Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Het dorp, dat nooit onveilig was, wordt tot veilig gebied verklaard -STIL VERZET

Waarvan ging afgelopen week in de bedreigde gebieden de grootste dreiging uit? Van het water? Nee, eigenlijk meer van de kleine authoriteit. De dwalingen van onderling ruziënde burgemeesters, parmantige dijkgraven en ambtenaren die opeens macht kregen.HERWIJNEN – Buiten is de wind gaan liggen. Zacht murmelend vliedt het water van de rivier met een snelheid van vijfentwintig kilometer per uur voorbij. Sinds de vorige avond is het niet verder gestegen. Een kilometers brede bijna roerloze watervlakte, met alleen boven de ondergelopen zomerkade een streep van brekend water. Bij het peilhuis vist Thijs met een pikhaak een boomstronk uit het water die de afgelopen nacht tegen de dijk heeft liggen bonken. Niemand is bang, maar iedereen is alert.Het is donderdagmiddag en het tijdstip van verplichte evacuatie is al uren verstreken. Zo nu en dan rijdt met hoge snelheid een politie-auto voorbij. In de polder flitsen zwaailichten bij rotonden op lege wegen. In Dalem, op de grens van twee gemeenten, heeft de mobiele eenheid onder dwang zakenman Jan Mens uit zijn landhuis tegenover slot Loevestein gehaald. In de huizen onder aan de dijk wegen de achterblijvers hun kansen. Ze besluiten het te laten aankomen op een confrontatie.Ik rijd naar het oude centrum dat een paar jaar geleden bescherming kreeg van een nieuwe dijk. De enkele honderden mensen die hier wonen voelen zich veilig en besluiten niet te vertrekken. Traag nadert vanuit de richting van de molen een gepantserd busje van de mobiele eenheid. Acht, tien politiemannen stappen uit. Ontspannen mengen ze zich tussen de groepjes mensen en wijzen hen erop dat de verplichte evacuatie is ingegaan. Oud-brandweercommandant Jan Bijl, die het gezag nimmer heeft tegengesproken, zegt dat ze hem uit het huis zullen moeten drágen. Hans van Krieken, een gereformeerde boer die meent dat de overheid als dienaresse Gods over ons gesteld is, reageert ontstemd. Hij wijst naar het noorden waar de rijksweg tussen Rotterdam en Nijmegen ligt: ‘Ik vind het inconsequent. Wij moeten het huis uit terwijl het verkeer daar gewoon doorgaat. Als er water komt verzuipen ze in hun auto als ratten maar wij blijven hier droog. Hier is het veilig.’ De pelotonscommandant, een blozende jongen uit Friesland, zucht en mompelt dat hij het ook niet weet. Hij slaat de lange lat tegen de broekspijp en zegt: ‘Het heeft geen zin hier te gaan matten, ik vind het allemaal redelijk. Ik ken de situatie niet en voor mijn gevoel is hier geen levensdreiging. Wat mij betreft blijven jullie zitten.’ Hij roept zijn mannen bij elkaar en besluit naar de polder te gaan om te kijken wie daar is achtergebleven.Een halfuur later bel ik met A. Bergshoeff, pas aangetreden als burgemeester van Lingewaal. Hij reageert overspannen: ‘Wat doet u daar, u hoort het gebied onmiddellijk te verlaten.’
De mobiele eenheid vindt van niet, zeg ik.
