Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

‘Het arme lui’s dier het schaap is oorzaak van het mond- en klauwzeervirus bij de koe’

Het populairst is het verhaal van het achtergelaten broodje ham in een Engelse schapenwei. Een diepgaander poging de uitbraak van mond- en klauwzeer in Europa te verklaren, is de gierige manier waarop de Britten met etensresten omgaan. Op de luchthaven van NewCastle werd tot voor kort nog swill, voedselresten uit ondermeer vliegtuigen, verwerkt tot varkensdraf. Ook een bron van besmetting. Het vinden van de echte oorzaken van veeziekten in Europa ligt ingewikkelder. Dan voert het spoor terug naar de Golf-oorlog en de ravage die volgde in Irak na het embargo. Dan komt onderzoek onvermijdelijk uit op de tegenstelling rijk-arm. En op het schaap, het vee van de kleine lui.
In Maleisië waarde het nipah-virus rond. Op duizend bedrijven kwamen een miljoen varkens om. Honderd boeren en varkensslachters raakten besmet met het bloed van de zieke beesten en gingen dood. Alles wat op een varken lijkt is inmiddels, op gezag van de Amerikanen die vrezen dat de ziekte overslaat, afgemaakt.
In het zuiden van de Verenigde Staten wordt permanent campagne gevoerd tegen de schroefworm. Een vlieg die eitjes legt in wondjes van schapen. De larven kunnen het hele lichaam opvreten. In Irak zijn er eens twintig mensen aan onderdoor gegaan.
In het midden-oosten en rondom de Middenlandse Zee zijn regelmatig uitbraken van schapenpokken, waart er een broertje van abortus Bang rond onder schapen en bestaat de Blue Tongue ziekte die koorts en zwelling van de tong veroorzaakt bij schapen. De runderhorzel is trouwens, net als de schapenluisvlieg nog altijd te vinden in het zuiden van Italië.
En de jongste ontdekking is dat het mond- en klauwzeer virus in Europa afkomstig is van schapen uit Azië en het midden-oosten. Dat schapenvirus, alias het kleine herkauwersvirus is steeds op zoek naar meer schapen. Het verplaatst zich naar het Middenlandse Zeegebied. Het wil nóg verder. Jan Slingenbergh is dierenarts bij de wereldvoedselorganisatie(FAO) in Rome. Hij kent het verhaal van het weggegooide broodje ham en het verwerken van swill tot varkensdraf. Hij zegt: ‘De echte oorzaak is anders en blijft. Als je kijkt naar al die schapen in het Middenlandse Zeegebied, zuid-Europa en de Balkan en het gedrag kent van het virus in het Midden-Oosten en Azië, dan is nog niets opgelost. Er komt nog veel meer aan. Vroeger had je een ziektekiem en een gastheer – een dier waar de kiem brandstof vandaan haalde. En soms was er nog een vlieg, een teek of een mug die de kiem overbracht. Dat is compleet veranderd. Nu spelen een rol de veranderingen in de wereld, de economie, de globalisering. Het grootste gevaar, weten we sinds kort, komt van de schapen en de schapenziekten. Die ziekten kunnen door alle nieuwe ontwikkelingen veel sneller van het arme zuiden naar het rijke noorden worden overgebracht. De mond- en klauwzeer die nu in Europa heerst, is eigenlijk meer een schapenvirus dan een rundervirus. Europa kan op- termijn niet meer ontkomen aan het inenten van dieren. Maar alleen koeien inenten is niet meer voldoende.’

