Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Broeder

RUDIE VAN MEURS – Een enkele keer zit het leven vol avontuurlijke wendingen. Ooit verdeelde mr. Th.J. Elzinga uit Noord-Holland zijn dagelijkse bezigheden tussen een docentschap aan een meisjesschool in Bergen, een part-timefunctie als kandidaat-notaris in Schagen en een handeltje in antiek dat hij zelf uit Frankrijk haalde. Daarnaast bleef ruimschoots tijd over voor zijn hobby, het sleutelen aan zijn drieëntwintig antieke auto’s waarvan de 12 cilinder 1934 Rolls-Royce en een Citroen uit 1912 tot de favorieten behoren. Elf jaar geleden werd hij beëdigd tot notaris in Nieuwe-Niedorp – met zijn tweeëndertig jaar op dat moment de jongste van Nederland. Door de koningin zelf geroepen ‘de eer en waardigheid’ van het ambt hoog te houden en hij beloofde dat met de driedelige eed ‘eerlijk, onpartijdig en zwijgzaam’ te zijn. Vanaf toen kwamen zijn wérkelijke capaciteiten aan het licht. Bij zijn komst was het kantoor in Nieuwe-Niedorp zeg maar een haast failliete boedel, ouderwets, vervallen en met een omzet die geen naam mocht hebben. Dat veranderde spoedig. Al snel groeide het aantal akten tot vijfhonderd per jaar, weliswaar iets beneden de omzet van een gemiddeld kantoor maar de omvang van de handelingen was nu zodanig dat Elzinga gemakkelijk op een regulier bruto inkomen van ruim twee ton per jaar kon komen. Maar er gebeurde veel meer.
Elzinga werd commissaris, aandeelhouder, financier en adviseur. Tot ver buiten zijn standplaats verbreidde zich het gerucht over de mogelijkheden die de onorthodoxe aanpak van deze notaris bood. Vooral zijn fiscale adviezen werden in sommige kringen hoog aangeslagen. Weldra werd zijn kantoor dan ook gefrequenteerd door obscure speculanten en ordinaire handelaars in wind die in Ferrari’s en Rolls-Royces tussen Amsterdam en West-Friesland pendelden. Als partner in ondernemingen en deelnemer in onroerend-goedfondsen (zij het dan dat hij zich verschool achter Elba Beleggingen bv die op naam van zijn vrouw staat) inspireerde hij tot aan- en verkoop van onroerend goed waarvoor de akten door zijn kantoor werden gepasseerd. Ooit zei Elzinga tegen een confrère in de ring Alkmaar: ‘Ik doe alles wat de wet niet verboden heeft.’ Maar daar bleef het niet bij. Hij zondigde ook vrijelijk tegen de ereregels en de gedragsregels die de zo illustere Koninklijke Notariële Broederschap zo nu en dan met veel gewichtigheid verspreidt en aanscherpt — maar vervolgens houdt ze bij het toezien of ze ook werkelijk worden nageleefd angstvallig de vingers voor de ogen. Want een beetje organisatie die zichzelf respecteert zou niet dulden dat er broeders en zusters zijn die de codes van ‘integriteit en reputatie’ aan hun laars lappen. De Koninklijke Notariële Broederschap wél. Toen Vrij Nederland vijf jaar geleden de namen van tien notarissen publiceerde die het notariaat te schande maakten, reageerde de algemeen secretaris van de Broederschap mr. P.C.T. Hengeveld met: ‘Als je actief bij de notaris gaat controleren schop je de onafhankelijkheid onder zijn stoel vandaan.’ Nee, waar Hengeveld en de Broederschap zich wél druk om maken is te voorkomen dat de faux pas van de confrères in de openbaarheid komen. En zo kon het gebeuren dat notaris Elzinga een aantal maanden geleden om eervol ontslag vroeg, dat hem per ingang van 1 september van dit jaar wordt toegekend. Het is op zich al opmerkelijk dat een notaris in de kracht van zijn leven (Elzinga is nu drieën-veertig) ermee ophoudt. Het is nog verbazingwekkender dat hij het ontslag eervol krijgt. Een woordvoerder van de Kamer van Toezicht op notarissen in Den Haag zei eens tegen VN (over het woord eervol ontslag): ‘Och, dat is louter formeel. Zelfs de grootste schurk gaat nog met eervol ontslag. Je moet het wel erg bont maken om het niet te krijgen.’ Toch had Hengeveld kanttekeningen kunnen maken bij het eervol ontslag van Elzinga -al was het alleen maar om te voorkomen dat een aantal wel keurige notarissen, zoals een van hen het formuleert, ‘weer jarenlang last kan gaan ondervinden van een nieuwe rel binnen het notariaat’. Want al op 19 november 1980 ontving de algemeen secretaris van de Koninklijke Notariële Broederschap uitvoerige documentatie over de uiterst creatieve manier waarop Elzinga het notariaat uitoefende om er zelf beter van te worden. In plaats van actie te ondernemen, zond Hengeveld het belastende materiaal door naar de ring Alkmaar van de Broederschap. Die zond drie maanden later aan de klager een lullig briefje, ondertekend door secretaris mr. H.C. Willemsen, met onder meer de zinsnede: ‘Overigens is het ringbestuur van mening dat u niet de notariële werkzaamheden van de heer Elzinga in het geding brengt, doch zijn optreden als behartiger van zijn eigen belangen waarbij hij naar uw oordeel zich niet gedraagt zoals op grond van zijn positie als notaris mag worden verwacht…’ Dat die zaken vanzelfsprekend door elkaar heen lopen bevestigde het Broederschap een paar maanden later met een rondschrijven met daarin aangescherpte gedragsregels ‘voor notarissen in financieel en fiscaal opzicht en als particulier’. ‘Met deze regels wordt beoogd enerzijds de notarissen een richtsnoer te geven bij de bepaling van hun houding in een concrete situatie en anderzijds normen te stellen waarvan overschrijding aanleiding kan zijn tot tuchtrechtelijke maatregelen.’ Hengeveld is nadien nog minstens drie keer door verontruste notarissen over Elzinga onderhouden. Hij deed niets, bang voor ongunstige publiciteit.
