Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

Antigua, het eiland van de Birds

RUDIE VAN MEURS – Kort voor het toestel zal gaan landen, legen stewardessen spuitbussen met ontsmettingsmiddelen. Even hangt een fijne nevel in de cabine die langzaam neerdaalt op de passagiers. Het gas prikkelt de ogen en de slijmvliezen. De gezagvoerder verontschuldigt zich voor het ongemak. Maar we naderen Antigua, een paradijs in het Caribisch gebied. En de regering van het land eist dat, alvorens het paradijs wordt binnengegaan, eerst alle microben en virussen onschadelijk zijn gemaakt.

In Caracas trilt een volle minuut het hotel als gevolg van een aardbeving. Op Trinidad brandt op een avond plotseling achter me de savanne in Queen’s Park, midden in Port of Spain. En op Barbados is de helft van de bevolking uitgelopen voor de paardenraces waar ‘Call to Account’ uit Trinidad met zeveneneenhalve lengte voorsprong wint. Maar op Antigua is alle rustig. Boven de tamarinde vliegt de kolibri. En bij de papajabomen staan sierlijke zwarte vogeltjes met vleugels van libelles te trillen in de warme lucht. Uit de struiken komt regelmatig de mongoose te voorschijn, een bruingekleurd diertje dat op de fret lijkt en ervoor heeft gezorgd dat het eiland vrij is van slangen. Twee keer per week rommelt in de verte het geluid van een orkaan. Maar dat wordt veroorzaakt door een jumbo-vliegtuig dat vanaf het V. C. Bird-vliegveld naar Europa vertrekt.
De dag na de aankomst wordt het nieuwe parlementaire jaar geopend. Voor het parlementsgebouw dat een groot plantershuis is, even buiten de hoofdstad St. John’s, vormen 75 militairen in witte tenue’s en met tropenhelmen een erewacht. Als de inspectie te lang op zich laat wachten, raakt een van de militairen door de hitte bevangen. Traag zakt hij op het asfalt in elkaar. De opperbevelhebber van het 400 man sterke leger, majoor Clyde S. Walker, haalt de soldaat persoonlijk uit de rijen weg en brengt hem met zachte tikken in het gelaat weer tot bewustzijn. Vanaf de ballustrade ziet premier V. C. Bird sr. , alias ‘papa Bird’, minzaam glimlachend toe. Een vriendelijk eiland. Toch viert hier, volgens de Caribische pers, ‘het nepotisme, de corruptie, onderlinge naijver en het spel van handjeklap met blanke buitenlandse investeerders die de economie domineren’ hoogtij(het maartnummer van’Caribbean Contact’).

Ik neem me voor niet dezelfde fout te maken als de grote persbureau’s Reuter en UPI doen. ‘Die hebben alleen maar belangstelling voor ons als er een orkaan overwaait of corruptie is’, zegt Tim Hector van het weekblad ‘The Outlet’ op Antigua. Er zijn op het eiland drie weekbladen die regelmatig verschijnen. The Outlet is het onafhankelijkst, links en in de oppositie. In het oude houten huis dat ook het centrum is van de Antigua Caribbean Liberation Movement(ACLM), hangen foto’s van Hector met de vermoorde Maurice Bishop van Grenada, Hector met Loemoemba en Hector met Fidel Castro. Aan de muur een spreuk van Lenin: ‘No nation can be free which keeps half of its population enslaved in the kitchen’. We zijn het eens.