De burgemeester barst in woede uit: ‘Die mobiele eenheid is volstrekt verkeerd aan het werk, dat heb ik al eerder begrepen. U moet weg, iedereen moet weg, dat heb ik de pelotonscommandant al eerder laten weten.’Maar die heb ik net nog gesproken
De burgemeester: ‘Dan ga ik hem nu weer bellen. Iedereen moet het gebied verlaten. Het wordt tijd dat de mobiele eenheid zich aan de opdracht houdt.’Vier dagen later, als het dorp, dat nooit onveilig is geweest, tot veilig gebied wordt verklaard, zitten de weerspannige dorpsbewoners er nog steeds.Overal in het rivierengebied heerste stil verzet tegen de evacuatie. Koppige, eigenwijze mensen die meer vertrouwen hebben in de dijk dan in de burgemeester, weigerden hun huizen te verlaten. In Gameren bleven veertig tuinders op hun kwekerij. Soms werd iemand op straat door de mobiele eenheid opgepakt en naar een opvangkamp gebracht. Een paar uur later was zo’n man dan weer terug want het was onmogelijk een hele polder af te sluiten. Op het eiland van Nederhemert bleef iedereen in zijn huis. Zelfs de waarnemend dijkgraaf van Groot Maas en Waal verbleef op illegaal terrein. Boeren in het polderdorp Bern gingen op de vuist met politiemensen die – omdat het tijdstip van evacuatie verstreken was – wilden verhinderen dat veewagens de polder inreden.En in Nederhemert-Noord weigerden veertig getrouwen rondom dominee W.J. op ’t Hof het dorp te verlaten en brachten de tijd door met waken en bidden. De sekte van dominee Op ’t Hof behoort tot ‘Het Gekrookte Riet’, een groepering binnen en buiten de Gereformeerde Bond in de hervormde kerk. De leden zijn van het zogenaamde ‘bevindelijke’ type, dat wil zeggen dat zij hechten aan ‘existentiële’ geloofservaringen. De gereformeerde bonders vinden zij linkse losbollen. Als het water komt, komt het als een dief in de nacht. Dan kan je maar beter stil zitten en het oordeel afwachten.Ik vraag dominee Op ’t Hof – die een paar jaar geleden nog in het nieuws was toen hij weigerde zijn elfde kind te laten inenten – of hij niet in conflict kwam met de wereldse overheid. Hij zegt: ‘Nou, het was wel een oorlogstoestand hoor. Je moest ontzettend uitkijken dat je geen ME’ers tegenkwam. Eén keer heb ik niet kunnen verhinderen dat een jongen is opgepakt. Een andere keer moest ik een paar gemeenteleden uit de handen van de ME redden. Letterlijk. Die liepen op straat en de politie dacht toen dat ze met inbrekers te maken hadden. Tien ME’ers hadden het huis omsingeld. Ik ben daar toen heen gegaan, anders was er bloed gevloeid.’ Toch was het, zegt de dominee, een ‘aardige’ tijd. ‘Iedere dag hielden we een avondsluiting, dan kwamen de mensen naar de kerk geslopen. Er kwamen hier zelfs roomsen, mensen die anders nooit komen. Elke avond waren we met vijftig man.’Nooit bang geweest?
Dominee Op ’t Hof: ‘In al die dagen heb ik sterk de indruk gehad dat de pers enorm overdreef. Ik zal u één voorbeeld noemen. Toen de radio meldde, misschien was het ook wel voor de televisie maar die heb ik niet, dat het water over de dijk bij Hurwenen liep, bevond ik mij toevallig op die plaats. Er was niets aan de hand. Het was één grote angstpsychose. Ik vraag me af of die niet bewust door de overheid is veroorzaakt. Zelf ben ik niet bang geweest, maar de situatie was natuurlijk wel een roepstem voor land en volk.’Er gebeurde geen ramp, er kwam geen watersnood. Het was hoog water. Een paar centimeter hoger dan Kerstmis 1993 toen het ietsje hoger stond dan in 1988 en in 1983. Het enige verschil was dat het water langer tegen de berm reed en dat vanuit het zuiden een krachtige wind woei. Maar dat was ook weer een geluk. Want aan de noordkant zijn de dijken het sterkst en