Inmiddels is het onderzoek opgepakt door de rijksrecherche die nu al weer maandenlang de handel en wandel van Elzinga onderzoekt en als ik het goed begrepen heb zal zeer snel tot actie worden overgegaan. En weer zal de reputatie van de notaris geschonden worden. Voor dit verhaal is Elzinga nadrukkelijk een aantal malen om commentaar gevraagd. Hij heeft het niet op journalisten voorzien en laat via zijn kandidaat mr. H. T. Hubbeling (zijn gedoodverfde opvolger) weten geen zin in een gesprek te hebben. En Hubbeling is zo loyaal dat hij zijn baas gelijk geeft. Binnen het notariaat in Noord-Holland bestaat enige vrees dat Hubbeling zijn patroon Elzinga gaat opvolgen. Gesuggereerd wordt zelfs dat de twee van rol zullen wisselen, Hubbeling de nieuwe notaris en Elzinga zijn kandidaat die dan nog voldoende tijd overhoudt voor een juridisch adviseur-schap. Maar voor het zover is zal Hubbeling heel wat moeten uitleggen aan de president van de Alkmaarse rechtbank, die voorzitter is van de Kamer van Toezicht over notarissen. Weet Hubbeling bij voorbeeld dat Elzinga akten passeert voor zijn eigen besloten vennootschap? Weet Hubbeling dat Elzinga onroerend-goedfondsen heeft opgezet waarvoor akten op het kantoor in Nieuwe-Niedorp worden gepasseerd? Weet Hubbeling dat Elzinga geld heeft geleend (althans geld uit de bv waarvan hij aandeelhouder was) aan bedenkelijke handelaren in onroerend goed die hun transacties voor Elzinga verlijden? Weet Hubbeling dat Elzinga het bij de gemeente Winkel verbruid heeft door daar de rol van niet-onafhankelijke adviseur te spelen? En weet Hubbeling wat voor een omstreden rol zijn patroon speelde in de affaire Jan Bart BV?

‘Zelfs de grootste schurk gaat nog met eervol ontslag. Je moet het wel erg bont maken om het niet te krijgen’

De lucratieve handel en wandel van notaris Elzinga
Aan het eind van de jaren zeventig gingen de zaken bij Kütemann Uitzendbureau bv in Beverwijk zo goed, dat van de winst een kleine vijf ton kon worden uitgeleend aan Real Estate Amterdam bv. Het waren toen nog de gouden jaren van de speculanten, scharrelaars in besloten vennootschappen en windhandelaars in onroerend goed. Real Estate Amsterdam bv behoorde tot de kongsie die eraan bijdroeg dat de huizenprijzèn explodeerden. Maar wie zaten achter Kütemann Uitzendbureau die de handelaren in onroerend goed de kans boden hun slag te slaan?