‘Er bestaat persvrijheid op Antigua, welzeker’zegt Hector. Alleen weigert de regering te spreken met journalisten van oppositonele kranten. Daarom moet Tim Hector er wel eens een slag naar slaan. Dat betekent dat hij één keer per maand vervolgd wordt wegens smaad en laster en meestal veroordeeld wordt tot aanzienlijke bedragen aan schadevergoeding. De twee andere kranten zijn de ‘Nation’, eigendom van de regering die daarom vrijwel uitsluitend perscommuniques publiceert. En er bestaat de ‘Workers Voice’ van de aan de regering loyale vakbond ‘Antigua Trades en Labour Union’. Ze publiceren onder het motto, ‘don’t rock the boat’. Gezamenlijk hebben de kranten een oplage van ruim tienduizend exemplaren. Hector, een grote lenige man klaagt: ‘Dit land heeft geen respect voor journalisten. ‘

Antigua is zo’n driehonderd vierkante kilometer groot met tachtigduizend inwoners. Samen met Barbuda dat veertig kilometer noordelijker ligt, vormt het een zelfstandige staat. St John’s telt vier hoofdstraten. Daarbuiten kleine dorpen met fel geschilderde huizen op stenen pilaren. Op de zuidpunt ligt Freemans Bay met de vroegere Engelse haven waar Nelson zich in 1805 voorbereidde op de slag bij Trafalgar. Hoog daarboven het oude fort van Shirley Heights. In de verte rijst het eilandje Montserrat als een rots omhoog uit de oceaan. En vanuit het noorden, daar waar het strand met het witte zand gereserveerd is voor de gasten van de Amerikaanse St James Club, zie je bij helder weer St. Kitts.
Miljoenen jaren geleden stolde hier, als gevolg van vulkanische uitbarstingen op de bodem van de oceaan, lava tot land. Uit het water kwamen honderden eilanden omhoog. De Siboney’s(steenmensen) woonden er. Later de Arawaks(indianen) en nog later de Caribiiës. Columbus voer langs. Verveeld na alle ontdekkingen had hij geen zin aan land te gaan. Vanaf zijn schip doopte hij bijvoorbeeld Waladi tot Antigua. De Engelsen verdreven de Spanjaarden. De eilanden werden piratennesten en centra van slavernij. Na driehonderd jaar werd Antigua zelfstandig. Dat was in 1981. Rijkelijk laat maar het kan erger. Want volgens het VVD-kamerlid mr. J. G. C. Wiebenga is Sint Maarten, honderd mijl noordwestelijk van Antigua, nog altijd niet rijp voor zelfstandigheid. Want de ‘verbrokkeling in het Caribisch gebied is al veel te groot en vergroting is niet wenselijk’, meent het vroegwijze kamerlid.

De dag na de troonrede door gouverneur-generaal sir Wilfred Jacobs – want naast cricket, honkbal en links verkeer heeft Antigua ook de koningin van Engeland als symbolisch staatshoofd uit het koloniale tijdperk overgehouden – presenteert de minister van financiën John St Luce de begroting. Die laat een uitgave zien van honderd miljoen Amerikaanse dollars en sluit met een tekort van ongeveer vijftien miljoen. Maar, pocht de minister, de groei van het bruto nationale produkt met 7 procent is het hoogste in heel het Caribisch gebied. Voorts meldt hij een schuld van 240 miljoen Amerikaanse dollars aan buitenlandse banken maar ook dat is niet dramatisch. Hij heeft het totale vermogen van Antigua en Barbuda bij elkaar opgeteld en dat bedraagt 350 miljoen.
Op het departement van handel spreek ik met minister Hugh Marshall over de financiële positie van zijn land. Hij heeft zojuist een serie telefoongesprekken beëindigd met het Internationale Monetaire Fonds(IMF) en de International Finance Corporation(IFC) – de dochter van de Wereldbank. De minister zegt dat hij hen berispend heeft toegesproken. ‘Het is elke keer hetzelfde. Zij zeggen dat onze economie oververhit is en dat we moeten snoeien in de uitgaven. We zouden arbeiders moeten ontslaan, prijzen verhogen en meer privatiseren. Zij vragen om sociale wanorde. Ik blijf beleefd maar zeg ook dat ik geen tijd heb voor die onzin. Wij zijn een onafhankelijk land. Ik hoop nooit in de situatie te geraken dat ik de hulp van het IMF of de Wereldbank moet vragen. Zij oefenen druk uit die onacceptabel is. ‘ Hij geeft volmondig toe, Antigua heeft een grote schuld aan de buitenlandse banken. ‘Wat moesten we anders? In 1965 verlieten de Engelsen ons eiland en werden we gedeeltelijk zelfstandig. Zij bleven verantwoordelijk voor onze buitenlandse politiek en defensie, wij mochten zelf de economie gaan ontwikkelen. Maar er viel niets te ontwikkelen omdat de Britten ons berooid en hongerig achterlieten. In 1964 stelden ze ons voor de keus ó accepteren dat er nederzettingen op de verlaten plantages zouden worden gebouwd voor blanke bewoners uit Kenia die bedreigd werden door de Mau Mau, óf de grond zelf kopen. We hebben toen vijfeneenhalf miljoen pond sterling moeten lenen om ons eigen eiland te kopen. Daarom is nu tachtig procent van de grond in handen van de overheid. ‘Dit jaar zal, onder feestelijk vertoon, de laatste aflossing van de lening worden betaald.
