die van 1953 zou evenaren. Zo werd, in extra ingelaste uitzendingen, live vanuit het provinciehuis de boodschap beelden rechtstreeks de huiskamers binnengebracht: evacueren, snel en verplicht.
Overal begonnen de nog achtergebleven mensen, door een onzichtbare hand bewogen, als razenden te ruimen en te pakken en sloegen massaal op de vlucht.
De verwarring leidde tot ongelukkige en soms hilarische situaties. Ineens waren alle kantoniers weg zodat dijken en wegen niet meer konden worden gecontroleerd. De rayonhoofden van verkeersposten op snelwegen bleken vertrokken. Het personeel van benzinestations had de benen genomen waardoor auto’s zonder brandstof kwamen te staan. Zelfs dijkwachten waren naar elders in het land verhuisd, weg van hun verantwoordelijkheid. Er werden wegen afgesloten en weer heropend. Er waren geen mensen beschikbaar om afzettingen te controleren. Terwijl de massa werd voortgeduwd weg van het gevaar, werden in de niet bedreigde gebieden aannemers gevraagd in allerijl personeel ter beschikking te stellen om de open plaatsen in te nemen.
Om half drie verliet Kok het provinciehuis om naar zijn woning in Druten te gaan. Hij wist niet wat hem overkwam. Hij reed tegen de richting in. Aan de andere kant van de rijbaan zag hij de massa die wegvluchtte voor het gevaar: ‘Ik had nooit verwacht dat ik zo’n grote file tegen zou komen. Dat was, ik geef het toe, een ernstige inschattingsfout. Ik was zo bezig geweest om vanuit m’n rol als dijkbeheerder te zorgen dat ik geen fouten maakte, dat ik vergeten was hoe er maatschappelijk op onze beslissingen werd gereageerd. Op het moment dat ik daar reed flitste door me heen, wat doen we elkaar aan.’
Kok: ‘In Druten bleek de straat waarin ik woon tot m’n verbazing leeg. Helemaal leeg. Alleen mijn vrouw zat er nog omdat ze met een idioot als ik getrouwd is. In mijn straat was opeens het verschijnsel van het domino-effect ontstaan. Een was met pakken begonnen, de ander was hem daarin gevolgd en ineens kwamen ze de deur uit. Weg. Iedereen stak de ander aan. Er was sprake van zoiets als een psychose. Ik wist vanuit m’n achtergrond dat zelfs als de dijken zouden doorbreken, er in Druten op z’n hoogst dertig centimeter water in de straten zou komen. Dat stond in het scenario, dertig centimeter. Maar als je dat op zo’n moment tracht te verklaren, dan werkt dat niet. Dat kan je de mensen rationeel niet meer duidelijk maken. De inwoners van Beuningen en Ewijk hadden om die reden ook niet weggehoeven. Maar die verfijningen in de scenario’s werken niet als de massa op de vlucht slaat. Voor zo’n situatie is eenvoudig geen logistiek te bedenken. Je zou naar de bevolking toe herkenbare, fysieke afspraken moeten maken. Maar dan nog zullen er altijd mensen besluiten, ik ga weg. Een heel grote groep mensen snapt het niet als je zegt die moet weg en die kan blijven. De een jaagt de ander op. Zo gaat dat.’
Kok: ‘Het is het mechanisme van het vliegwiel. Het begon met een discussie op het districtshuis. Later was er die vergadering op het provinciehuis. Het vliegwiel raakte in een hogere snelheid. Er werd nog meer gepraat. Het waterschap besliste en het rad werd een tandje hoger geschakeld. Toen namen wij de beslissing dat we de veiligheid niet langer konden garanderen en weer trad een hogere versnelling in. Op een gegeven moment raakte het vliegwiel in volle versnelling en dat betekende wegwezen.’
Kok: ‘Natuurlijk was ik niet ongevoelig voor al die tv-ploegen van CNN, BBC, Sky en uit Japan. Dat werkte heel raar. Ik zat in een tredmolen en wat gebeurde was dat ik als een soort robot ging functioneren. Ik deed dingen die ik moest doen. Ik sloot me af van allerlei hectiek, anders zou ik gek geworden zijn. Toch probeerde ik zo rationeel mogelijk te blijven denken. Ik kwam om drie uur thuis en ik vond mijn echtgenote in tranen. Ze zat daar helemaal in haar eentje in die straat. Ze had gedacht dat ik als eerste haar zou bellen maar dat was onmogelijk geweest. Eerst niet omdat er een embargo rustte op onze beslissing. Later niet omdat door al die journalisten de telefoons geblokkeerd waren.’