In zijn beschuldigende brief aan de Koninklijke Notariële Broederschap schrijft P.R.G. Kütemann (grondlegger van het gelijknamige uitzendbureau) : ‘Zo langzamerhand begint het tot mij door te dringen dat notaris Th.J. Elzinga uit Nieuwe-Niedorp het brein is achter een aantal tot nu toe door mij niet te verklaren ontwikkelingen (…) Elzinga was en is nog steeds initiatiefnemer van het oprichten van onroe-rend-goedfondsen. Hij trommelde daartoe cliënten bijeen met een dikke portemonnee. Elzinga deed altijd mee doch dat mochten de andere participanten niet weten (…) Er werden hele straten gekocht in Amsterdam, panden werden in appartementen gesplitst. Ik zag alleen maar winst. Elzinga was hier de adviseur en expert, hij vond steeds weer gaten in anti-splitsings-verordeningen en iedereen prees hem om zijn belangeloze adviezen.’ Die brief werd, voor de goede orde, ruim vier jaar geleden geschreven. De Broederschap deed niets en sindsdien zijn de ontwikkelingen in het notariaat In Nieuwe-Niedorp alleen nog maar stormachtiger verlopen. Dit verhaal gaat over onroerend goed, een katvanger, over handelaren maar vooral over een notaris. En omdat de notaris de hoofdpersoon is, is eerst een kleine zedenschets noodzakelijk. Want als van iedereen een hoogstaand moreel gedrag verwacht mag worden, geldt dat voor een notaris In het kwadraat. Als richtsnoer voor zijn handelen gelden ere- en gedragsregels maar die worden helaas — net als CDA-politici met de bijbel doen — soms met voeten getreden. Voor het vervolg is het goed te weten met welke gedragsregels van de Koninklijke Notariële Broederschap Elzinga voortdurend in conflict is: ‘belegging in onroerend goed heeft voor de notaris een bijzonder aspect. De notaris is bij verkoop en financiering de onafhankelijke juridische raadgever. Aangezien de cliënt ervan uit moet kunnen gaan dat de notaris inderdaad onafhankelijk staat tegenover het onroerend goed als vermogensobject, dient de notaris zeer terughoudend te zijn in eventuele belegging in onroerend goed’ ‘zoals iedere met verantwoordelijkheid beklede burger zal ook een notaris zich moeten onthouden van “fiscale beleggingen” en andere “fiscale constructies” die indien zij openbaar zouden zijn gemaakt tot aanstoot aanleiding zouden kunnen geven waardoor het aanzien van het openbaar ambt wordt geschaad’ ‘de notaris dient zich te onthouden van alles dat afbreuk zou kunnen doen aan het vertrouwen in het notariaat, waaronder begrepen het vertrouwen in de notaris als onafhankelijk juridisch adviseur. Het vervullen van commissariaten, adviseurschappen kan voor de notaris problemen oproepen’ (uit een rondschrijven aan notarissen in augustus 1981). En al eerder (op 25 juni 1977) werd de beruchte aanschrijving verzonden waarin notarissen gewaarschuwd werden voor ‘handel en actieve belegging in onroerend goed hetzij rechtstreeks hetzij door middel van vennootschappen waarin een notaris geïnteresseerd is en hetzelfde geldt voor financiering, ontwikkeling en dergelijke van onroerend goed’. Al die zaken betekenen een ‘risico voor afbreuk van vertrouwen in het notariaat.’ Hoe heeft Elzinga zoal het vertrouwen ondermijnd?

Nuttige inbreng
Het begint omstreeks 1975. Elzinga is dan een jaar notaris en bij hem vervoegen zich twee jonge ondernemers, P.R.G. Kütemann en J.M.C. Bakkers. Zij willen een uitzendbureau beginnen en hebben daarvoor advies nodig van de notaris. Die adviseert om het niet met zijn tweeën te doen, ‘want dan kunnen bij belangrijke beslissingen de stemmen staken en daar zal het bedrijf onder lijden’. Elzinga zegt: ‘Je moet er iemand bijnemen die je kan vertrouwen, die als het nodig is het verlossende woord spreekt. Twee procent van de aandelen voor zo iemand is genoeg.’ Het onvermijdelijke gebeurt. Elzinga krijgt twee procent van de aandelen. Hij wordt officieel commissaris en zal dat tot 1 juli 1978 blijven, hij deelt voor tien procent in de winst en hij zal over 1976 en 1977 (volgens de bedrijfsoverzichten van het accountantskantoor Wiedijk) bijna vijftig mille aan commissarisvergoeding ontvangen. In zijn brief aan de Broederschap schrijft Kütemann: ‘Ik moet zeggen dat Elzinga tijdens de duur en loop van Kütemann Industrie Diensten/Kütemann Uitzendbureau b v een bijzonder nuttige inbreng heeft gehad. Hij gaf zich volledig tijdens de vaak nachtelijke vergaderingen. Hij besliste mee in alle operationele, personeelszaken en commerciële zaken.’