Marshall spreekt luid en kwaad: ‘We hadden een diepzeehaven nodig. Vroeger moesten de schepen met kolen en olie mijlen uit de kust blijven. Dus leenden we geld voor de haven. We wilden een vliegveld voor grote internationale vluchten die ons toeristen zouden kunnen brengen. Maar de Britten zeiden dat we aan een eenvoudige vliegstrip voldoende hadden. Zij weigerden ons te lenen, de Amerikanen en de Canadezen weigerden het, dus gingen we naar de Fransen. We hadden geen telefoon, we leenden geld in Canada dat ons verplichtte de installatie ook daar te kopen. We hebben hier altijd een tekort aan drinkwater gehad. We bouwden een fabriek die van zeewater zoet drinkwater maakt. We moesten een electriciteitscentrale bouwen omdat we geen stroom hadden. En nu hebben we een grote schuld maar zonder die schuld zouden we niets hebben, geen groei en geen toerisme. ‘

Het parlement telt zeventien leden. Zestien zetels worden bezet door vertegenwoordigers van de Antigua Labour Party(ALP). Dat is – met een korte onderbreking – al decennia lang zo. Omdat vrijwel alle parlementariiës ook minister of onderminister zijn, is er eigenlijk maar één oppositoneel volksvertegenwoordiger die controleert. En die komt van Barbuda.
De Antigua Labour Party wordt dit jaar vijftig jaar geleid door V. C. Bird sr. , een inmiddels oude broze man die voorzichtig schuifelt en traag praat. Hij blijft de onbetwiste leider. Net als Sint Maarten zijn Claude Watthey heeft, Grenada Maurice Bishop had vóór de Amerikanen het eiland overmeesterden en Jamaica volgens de laatste opiniepeilingen weer Michael Manley terugkrijgt, heeft Antigua het ‘birdisme’. Eén machtige familie die het eiland bestuurt.
V. C. Bird sr. is, zoals gezegd, de premier en zal, als er tijd van leven is, de eerste president van Antigua worden. Want de regering van het eiland wil een republiek en de laatste banden met Engeland doorsnijden. Bird sr. heeft vele functies. Hij is bijvoorbeeld belangrijkste aandeelhouder en voorzitter van de Antigua International Bank en bezit het radiostation Grenville ZDK. Zijn zoon Lester B. Bird is vice-premier met vier portefeuilles: buitenlandse zaken, economische ontwikkeling, toerisme en energie. Hij is samen met Hugh Marshall en de minister van publieke werken Robin Yearwood ook eigenaar van het bedrijf Antigua Aggregates Ltd. dat zich bezig houdt met de bouw van huizen en het winnen van zand dat verkocht wordt aan het buitenland.
