Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

De deadline-blues en ander gereedschap

HET JOURNALISTIEKE AMBACHTHet Katholiek Instituut voor Massamedia onderzocht of de kwaliteit van een krant te onderzoeken valt. Het antwoord was nee, maar er moest toch een boek van komen. Twintig oud-studenten van de Stichting Cursussen Wetenschapscorrespondentie keken eveneens in de keuken van de krant, en namen de tip om geen clichés te schrijven ernstig op.KRANT; KWALITEIT Verkenningen rond de onderzoekbaarheid van journalistiek Redactie Huub Evers en Anita van Hoof Uitgever Bohn Stafleu Van Loghum, 162 p., 355,-.DE KEUKEN VAN ARGUS Achter de schermen van de journalistiek Redactie Liesbeth Koenen, Rik Smits en Mans Kuipers Uitgever Atlas, 154 p., 329,90Eindelijk, zo dacht ik bij het openslaan van Krant; kwaliteit, zal dan eens beschreven worden of bijvoorbeeld NRC Handelsblad, die zichzelf afficheerde als ‘kwaliteitskrant’, werkelijk een krant met kwaliteit is.Al snel werd ik teleurgesteld. ‘Qualität im Journalismus definieren zu wollen, gleicht dem Versuch, einen Pudding an die Wand zo nageln,’ zo wordt de Berlijnse hoogleraar in de Allgemeine Publizistik dr. Stephan Russ-Mohl geciteerd. Als Duitsers het begrip kwaliteit niet eens kunnen omschrijven, is dat voor Nederlandse wetenschappers helemaal onmogelijk. De bijzonder hoogleraar Ton A.L.G. Wentink probeert het nog wel: ‘De kwaliteit van een krant is de som van de kwaliteit van het journalistiek produkt, het advertentiemedium en het technisch gedrukt produkt.’ Met een verschrikkelijke omhaal van woorden concludeert hij vervolgens dat ‘de journalist een prominente functie heeft in bewaking en verbetering van de kwaliteit van de krant als journalistiek produkt. De professionele houding vraagt om gerichtheid op de lezer. Dat betekent dat die meer moet worden betrokken bij het proces van kwaliteitsverbetering.’Wentink is geschoold in het management van productiviteit en kwaliteit in organisaties. Twintig jaar geleden raakte hij wereldberoemd in journalistiek Nederland met de razend interessante conclusie dat journalisten niet tot de zogenaamde professionele beroepsgroep gerekend kunnen worden, maar dat ze semi-professioneel zijn. Wentink, die gewend is zeeppoeders en auto’s met elkaar te vergelijken, in termen van marktoriëntatie denkt en de cliënt met klant aanspreekt, meent dat ‘journalisten doorgaans weinig behoefte hebben om de lezer als klant te betrekken bij de beoordeling van de kwaliteit van hun produkten’. Ze zijn ‘onverschillig, gedistantieerd en arrogant en het semi-professionele karakter van de beroepsuitoefening is hiervoor ten dele een verklaring’.Zou Wentink soms ooit door een krant onheus behandeld zijn dat hij er zo lustig op los generaliseert? Ik heb trouwens nieuws voor hem. Journalistiek is gewoon een ambacht dat met veel vlijt, liefde en hartstocht wordt beoefend. Zodra wetenschappers zich met journalistiek gaan bezighouden, gaat het mis. Krant; kwaliteit is daar een voorbeeld van. Anita van Hoof, van wie een proefschrift over het thema ‘krant en kwaliteit’ wordt aangekondigd, filosofeert dat ‘te weinig pagina’s de kwaliteit van een krant naar beneden trekt’. Ze zou eens meer in dagblad Trouw moeten lezen. Trouw heeft betrekkelijk weinig pagina’s, maar is een voorbeeld van selectie en kwaliteit. Een pagina verder verhaalt Hoof hoe de wensen van de adverteerders de kwaliteit en de betrouwbaarheid van kranten kunnen bedreigen. Laat ze The Independent vaker kopen. Het bestemt de beste nieuwspagina’s voor de adverteerders, maar is desondanks een van de betere Britse kranten. Er staan allerlei rare, overbodige opmerkingen in Krant; kwaliteit. De docent media-ethiek aan de Academie voor Journalistiek en Voorlichting in Tilburg, dr. H. Evers, vraagt zich bijvoorbeeld in verband met de ‘kwaliteitscontrole’ af ‘welke greep de journalist heeft op de betrouwbaarheid van door derden aangeleverde informatie’. En Van Hoof heeft het over ‘kwalitatief goede en kwalitatief slechte bronnen die in theorie gecheckt dienen te worden’.Met die vragen worstelen journalisten nou elke dag. Daar hoef je geen wetenschapper, professioneel of semi-professioneel voor te zijn. Dat behoort tot het journalistieke ambacht. Het lijkt me overigens een goed idee dat, zodra de communicatiewetenschappers weer een boekje willen publiceren, ze eerst een cursus journalistiek schrijven volgen. Dat zal veel irritatie bij het lezen kunnen wegnemen.In De keuken van Argus brengen zo’n twintig oud-studenten van de Stichting Cursussen Wetenschapscorrespondentie hun dank uit aan hun cursusleider Frans Kempers. Ik weet niet of hij blij is met het resultaat. Er staan een paar aardige stukjes in van bijvoorbeeld Koos Schwartz van Trouw en van freelancer Liesbeth Koenen. Maar wat moet ik met rare begrippen als ‘deadline-blues’, ‘bezorgertjescyclus’ en ‘september dip’?Kempers zal zijn studenten ongetwijfeld hebben proberen bij te brengen origineel te zijn, nooit clichés te gebruiken en altijd ruimschoots de tijd te nemen voor een lead. Maar dat moet niet te gek worden. Ik ben het ook niet eens met zinnen als: ‘Hoe meer je schrijft, des te beter het gaat, des te sneller spring je om met je gereedschap: taal.’Als Rob Biersma, redacteur wetenschap van NRC Handelsblad, schrijft over het grote verschil tussen krant en televisie en concludeert dat ‘de redactie altijd wordt gecorrigeerd door haar lezers, terwijl de televisiemaker vaak steeds verder wegdrijft in zijn eigenwaan’, zegt dat veel over Biersma. En Margreet Fogteloo van de redactie buitenland van het Utrechts Nieuwsblad mist fantasie. Zo deelt ze mee dat ze alles wist van de conflicten op de afdeling cardiologie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Ze kon er niets over schrijven ‘om de simpele reden dat ik het bed deel met een van de kindercardiologen’. Ze moest daarom ‘met kromme tenen’ toezien hoe haar collega’s zich af en toe ‘door woordvoerders van het ziekenhuis op het verkeerde been lieten zetten’. Ze had haar collega’s toch, volgens het systeem van goed ingelichte bronnen die anoniem willlen blijven, voor vallen kunnen behoeden? Even later schrijft ze heel gedecideerd dat het ‘meestal onzichtbaar blijft in hoeverre journalisten een vergoeding ontvangen voor een artikel op bestelling. Maar dat het gebeurt is een feit.’ Kom met bewijzen, mevrouw Fogteloo. Heeft Kempers u dat niet geleerd?Vrij Nederland 24 augustus,1996

Polderpers