In 1977 boekt het bedrijf ruim een miljoen nettowinst. Het gaat boven verwachting. Kütemann schrijft: ‘Elzinga wist altijd raad om de winst bulten de fiscus te houden. De constructies bestonden steeds weer uit het Investeren in onroerend goed, waarvoor Elzinga de aktes passeerde.’ Normaal gesproken zou de winst van ruim een miljoen voor de helft opgaan aan vennootschapsbelasting. Maar Elzinga, die dus recht heeft op één ton van de winst, adviseert anders. Op zijn aanraden koopt Kütemann Uitzendbureau bv op 2 november 1977 het winkelcentrum Prlncenhof in Bovenkarspel voor de som van drie miljoen gulden. Nu behoeven de ondernemers én de notaris geen cent belasting te betalen want in die jaren beloonde de regering het bedrijfsleven dat vaste activa kocht met investeringsaftrek en vervroegde afschrijving. Elzinga en zijn twee vennoten bevinden zich op dat tijdstip in goed gezelschap.
Want — dit even terzijde — omstreeks diezelfde tijd zetten de oud-KVP-staatssecretaris van Financiën prof.dr. F.H.M. Grapperhaus en de oud-KVP-staatssecretaris van Financiën dr. W.L.G.S. Hoefnagels de brievenbusfirma Ponte op waardoor zij op eenzelfde wijze als Elzinga c.s. konden profiteren van faciliteiten en een aantal jaren nauwelijks belasting behoefden te betalen. En na de publikatie van die affaire (in VN van 8-10-1977) bleek dat ook de toenmalige minister van Economische Zaken drs. R. Lubbers de fiscus tilde. Allen maakten ze oneigenlijk gebruik van de regeling omdat die primair gold voor het doen van investeringen die de werkgelegenheid zouden stimuleren. En daar was — ook bij aankoop van het winkelcentrum Princenhof — geen sprake van. Voor notaris Elzinga had de transactie nog een aantrekkelijk nevenaspect. Op zijn kantoor werd vanzelfsprekend de akte verleden en dat leverde hem het nettobedrag van ƒ7363,— op.
Nog steeds floreert Kütemann Uitzendbureau. De winst groeit en Elzinga introduceert eind 1977 twee handelaren in onroerend goed die hij persoonlijk kent en met wie hij in zee wil, het zijn P. Pascha en J. Groozen, Vooral mededirecteur J.M.C. Bakkers van het uitzendbureau is enthousiast. Pascha en Goozen zijn instant-zakenmensen, omhoog gekomen op de golven van de hoogconjunctuur die de markt van het onroerend goed dan beleeft. Pascha is een wat parvenu-achtige figuur die op het hoogtepunt van zijn succes een goudkleurige Rolls-Royce aanschaft. Het is niet iemand die iedereen tot zijn zakenrelaties zou wensen, om het eens voorzichtig te zeggen. Hij opereert nooit privé maar verschuilt zich achter een reeks besloten vennootschappen. Hij is bijvoorbeeld directeur van Pascha Vastgoed bv die vervolgens de directie voert over Real Estate Amsterdam bv of Real Estate Abbe-kerk bv. Later neemt Staten Beheer bv de directie over van Real Estate Amsterdam en daar blijkt ook Pascha mee van doen te hebben. Pascha is ook directeur van de Reinsteen bv die vermogens beheert. Hij doet mee in het beleggingsfonds Platiniet, waarin Elzinga twintig mille heeft gestort en waarin ook Bakkers en Kütemann deelnemen. Een favoriete uitdrukking van Pascha tegenover de drie is: ‘Ik heb een straatje gekocht, wil je even kiepen,’ wat zoveel betekende dat hij geld nodig had.
Later — het is dan al 1981 — zal Elzinga voor Pascha een besloten vennootschap te voorschijn toveren (de Jan Bart bv) die zal worden omgedoopt tot Onroco bv waarmee Pascha zich in het schandaal van de Tilburgsche Hypotheekbank zal storten. Ook nu weer is Pascha uiterst veelzijdig, want behalve met Onroco ‘benadeelt’ (uit het rapport over de Tilburgsche van de commissie-C. Rijnvos e.a.) hij de Tilburgsche Hypotheekbank ook met Centurio Vastgoed/Zuidbouw bv en Adel-brecht Vastgoed bv. Om het beeld, hoe hecht het allemaal in elkaar grijpt, te completeren is het nuttig hier ook te melden dat na Pascha de heer J.M.C. Bakkers (juist van Bakkers, Elzinga en Kütemann) directeur werd van Adelbrecht Vastgoed bv. Maar ik kom daar nog op. De Tilburgsche Hypotheekbank ging ten onder aan wanbeleid, ondeskundigheid, over-financieringen en een rotsvast vertrouwen dat de handel in onroerend goed tot in de hemel zou groeien. Pascha hield zich in het drama van de Tilburgsche Hypotheekbank vooral bezig met het ‘draaien, schuiven en parkeren van panden wat als bedoeling had naderende faillissementen uit te stellen’. Het rapport van de commissie-Rijnvos: ‘Het was eenvoudig zo dat onroerend-goedhandelaren onder elkaar (onder wie Pascha) probeerden een probleem van één van hen op te lossen. Dat was niet in het belang van de Tilburgsche Hypotheekbank, integendeel de Tilburgsche werd er aan opgeofferd.’ Het rapport concludeert ook: ‘De onroerend-goedhandelaren maakten met enige gretigheid gebruik van de laksheid en het tekortschietend beleid van de Tilburgsche.’ De commissie-Rijnvos is negatief over Pascha: hij nam een ‘bedenkelijke houding’ aan, op een gegeven moment had de Tilburgsche aanzienlijk meer dan vijftig miljoen aan hypothecaire leningen verstrekt aan Onroco terwijl de onderpandwaarde nog geen vijftien miljoen was. De commissie-Rijnvos (die steeds heel voorzichtig oordeelt): ‘Men kan zich afvragen of deze transacties met name voor Pascha voordelig zijn geweest.’