Een andere zoon is Vere C. Bird jr. alias Vere Runway Bird. Hij was minister van luchtvaart. Bij een recente reorganisatie van het kabinet ontnam de vader hem die portefeuille. De zoon raakte in opspraak toen hij als minister een lening ter grootte van 11 miljoen Amerikaanse dollar opnam van Franse banken voor de uitbreiding van de luchthaven. Een opperrechter uit het Caribisch gebied die de zaak onderzocht stelde vast dat slechts een klein gedeelte van de lening gebruikt was om de startbaan aan te passen. De rest is verdwenen. Vere jr. was ook korte tijd minister van communicatie. Dat kon niet doorgaan omdat hij ook enig eigenaar is van de onderneming ‘Cable, tv, space, data and electronics’ die de kabeltelevisie op Antigua in handen heeft. Voorts is Vere Bird jr. aandeelhouder, secretaris en advokaat van de bank van zijn vader, de Antigua International Bank. En hij is parlementariië gerbleven.
De derde zoon is Ivor Bird die general-manager is van het radiostation ZDK en zich kandidaat heeft gesteld als de nieuwe minister van onderwijs bij de verkiezingen die tussen nu en volgend jaar maart zullen worden gehouden. Met instemming van zijn vader en zijn broer Vere jr. die de huidige minister van onderwijs Reuben Harris kwijt willen. Want Harris voert al jaren lang onvermoeibaar een anti-corruptiecampagne. Tegen de ambassadeur van Antigua in New York die tienduizenden dollars verspilt;tegen het omstreden gedrag van Vere Bird jr. die een hebzuchtige rol speelt bij de bouw van hotels;tegen ‘papa Bird’ zelf die met zijn eigen bank miljoenen aan interest verdient aan leningen die de regering van buitenlandse banken opneemt. De premier wordt voor de welwillende manier waarop hij zijn twee zonen de hand boven het hoofd houdt, ook wel Vere ‘Cover Up’ Bird genoemd. Binnen de Antigua Labour Party en binnen de familie Bird woedt als gevolg een venijnig gevecht om de macht. Rondom Reuben Harris heeft zich een groep ministers verzameld onder aanvoering van de vice-premier Lester Bird die door premier ‘papa Bird’ omschreven wordt als de’bende van acht’. Uittreden? ‘Nooit’, zegt Hugh Marshall ook lid van de bende van acht. ‘Er zal nooit een splitsing komen, we zijn allemaal leden van de Labour Party. Mijn moeder werkte op de suikerrietplantages. Net als zij ben ik een kind van de organisatie. ‘
Ik ontmoet in een zijvertrek van het parlementsgebouw, voor een lang gesprek Lester Bird, de vice-premier. Hij is de gedoodverfde opvolger van de vader. Om het proces een handje te helpen rept hij over de republiek en de vader als eerste president van het land. Maar geen goed woord over zijn broers die niet willen deugen. Hij zegt;’Het is niet goed voor het beeld van Antigua naar buiten dat het land geregeerd wordt door één familie. Ik ben er niet voor dat verschillende leden van één familie deel uitmaken van de regering.

Ik trek met Barrymore Stevens en Sharmaine Hackett over het eiland. Stevens was ooit verantwoordelijk redacteur voor alle media van de regering, het weekblad de ‘Nation’ en ABS-radio en televisie. Maar hij weigerde de familie Bird te ontzien en werd op non-actief gezet. Sharmaine Hackett presenteerde en intervieuwde voor het journaal van ABS(Antigua Broadcasting System). Zij vroeg meer dan ze mocht vragen en kreeg ontslag. Rafiq Khan die in het Caribisch gebied werkt voor de Unesco zegt: ‘Als je als journalist werkt voor een medium in dit gebied dat eigendom is van de regering, is dat net zo iets als Russische roulette spelen. ‘ Iedereen kent hier iedereen en elke bekende wordt begroet met twee stoten op de claxon. Uit de geopende ramen van de auto wordt ‘quiet’, ‘OK’ en ‘all right’ geroepen. In de straat spelen mannen Wari, een oud door de slaven meegebracht spel met halfronde balletjes in twaalf vakken. Op het archief dat beheerd wordt door Nancy Harris blader ik dikke, door de mot aangevreten, boeken door waarin de engelse kolonalisten vanaf 1800 hun slaven registreerden. Elke opsomming wordt ondertekend met ‘So help me God’. In een ander boek wordt gemeld dat slaven gehangen werden voor diefstal van 20 shilling. Soms werden ze na een kleiner vergrijp door de Engelsen naar Tasmanië gedeporteerd. Formeel werd de slavernij in 1834 afgeschaft. Maar in de honderd jaar die volgden werden de ex-slaven verplicht tegen een allerbelabberdst loon te werken voor het vroegere masters. Pas in 1941 werd de eerste zwarte bewoner, de vader van mevrouw Harris, in het parlement gekozen van Antigua. Buiten het archief annex museum staat een hek gemaakt van oude musketten waarmee vroeger de slavendrijvers hun slaven in bedwang hielden.