Er zijn nog andere oorzaken voor de epidemieën die rondwaren onder het vee. Slingenbergh reageert weer vol verontwaardiging als hij zich de gebeurtenissen in het begin van de jaren negentig herinnert. De Golf-oorlog en de ravage die na de boycot ontstond in Irak: ‘Hoeveel we niet gevochten hebben om doodgewone geneesmiddelen aan Irak geleverd te krijgen. Als gevolg van de strenge sancties die volgden na de oorlog waren landbouw en veeteelt compleet in elkaar gestort. De dwangmaatregelen van het sanction committee in New York waren heel scherp, belachelijk scherp. De FAO deed haar best om via donorlanden medicijnen naar Irak te sturen zoals doodordinaire vaccins tegen mond- en klauwzeer. Daar werd dan weer tegen geprotesteerd door het comite in New York, dat op de vingers gekeken werd door de Amerikanen. Het was één groot dilemma. Er was één arm van de Verenigde Naties die via strafmaatregelen de landbouw in Irak lam legde en kapotmaakte. Tegelijkertijd werd van een andere tak van de Verenigde Naties, de FAO, verwacht er voor te zorgen dat het daar niet helemaal uit de klauwen zou lopen.’
Wist iedereen dat als Irak die vaccins niet kreeg, ramspoed dreigde?
Slingenbergh: ‘Natuurlijk wist iedereen dat. In Arabische landen zoals Irak worden ontzettend veel slachtkuikens en eieren gegeten. Dat is een bio-industrie. Pluimvee en dat geldt ook voor melkvee zijn in hoge mate kunstmatig. Ze bestaan bij de gratie van import van hoogwaardig krachtvoer, medicijnen en genetisch diermateriaal. Als er geen voer, medicijnen en diermateriaal uit het buitenland ingevoerd kunnen worden, dan gaat de zaak kapot. Binnen een paar maanden was vijfennegentig procent van de pluimveeproduktie in Irak verdwenen. Na een paar jaar was de nationale schapenkudde met de helft verminderd. Negentig procent van het melkvee ging ter ziele. Daarop kreeg je allerlei uitbraken van dierziekten. Die ziekten stapelden zich op, er was geen houden meer aan. Ik was in ’97 en ’98 in Irak en ik ontdekte ongecontroleerde ziekteuitbraken. Vóór de sancties werden de schapen in Irak behandeld met insecticiden tegen teken en andere parasieten. Die insecticiden waren niet meer verkrijgbaar. De beesten zaten aan de binnen- en buitenkant vol parasieten. Bovendien werden ziekten overgebracht door bacteriën en virussen. Het was hopeloos. Een veterinaire dienst bestond niet meer. Veeartsen konden niets doen want ze hadden niets. Verzwakt vee werd opgekocht vanuit Syrië en Iran waardoor de ziekten Irak werden uitgesleept. Toen duidelijk werd dat de dierziektes zich begonnen uit te spreiden naar de buurlanden, zijn we op het FAO hard in actie gekomen. We hebben een door de directeur-generaal ondertekende brief op hoge poten aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofie Anan geschreven. We hebben hem duidelijk gemaakt dat niet alleen Irak maar heel de regio bedreigd werd met epidemieën van dierziekten.’

Slingenbergh probeert sluitende verklaring te vinden voor de uitbraak van de mond- en klauwzeer in Europa. Bij de FAO houdt hij zich als senior officer insect borne diseases ondermeer bezig met het in kaart brengen van dierziekten in de wereld. Hij werkte in Bénin, Mozambique en Ethiopië. Hij bestreed de tseetsee-vlieg in het gebied van de sub-Sahara. Hij komt aan uit Nairobië van een missie over dierziektebestrijding bij schapen in oost- en west Afrika. Hij vertrekt naar Bahrein voor een studie naar de schroefworm ziekte die zich in beesten boort en soms mensen doodt. Tussendoor vertelt hij zijn verhaal. Hij wil het gedrag van ziekten doorgronden. Aan de hand van digitale kaarten met de bewegingen van dieren, virus fingerprints, satellietbeelden en epidemologische informatie over concentraties van dieren in ziektegebieden wil hij patronen ontdekken. Die patronen moeten hem en zijn collega’s vervolgens in staat stellen te voorspellen: nu is het nog een kwestie van aftellen tot een virus zich in Europa manifesteert.