Ereregels
Deze Pascha werd dus door Elzinga in de arm genomen om te opereren in onroerend goed en voor deze handelaar ‘schiep’ Elzinga de Jan Bart bv.
In het jaar 1977 leent Kütemann Uitzendbureau (onder wie Elzinga als vennoot, commissaris, adviseur en deler in de winst) een bedrag van drie ton uit aan Real Estate Amsterdam bv (van Pascha). In juli 1978 is dat bedrag opgelopen tot viereneenhalve ton. Dankzij die lening kan Real Estate Amsterdam zaken doen. Zo wordt — om een enkel voorbeeld te noemen — op 4 juli 1978 voor ƒ237.500,— een pand gekocht in Medemblik en op 6 maart 1979 voor een bedrag van twee ton een bedrijfspand met bovenwoning in Grootebroek. De akten worden op het kantoor van Elzinga gepasseerd, wat in strijd is met de ereregels van de Broederschap.
Het gaat nog steeds beter met het uitzendbureau, fabelachtige winsten en er wordt steeds meer van de inventiviteit van Elzinga verlangd om die buiten de fiscus te houden. Kütemann in zijn brief aan de Broederschap: ‘Op een gegeven moment kwam Elzinga met de gedachte om tot verkoop van Kütemann Industrie Diensten over te gaan. Hij vond het klimaat In Nederland slechter worden wat betreft de wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, de Vermogensaanwasdeling, de ondernemingsraad en fiscale wetgeving. Het advies van Elzinga was winst nemen.’
Dat wordt opgevolgd en Kütemann Industrie Diensten/Kütemann Uitzendbureau b v wordt verkocht aan J. F. J. van Luyk van Personnel Project Amsterdam bv en van Multiplan met een winst van ruim twee en een half miljoen gulden. Dat betekent overigens niet het einde van de samenwerking van het trio want even eerder hebben Kütemann, Bakkers en Elzinga een buitenlandse onderneming opgericht waarin de bedrijfsactiviteiten op het Nederlandse continentale plat zijn ondergebracht. Het nieuwe internationale uitzendbedrijf heet Dietsmann en de hoofdzetel is Guernsey. Daar is, via bemiddeling van de bank Ansbacher, een trust gevormd genaamd La Plaide-rie waarin Bakkers 45 procent heeft, Kütemann eveneens 45 procent en Elzinga 10 procent. (Aanvankelijk bedingt Elzinga 33 procent maar daar willen de andere twee niet aan). Een trustmaatschappij op het Kanaaleiland heeft als voordeel dat de winst vrijwel onbelast blijft en dat het aandelenbezit van de notaris verborgen blijft.
Kütemann in zijn brief aan de Broederschap: ‘Elzinga zou zelfs Indien de zaken zich verder ontwikkelden zijn notariaat opgeven. Dit was een voorbeeld van loyaliteit en vertrouwen in een onderneming. Ik had echter beter moeten weten. Dit was een grote leugen.’ Elzinga dringt er op zeker moment op aan dat de winst, gemaakt uit de verkoop van Kütemann Uitzendbureau, geïnvesteerd zal worden in het vakantieproject Monte Pego in Javea bij Alicante. Er is een bedrag een vijftig miljoen nodig. De Banque de Suez in Amsterdam wil — geïmponeerd door de aanwezigheid van een notaris — financieren op voorwaarde dat de initiatiefnemers zelf een bedrag inbrengen. Elzinga vindt aanvankelijk Pascha, Bakkers, Kütemann en een aannemer uit Kolhorn bereid om mee te doen. Makelaar José Cholbi Diego uit Alicante ontvangt het gezelschap, dat op een braak stuk grond tweeduizend villa’s wil bouwen. Cholbi laat weten dat hij inderdaad vergaande besprekingen heeft gevoerd. Dan springt het plan af want Kütemann — die het plan te riskant vindt – haakt af. Kütemann in zijn brief: ‘Dat heeft Elzinga mij bijzonder kwalijk genomen. Hij vond mij een verrader en achteraf gezien geloof ik dat dit de aanleiding is geweest van zijn rancuneuze gedrag daarna.’ Elzinga zegt, samen met Bakkers, de samenwerking met Kütemann op. De laatste is nu gedwongen de twee uit te kopen om alleen met Dietsmann verder te kunnen gaan. Kütemann: ‘Elzinga maakte het contract op waarbij hij niet meer dan het hoogst noodzakelijke vermeldde. Het ging namelijk om geld van een niet-ingezeten onderneming.’ Op ‘uitdrukkelijk verzoek’ van Elzinga stort Kütemann een bedrag van 186.933,95 aan Amerikaanse dollars, zeg maar een bedrag van omstreeks 5,5 ton op rekeningnummer 783.900 van Schwob und Backer Treuhand ten name van de Schweizerischer Volksbank in Wetzikon. Een bedrag gebaseerd op de winstverwachting en de intrinsieke waarde van Dietsmann — dat ‘nadrukkelijk’ buiten het Nederlandse financiële verkeer moet blijven. Op een geheime Zwitserse rekening dus.