daar resteerde zelfs bij de venijnige golfslag nog een reserve van één meter.Natuurlijk, er waren spannende momenten. Opnieuw denderden F-16-straaljagers van het 306-Fotoverkenningssquadron boven de rivier om foto’s te nemen van ‘zwakke plekken’ van de dijk. En net als met Kerstmis 1993, toen 30.000 foto’s werden gemaakt waarover nooit meer iemand iets heeft vernomen, bleken ook nu weer de foto’s onbruikbaar.Reporters trokken weer massaal het rivierengebied in – zij het deze keer met beperkte vrijheden. In georganiseerde bustochten trokken ze aan de hand van functionarissen van het Regionaal Coördinatiecentrum door het rivierengebied. De dijken stonden ‘op springen’, zo introduceerden ze een nieuw dijktechnisch fenomeen. Zelfs in 1953, toen de situatie vanzelfsprekend onvergelijkbaar was, sprongen er geen zeedijken, maar werden ze door de extreem hoge watervloed aan de binnenkant uitgehold, waardoor gaten ontstonden.Een andere keer was sprake van ‘scheuren’ in het asfalt van de dijk. Zoiets valt regelmatig te zien, maar betekent niet dat het dijklichaam zich splitst. Terwijl de koppen in de krant langzaam naar een climax voerden, kwam onvermijdelijk de ontgoocheling voor de televisiekijkers. Er gebeurde niets ernstigs. Toen het water wat sneller viel dan normaal bij hoog water, zakten zelfs de dijken niet als ‘een plumpudding’ in elkaar. Er ontstond evenmin chaos op de weg van terugkerende bewoners. Dijken zijn aangelegd om het land tegen hoog water te beschermen – dat deden ze, hier en daar met een beetje hulp van genie en shovels.Eigenlijk zou in die dagen en de dagen die volgden de grootste dreiging uitgaan van de kleine autoriteit. Van onderling ruziënde burgemeesters, parmantige dijkgraven en anonieme ambtenaren die plotseling beladen werden met uitvoerende macht. Toen in de rampenplannen uur nul aanbrak, stuurden ze tweehonderdduizend mensen op de vlucht als een generale repetitie voor de jongste dag. Het was een geluk dat in de nacht van maandag op dinsdag, toen duizenden urenlang onwrikbaar vaststonden op de smalle Van Heemstrabaan in de Bommelerwaard, de dijk bij Hurwenen niet echt brak. Vorige week trokken de kamerleden P. van Heemst (PvdA), Jos van Rey (VVD) en P.J. Biesheuvel (CDA) lieslaarzen aan en verloren, lopend langs de Maas, net als destijds minister Bakker, hun hoofd. De schop moest in de grond, onmiddellijk. De procedure van de Milieu-effectrapportage moest aan de kant worden geschoven. Er moesten noodwetten komen. En de milieubeweging, zei Van Rey, was de schuld van alles. Prompt werd oud-kamerlid Ria Beckers bedreigd, schoot een onbekende schutter zijn vuurbuks leeg op de woning van de Varikse kunstschilder Willem den Ouden en kreeg Richard Siebers van Red ons Rivierlandschap te horen dat hij in de Waal zou worden ondergedompeld. De huizen van de drie staan nu onder verscherpt politietoezicht. Van Rey bood zijn excuses aan. Maar onvergeeflijker is dat hij en zijn twee kornuiten gebrek aan standvastigheid toonden. Ze raakten in paniek, riepen maar wat. Anderen namen hun beschuldigingen over. Zelfs de oude baron Van Verschuer kwam weer te voorschijn uit zijn landgoed Mariënwaard in Beesd. Een kwarteeuw geleden stond hij als Gelders gedeputeerde achter omstreden fantasieloze dijkaanleg in de Bommelerwaard. Nu riep hij er in NRC Handelsblad schande van dat ze aan Willem den Ouden een verhaal hadden gewijd. Het ergste was dat de drie kamerleden een gebrek aan historische kennis demonstreerden en dat ze, ontzet door het opkomende water, hun controlerende macht overdroegen aan de kleine autoriteit.De gebeurtenissen herhalen zich. In 1927 tekende ir. Joh van Veen zijn eerste lijnen