Op weg naar het strand passeren we dorpjes die herinneren aan de afschaffing van de slavernij. Freeman, Freetown. Dan bereiken we, langs een door cactussen omzoomde weg met ruá‹ánes van slavenverblijven, ‘Devil’s bridge’. Een smalle rotsformatie die over de zee steekt. Beneden slaat het water onstuimig tegen de kust en jaagt flarden schuim over de brug. De slaven hadden vroeger geen kans. Ze konden vluchten maar het eiland niet verlaten. Soms vluchtten ze om zichzelf te doden vanaf ‘Devil’s Bridge’.
Verder het land in staat al honderden jaren een reusachtige boom waar vroeger de slaven bijeenkwamen en nu nog zieke mensen heengaan. Het verhaal zegt dat zij van hun pijn en verdriet verlost worden als ze een spijker in de stam slaan. Daarom heet de boom de ‘pain en sorrow tree’.
Op een avond houdt de Antigua Labour Party een verkiezingsbijeenkomst in Freeman village. Hugh Marshall spreekt. Het publiek luistert in auto’s en voor een kleine kroeg in het donker van de nacht. De minister roept ‘remember’ en herinnert aan de slavernij en de koloniale overheersing. De geschiedenis is voor Antigua gisteren.
Ook op de school van Austin Josiah. Die bestaat uit twee grote ruimtes. Elke klas telt meer dan 25 leerlingen. Ze zitten dicht op elkaar in de benauwde ruimten. Josiah, die voorzitter is van de onderwijzersvakbond op Antigua, verwijt de regering geen enkele aandacht voor het onderwijs te hebben. Er zijn geen behoorlijke kranten op het eiland. De televisie wordt beheerst door Amerikaanse programma’s die vierentwintig uur via de satelliet op twaalf kanalen worden uitgezonden. Josiah: ‘Die werken tegen ons. Die programma’s hebben niets met onze cultuur te maken. Het is belangrijk dat we onze kinderen leren nadenken. Dat zij weten wat onze geschiedenis is en wie hun voorouders zijn. ‘

Ooit werd op het eiland suikerriet verbouwd. Overal vind je nog de ruá‹ánes van windmolens waar vroeger het riet gemalen werd. Vijftig jaar geleden kwam er één centrale suikerfabriek. Maar die is al lang vervallen. De teelt van suikerriet verdween en dat had ook te maken met de collectieve weerzin tegen het werk op de plantages. Het land ligt braak. De inkomsten van Antigua bestaan tegenwoordig voor zeventig procent uit het toerisme. Dat is een kwetsbaar bestaan. Voortdurend is daarom het eiland jachtterrein voor avonturiers.
In de week dat ik Antigua bezoek, vertrekt juist een delegatie van de ‘voorlopige wereldregering’ uit, off all places, Lakewood in de Verenigde Staten. Op de valreep ontmoet ik de kabinetsleden Philip en Margaret Iseley en de Mexicaan Reinhart Ruge, die zojuist een onderhoud hebben gehad met premier Vere C. Bird. Mevrouw Iseley is niet ontevreden. De ‘voorlopige wereldregering’ ijvert voor een nieuwe economische wereldorde en is voorstander de Amerikaanse dollar te vervangen door de aardedollar. Een aantal geselecteerde kleine en grote landen wordt gevraagd deel te nemen aan de ‘Earth Financial Credit Corporation’ – een op basis van de ideeën van de Morele Herbewapening opgericht instituut.