Constante stroom
Later ontstaan conflicten over de verkoop van Kütemann Uitzendbureau bv. Kütemann zelf is dan naar België verhuisd en Elzinga — die zich in Nederland geen proces kan permitteren — begint een geding in Antwerpen met als eis meer geld uit Dietsmann. Kütemann begint daarop een procedure bij de rechtbank in Alkmaar. Daar veegt de president van de arrondissementsrechtbank de vloer aan met Elzinga: ‘De akte is, gezien het gebruikte papier van de Koninklijke Notariële Broederschap, afkomstig van partij Elzinga, een notaris. Van hem mag eens te meer worden verwacht dat hij bij het opstellen van een weinig voor de hand liggende overeenkomst bijzonder duidelijk is. Die duidelijkheid ontbreekt.’ Elzinga wordt in het ongelijk gesteld. De ironie wil dat de president van de rechtbank in Alkmaar óók voorzitter is van de Kamer van Toezicht over de notarissen. Helaas komt hij in die functie niet in actie. Overigens is Dietsmann, onder leiding van Kütemann, op dit ogenblik een zeer welvarend uitzendbedrijf met twaalfhonderd man personeel in Brussel en vestigingen over heel de wereld. Maar dit verhaal gaat over een notaris.
Kütemann vestigt de aandacht op de ‘constante stroom zwart geld’ die via de handel in onroerend goed het notariskantoor in Nieuwe Niedorp passeerde, waar ook de Fiscale Inlichtingen-en Opsporingsdienst zeer in geïnteresseerd is. Kütemann noemt Elzinga ook het ‘geestelijke brein’ achter de handel in onroerend goed.
Zo is er bijvoorbeeld het beleggingsfonds Platiniet waarin Bakkers voor veertig mille meedeed, Kütemann voor een zelfde bedrag en waar Elzinga twintig mille in had zitten. Het fonds is nergens geregistreerd. Maar er is een afrekening van Bakkers aan Küte-mann waarin een verrekening van Platiniet wordt omschreven. Het gaat om een ‘insteek van honderdduizend gulden vermeerderd met 25 procent’ die aan Kütemann, Elzinga en Bakkers wordt terugbetaald. In Platiniet doet in die jaren ook mee de belastingadviseur Beryl van der Krabben van het gerenommeerde adviesbureau Moret, Gudde en Brinkman. In de zomer van 1978 bedraagt zijn aandeel in de winst ƒ36.000, — . Hij hoefde overigens geen beginkapitaal op tafel te leggen. Kütemann (zo bericht deze), Bakkers en Elzinga leenden Van der Krabben het startkapitaal van veertig mille met als aantrekkelijke voorwaarde dat hij bij liquidatie dat bedrag niet terug behoefde te betalen maar wel de winst zou krijgen. Daarover is later óók weer een procedure gevoerd. Dan is er nog een andere beleggings-club waarin de advocaat van Elzinga, mr. J. Heeres — werkzaam op het degelijke advocatenkantoor Schut c.s. in Amsterdam — participeert. Andere leden zijn mr. L. M. J. M. Vloeijberghs, een belastingconsulent in Maarn; ir. B.R. van Neerbos, een directeur in Loosdrecht; W.D. Onrust, een accountant in Zaandam en S. J. Bakker die optreedt als directeur van de bv Elba Beleggingen gevestigd in Alkmaar. Elba Beleggingen? Daarachter blijkt Elzinga schuil te gaan, althans zijn echtgenote mevrouw M.C. Elzinga-Bartra die directrice is. De onderneming is gevestigd op het privé-adres van Elzinga aan de Winkelscheidingsweg 12 in Niedorp en het doel is ‘belegging van geld in onroerende zaken, effecten en in eigendom verkrijgen, verkopen, huren en beheren en administreren van onroerende zaken’. Op 8 juli 1982 koopt Elba samen met de vier andere hierboven vermelde partners voor een bedrag van ƒ198.000,— een aantal bedrijfshallen van de houtbewerker G.P. Hanzl .uit Nieuwe-Niedorp. Hanzl is één keer bijna failliet geweest en één keer echt failliet. Drie keer woedde er brand in zijn emballagebedrijf. De akte van verkoop van het bedrijf aan onder meer Elba wordt gepasseerd bij het kantoor van Elzinga. Dezelfde partijen, dus Elba (dus Elzinga zelf), Heeres, Vloeijberghs, Van Neerbos en Onrust, komen we ook tegen als partners in de Beheersgroep Management Innovatie bv die de directie voert over de Adviesgroep Management Innovatie bv — waarvoor Elzinga de akten passeerde. Er is nog zoveel. Op een keer roept