Drie jaar geleden waarschuwde de ‘Europese commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer’ van de FAO dat er in Europa ‘verwoestende’ epidemieën van dierziekten op komst waren. Overal vanuit de wereld kwamen signalen. In sommige gebieden van Europa met hoge veedichtheid, waar veel en over lange afstanden met beesten wordt gesleept, zouden die ziekten gemakkelijk toe kunnen slaan. Er kwam geen reactie.
In april 1999 volgde opnieuw een voorspelling van de commissie van de wereldvoedselorganisatie. Een uitbraak van mond- en klauwzeer was aanstaande. Alleen strenge voorzorgsmaatregelen zouden een epidemie kunnen bezweren. Weer luisterde Europa niet.
Een week geleden zei Louise Fresco, adjunct directeur-generaal van de FAO en vroeger hoogleraar op de Landbouwuniversiteit in Wageningen, dat dierziekten vaak als oorsprong Azië en het midden-oosten hebben. Turkije en Iran zijn van strategisch belang in de strijd tegen mond- en klauwzeer, omdat van daaruit het virus gemakkelijk Europa binnenkomt.
Dierenarts Jan Slingenbergh is een van de souffleurs van Louise Fresco. Lid van de Animal Health Service van de FAO, geassocieerd aan het Emergency Prevention System(Empres) en adviseert de Europese commissie ter bestrijding van mond- en klauwzeer.
Hij verklaart het traject dat het pan-aziatische mond- en klauwzeer serotype O-virus(de bron van de recente problemen) aflegt. Het begon in 1990 in het noorden van India. De eerste keer dat het O-virus werd gesignaleerd. Drie jaar later Nepal, weer drie jaar later Bangla Desh, daarna Bhuttan, Laos, Cambodja en Vietnam. Japan, al bijna honderd jaar vrij van mond- en klauwzeer volgde. Idem de Russische federatie en Mongolië dat in extra grote problemen zit door de strenge winter. Het virus dook regelmatig op in Saoedie Arabië, in buurlanden en zelfs in een varkensboerderij in Zuid-Afrika. In 1996 manifesteerde het virus zich in Bulgarije, Griekenland en Turkije, ten westen van de Bosporus.
Toen werd duidelijk dat het virus aan de voordeur van Europa stond. Slingenbergh: ‘Turkije vormt de grootste boosdoener met de grootste insleep van dieren met het mond- en klauwzeer virus. Toch gaat het niet alleen maar om een virus dat op een mirakuleuze manier de wereld overgaat. We vonden ook een bevestiging van de tendens dat steeds meer ziektes zich over grotere geografische gebieden verspreiden. Van arme landen naar arme landen, van arme landen naar rijke landen.’

Het pan-aziatische mond- en klauwzeer serotype O-virus is vooral een klein herkauwersvirus, altijd op zoek naar schapen en geiten. Via die beesten worden andere dieren, zoals koeien en varkens geïnfecteerd.
Landen vol met schapen, zitten meestal ook vol met schapenziekten. Zoals het midden-oosten, Irak, Iran en Turkije en de landen rondom de Middenlandse Zee.
Slingenbergh: ‘In onze ijver waren we eigenlijk een beetje vergeten dat Engeland ook barstens vol schapen zit. Het is dan ook niet echt verbazingwekkend dat mond- en klauwzeer daar zo hard toeslaat en het moeilijk zal zijn om het weg te krijgen. Als het nog een keer overspringt zal de ziekte eerder via Frankrijk naar Spanje gaan dan naar Nederland, Duitsland en Denemarken. Ik ben bang dat we in de toekomst veel meer mond- en klauwzeer in het zuiden van Europa zullen krijgen. Het hele verhaal kan onder één simplistische noemer worden samengebracht. Het virus komt van Aziatische landen waar schapen arme lui’s dieren zijn. Het noorden heeft twee eeuwen van succesvolle dierziektebestrijding achter zich. Er zijn zo’n twintig besmettelijke ziekten van de lijst geschrapt. Het noorden is schoon maar het zuiden is vies en wordt steeds viezer. Als je daarbij allerlei politiek factoren voegt, globalisering, klimaatverandering en urbanisatie dan worden die verschillen alleen nog maar groter. De enige oplossing is dat de rijke landen de arme landen gaan helpen om de problemen van dierziekten bij de bron aan te pakken. Zo kunnen de rijke landen zichzelf beschermen. Of ze doen niets. Dat betekent dat er een hele reeks van ziekten naar het noorden komt. En die ziekten zullen zich steeds verder verspreiden.’

Vrij Nederland, 7 april 2001

Polderpers