dwars door de mondingen van de zeegaten aan de kust. Drie jaar later oordeelde een commissie van Rijkswaterstaat dat verhoging van de zeedijken dringend noodzakelijk was. Er was in 1953 een ramp nodig met tweeduizend doden voordat het Deltaplan zou worden uitgevoerd. Aan het eind van de jaren vijftig werd duidelijk dat na de zeedijken, versterking van de rivierdijken nodig was. In de Tielerwaard beloofden in die tijd dijkgraven en burgemeesters sterke dijken als boeren hun boerderijen zouden verplaatsen naar de komgronden in de polder – vijf meter onder de waterspiegel. Hans van Krieken (49), boer in Herwijnen herinnert zich: ‘Er zijn toen 140 nieuwe boerderijen gebouwd op plaatsen waar de boeren normaal nooit zouden bouwen omdat het gevaarlijk was. Maar wij kregen de garantie dat de dijken hoger en sterker zouden worden. Dat is tot op de dag van vandaag niet gebeurd.’Er was al volledige overeenstemming over de oplossing die de Commissie-Becht voorstelde. Maar er was niemand die de nieuwe manier van dijkverzwaring in praktijk bracht. De Tweede Kamer nam geen enkel initatief. In die jaren werd H. van Rossum, lid van de Staatkundig Gereformeerde Partij en civiel ingenieur, door de kamerleden als absolute deskundige beschouwd. Hij domineerde in de discussies over waterstaatszaken, was lid van de Commissie-Becht, maar ondernam nimmer een poging om de nieuwe richtlijnen door de waterschappen en polderdistricten te laten overnemen. Dat kwam omdat hij een minderheidsstandpunt in de Commissie-Becht innam. Een paar jaar later kwam het kabinet Van Agt-Wiegel met Bestek ’81 en daarin was geen geld voor de veiligheid van de dijken. Later, in 1990, berichtte de Algemene Rekenkamer in een brief ‘dat de regering tussen 1983 en 1989 de Tweede Kamer onvoldoende attent heeft gemaakt op de financieringsproblemen, waardoor de dijkversterkingen vertragingen opliepen’. Er was in die jaren wel geld voor een stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg omdat de regering het economisch belang van de Rotterdamse haven hoger achtte dan de veiligheid van de mensen in het rivierengebied.Intussen deden de polderdistricten weinig of niets aan het onderhoud van de dijk. Het is een beetje het verhaal van verloedering en de conducteur op de tram.Toen de paar stukken dijk die in de jaren tachtig wel onderhanden genomen werden, weer op dezelfde traditionele, fantasieloze manier tot stand kwamen rees opnieuw het protest. De Commissie-Boertien kwam en deelde de aanbevelingen van de Commissie-Becht. Het curieuze is dat terwijl door het water van slag geraakte kamerleden de verderfelijke invloed van milieuactivisten verdoemen, de strijd eigenlijk sinds enige tijd gestreden is. Er zijn geen noodwetten nodig. De Mer-procedure hoeft helemaal niet aan de kant te worden gezet. Bijna overal in het rivierengebied bestaat overeenstemming tussen de dijkstoel en de bewoners over de methode die gevolgd gaat worden.Het is dan ook helemaal geen nieuws als nu bericht wordt dat Gelderland zijn plannen klaar heeft.
Er is voor vijf trajecten een ontheffing van de Mer-procedure gegeven.
Er is in verreweg de meeste gevallen een akkoord met de bewoners bereikt.
Er bestaat tussen niemand verschil van inzicht over de veiligheid.
Dat was allemaal vorig jaar al zo.In Het wassende water van Herman de Man zegt Gieljan Beijen, de heemraad: ‘Ja, nu zag een elk het toch in: wat is Holland? Holland is een armzalige lage kom, weerloze prooi van het water, zo de machtige dijken ’t begeven.”De heren wieren er koud en stil van.’ In 1995 hebben de dijken het opnieuw gehouden. Na de watersnoodramp in Zeeland, 1953Vrij Nederland van 11 februari 1995

Polderpers