het gemeentebestuur van Nieuwe-Niedorp de hulp in van notaris Elzinga bij een moeilijk conflict. Er moet een weg worden aangelegd die is geprojecteerd op de plaats waar de firma Beers Transportbedrijven een loods had staan. De notaris als onpartijdig adviseur. Hoe precies de besprekingen zijn verlopen doet nu niet zo veel ter zake. Het resultaat is dat de gemeente besluit de loods omver te halen. De zaak komt voor de rechter en de gemeente Winkel wordt verplicht een schadevergoeding van veertigduizend gulden aan Beers te betalen. Dan ontdekt het gemeentebestuur toevallig dat Elzinga commissaris is bij Beers. Dat is de reden dat de gemeente sindsdien niets meer met Elzinga te maken wil hebben. Burgemeester A. Anker zegt: ‘Elzinga was onze vertrouwenspersoon. Gedurende de hele onderhandelingen heeft hij niets over zijn relatie met Beers verteld. Ik moet toch aannemen dat als je ergens commissaris bent je dat niet voor niets doet.’ Elzinga is overigens ook commissaris van het Noordhollands Motorenrevisie-bedrijfin Nieuwe-Niedorp. In feite zijn zijn belangen veel groter, Elzinga is ook aandeelhouder.

Bowlingcentrum
Zelfs als de hausse in de markt van het onroerend goed voorbij is, deelt het notariaat van Elzinga nog volop in de windhandel die Pascha en Bakkers drijven en die al dan niet door Elzinga of door Elba via beleggingsfondsen wordt geïnspireerd. Op 25 mei 1979 koopt P. Pascha uit Abbekerk — nu als directeur van Adelbrecht Vastgoed Beheersmaatschappij bv — via het kantoor van Elzinga een slecht renderend bowlingcentrum plus een aantal appartementen in Egmond aan Zee. De prijs is anderhalf miljoen en die wordt betaald met behulp van een hypothecaire lening van andermaal anderhalf miljoen die door de Tüburgsche Hypotheekbank wordt verstrekt. De akte wordt gepasseerd op het kantoor van Elzinga. Een jaar later wordt die akte doorgehaald en komt er een nieuwe hypotheek te rusten op het bowlingcentrum — nu ten laste van de dubieuze handelaar in onroerend goed J. Kooistra in Giekerk die directeur is van De Wouden Onroerend Goed bv. De transactie is een beetje duister, conform het milieu waar het zich afspeelt, maar het wordt duidelijk dat Kooistra het bowlingcentrum in economisch eigendom heeft gekregen. Dat betekent dat er geen notariële transportakte wordt opgemaakt, geen overdrachtsbelasting wordt betaald en dat Adelbrecht juridisch eigenaar blijft. Maar Kooistra kan erover beschikken. De hypothecaire lening die de Tilburgsche Hypotheekbank nu verstrekt is 2,2 miljoen groot en de akte wordt wederom verleden voor Elzinga. De transakties worden almaar ingewikkelder. Een dag nadat Kooistra op het kantoor van Elzinga is geweest, verschijnt H.W.M. Hilders een van de grootste handelaren in onroerend goed van Nederland die inmiddels de nieuwe economische eigenaar van het bowlingcentrum blijkt te zijn. Hilders betaalt twee miljoen en krijgt daarvoor van Kooistra hypotecaire zekerheid op ander onroerend goed, en de akte wordt weer door Elzinga gepasseerd. Dan blijft het een jaar stil. Het bowlingcentrum gaat bedolven onder een zware schuldenlast die ver uitstijgt boven de executiewaarde. Er moet iets gebeuren. En weer neemt Elzinga het initiatief. Hij herinnert zich plotseling een besloten vennootschap die ergens in Nieuwe-Niedorp op de plank ligt. Dat is de Jan Bart bv. Het zit zo. Omstreeks 1977 zijn er twee zwagers in Winkel die een im- en exportbedrijfje hebben in kunstnijverheidsartikelen uit het verre oosten. Het zijn Jan C. Snijder en Bart Schrijver. De handel gaat in die jaren zo goed dat zij overwegen een besloten vennootschap in het leven te roepen en zij wenden zich tot Elzinga. Die bereidt de zaak voor en eind 1977 is het zover dat de Jan Bart bv kan worden opgericht. Maar op dat ogenblik is er een beetje de klad gekomen in artikelen uit Hong-kong en Taiwan en de twee zwagers wachten af. Dan, in april 1981 neemt Elzinga contact met ze op. Hij heeft een bv nodig en hij vraagt aan Snijder en Schrijver of hij de Jan Bart bv mag gebruiken.