Kok: ‘Als ik het nu nog wel eens overdenk, geloof ik soms niet dat het allemaal echt zo is geweest. Dan bedenk ik dat de mensen in Druten niet werkelijk weg zijn vertrokken. Maar ik ben toch echt door het gebied gereden en ik heb gezien dat er niemand meer was. Soms kan ik het nog steeds niet geloven, het is allemaal net echt gebeurd. Het was een heel rare ervaring. Het is net een film geweest waarin ik als figurant ben opgetreden.’
Kok: ‘Zonder rampbestrijdingsplan was er geen evacuatie geweest. Als de waterstand van eind januari 1995 zich tijdens kerst 1993 zou hebben voorgedaan, dan was er geen draaiboek geweest. Dan waren we met z’n allen door het oog van de naald gegaan. Dan was er geen vluchtende massa geweest, dat is wel zeker. Maar ja, dat is zoiets als de film terugdraaien. In 1995 was er een rampbestrijdingsplan en was de evacuatie een bestuurlijke keus. We hebben toen als dijkgraven en burgemeesters tegen elkaar gezegd, hoeveel tijd gunnen we elkaar nog. Het was een vreselijk moeilijke beslissing. Preventief evacueren betekent altijd eerder vertrekken dan de ramp gebeurt. Niemand weet wanneer de ramp komt. Dat is altijd een vreselijk dilemma. Eigenlijk was het een bevesting van ons scenario dat een kwart van de mensen al was gevlucht voor er een bestuurlijke beslissing genomen was. Dat maakte het allemaal gemakkelijker.’
Kok: ‘Waar ik van geschrokken ben is dat er in de maatschappij een groep mensen is die geen familie heeft, geen vrienden en nergens terecht kan. Mensen die met een koffertje en een parkietenkooi bij de bushalte stonden. Ik heb een konvooi lege bussen gezien waarin twee, drie mensen stapten. Dat raakte me nog het ergst. Ik dacht, jezus, dat bestaat in Nederland dus ook nog zo. Toen mijn vrouw en ik weg moesten konden we kiezen. Tientallen mensen belden, je komt maar. Overal was een slaapkamer over. Ik heb er geen seconde aan gedacht dat ik niet ergens onderdak zou vinden. Maar die groep mensen die niet wist waar ze heen moest. Toén dacht ik, goed dat er een overheid is. Er zijn prachtige plaatjes gemaakt van verlaten mensen in Autotron en veilinghallen met de koningin tussen de stapelbeden. In de toekomst moeten we die mensen meer accomodatie kunnen bieden. Gewoon huisjes van Sporthuis Centrum leegmaken. Dat zou beter zijn dan die idiote vertoning van nu. Zo mag het in de toekomst niet meer.’
Kok: ‘Als het water nog eens zo hoog komt zullen een heleboel bewoners in het rivierengebied nooit meer weggaan. Het zal dan allemaal veel complexer worden. Toen al die mensen eind januari 1995 op de vlucht sloegen zei mijn voorzitter, dijkgraaf De Gaay, “als er nu iets gebeurt, als nu de dijken breken zitten ze als ratten in de val. Dan komt het water van alle kanten en zitten die mensen muur en muurvast”.’
Kok: ‘Zo’n vliegwiel blijft maar doortollen. Op een gegeven moment ging het water zakken. Het hield op met regenen. De wind ging liggen. Depressies trokken weg. Wij zeiden tegen elkaar, godzijdank, we zijn er vanaf. Het is voorbij. Het water ging dertig tot veertig centimeter zakken. Laat die mensen maar weer terugkomen, zeiden we. Maar dat vliegwiel draaide maar door. Je kan dat niet in een keer stilzetten. Dat komt heel langzaam tot stilstand. Op zo’n moment zie je dat het allemaal veel langer duurt dan de feiten rechtvaardigen. Je kan niet zeggen, snel weg en snel terug. Dat is aan niemand een verwijt. Zo werkt het nu eenmaal.’