Jan Snijder zegt: ‘Er was steeds een goed contact tussen mij en Elzinga en ik zei tegen hem, kan ik daar geen problemen mee krijgen? Nee, zei Elzinga, het is een volstrekt legale zaak. Goed, zei ik, ga je gang dan maar, maar ik wil er niet beter van worden. De voorbereidingen hebben ons vijftienhonderd gulden gekost en dat bedrag willen we ervoor terughebben. We hebben vervolgens getekend en wij dachten dat de zaak in goed vertrouwen was afgehandeld.’ Maar zo was het niet. Vrijwel onmiddellijk wordt de naam van Jan Bart b v gewijzigd in Onroco met Pascha als directeur. Het adres in Winkel blijft ongewijzigd. Vanaf dat ogenblik wordt Jan Snijder bedolven onder de aanmaningen, krijgt hij twee, drie keer per week bezoek van een deurwaarder, regent het rekeningen, boze brieven en aanschrijvingen. En nog steeds, in 1985, krijgt hij nota’s gericht aan Jan Bart of Onroco die overigens, zoals hij zegt, nu onmiddellijk de allesbrander ingaan.
Elzinga had de overdracht van de besloten vennootschap helemaal niet goed geregeld. Snijder nu over Elzinga (ooit was de notaris zijn adviseur en waren er vriendschappelijke relaties): ‘Elzinga is iemand die vanuit een web allerlei mensen manipuleert. Hij duikt altijd ergens op. Hij heeft misbruik gemaakt van mijn vertrouwen.’

Parkeren
Onroco, dus voorheen Jan Bart bv, zal een rol gaan spelen bij — zoals de commissie-Rijnvos in haar rapport over de Tilburgsche Hypotheekbank het noemt — ‘het draaien en schuiven’ en ‘parkeren’ van onroerend goed waarmee de kongsie van handelaren in onroerend goed hun problemen probeert op te lossen. De Tilburgsche Hypotheekbank zelf werkt overigens dit fenomeen in de hand omdat de bankdi-rectie hoopt dat daardoor lucht geschapen wordt in afwachting van betere tijden. Het rapport van de commissie-Rijnvos (over de mogelijkheden die mede dankzij Elzinga werden geschapen) ; ‘Draaien en schuiven is een ongeloofwaardig kortzichtige wijze van handelen: debiteuren in betalingsmoeilijkheden kunnen zonder enig probleem hun schuld aflossen en aan de overige verplichtingen voldoen. Daarbij maken zij ook nog grote winsten. De prijzen van het onroerend goed dat wordt verhandeld blijven stijgen.’ Zoals gezegd vindt veel van dat ‘draaien en schuiven’ plaats via economische overdracht en die transacties zijn nauwelijks te achterhalen. Over tenminste één transactie valt wel meer te vertellen.
Op 22 december 1981 verstrekt de Tilburgsche Hypotheekbank andermaal een hypothecaire lening op het bow-lingcentrum, nu ten laste van Onroco bv (van Pascha). Adelbrecht Vastgoed Beheermaatschappij (van Pascha) fungeert daarbij als ‘onderzetter’. Want Adelbrecht Is immers nog altijd juridische eigenaar van het centrum in Egmond en kan uit dien hoofde een volmacht geven om het economische eigendom hypothecair te bezwaren. Met andere woorden, Pascha helpt Pascha uit de nood. En de akte van de hypotheek, groot ƒ2.678.000,— wordt gepasseerd ten kantore van Elzinga. Hilders verdwijnt intusen geruisloos van het toneel en zo is begin 1984 het bowlingcentrum in Egmond voor een totaal bedrag van ƒ4.728.000,— belast. Als Onroco en Kooistra (die er ook nog altijd tussen zit) hun verplichtingen aan de Tilburgsche Hypotheekbank niet nakomen wordt het bowlingcen-trum executoriaal verkocht. De opbrengst is tenslotte ruim zeven ton. Het ragfijne spel van Pascha, en Elzinga (die de oprichting van Onroco mogelijk maakte) heeft de Tilburgsche vier miljoen gekost. Op 1 september aanstaande gaat de notaris met eervol ontslag.

Vrij Nederland Jaargang 46 — 6 april 1985

Polderpers