Een paar weken eerder was een makelaar in giftig afval op bezoek bij Lester B. Bird die – zegt de vice-premier – hem ‘twintig miljoen Amerikaanse dollar bood om giftig slib te mogen dumpen op het strand van Antigua. ‘De minister sloeg het aanbod af. Trinidad kreeg eenzelfde aanbieding maar kon de verleiding ook weerstaan. Want Trinidad produceert 160. 000 barrels olie per dag. Maar Guyana, enkele honderden kilometers zuidelijker, is in minder goede doen. Eind vorig jaar is een aanbieding van een Amerikaanse makelaar geaccepteerd en wordt in Guyana een installatie gebouwd waar giftig afval zal worden ‘verwerkt’. Als dank krijgt het land een kleine electriciteitscentrale. In Haiti werd onder het oude regiem aan een Amerikaanse bedrijf vergunning verleend giftig afval te dumpen in het kustgebied. De nieuwe regering wil dat contract ongedaan maken. Jamaica tenslotte heeft een bedrag van zeventig miljoen dollar aangeboden gekregen van een makelaar in afval. Er wordt nog over nagedacht.

Er bestaan nog andere, ogenschijnlijk nettere vormen van contracten. Als wederdienst wordt dan slechts aanhankelijkheid gevraagd. Vice-premier Lester Bird zegt dat de Amerikaanse regering twee marinebases op het eiland heeft, waarvoor ze de regering van Antigua 1. 5 miljoen dollar per jaar betaalt. Voorts staat er een steunzender van de Voice of America die andermaal een miljoen dollar opbrengt. Die zender is eigenlijk overbodig omdat achthonderd kilometer zuidelijker, in Grenada, een sterke zender staat die het gehele Caribisch gebied bestrijkt. Maar de relatie is altijd handig. Toen in 1985 de CIA meende dat in Grenada(even groot als Antigua) te amicale betrekkingen met Cuba en de Sowjet Unie dreigden te ontstaan, gebruikten de Verenigde Staten ondermeer zijn vriendschapsbanden met Antigua om te kunnen optreden. Antigua is lid van de organisatie of Eastern Caribbean States(OECS) – evenals Grenada. Juist op de dag dat de CIA besloten had Grenada een ‘lesje te leren'(zie ‘Dekmantel’ van Bob Woodward), kwam de OECS in Barbados bijeen. Om het Amerikaanse optreden een schijn van legitimiteit te geven, werd de OECS gevraagd de Amerikanen te verzoeken de orde op Grenada te herstellen. Zo geschiedde.
In 1980 begonnen de Verenigde Staten een soort Marshall-plan voor het Caribisch gebied, het Caribbean Basin Initiative(CBI). Opgezet om hulp te geven bij de economische ontwikkeling van de kleine, jonge staten. Maar evenzeer geboren uit ‘politieke bezorgdheid voor het ontstaan van meer Grenada’s en Nicaragua’s in dit gebied’, schreef Michael Manley, de leider van de ‘People’s National Party’in Jamaica. Ook nu wordt een tegenprestatie verlangd. Boven het Caribisch gebied hangt een satelliet die 24 uur per dag Amerikaanse televisieuitzendingen naar de eiland zendt. Met (een willekeurige avond in Antigua)John Travolta; Harrison Fox, private investigator;een familieserie;The million dollar face;een tekenfilm;commercials;een oorlogsfilm, een op hol geslagen Vietnam-veteraan en veel televisie-dominees die voor Swaggart bidden en de midlife-crisis van de man hebben ontdekt. Bidden helpt. In het nieuwe kwartaalblad ‘Caribbean Affairs’ wordt gesproken van een ‘bombardement door de electronische media’. En Colin Hope uit Barbados die met financiele hulp van de Nederlandse organisatie ICCO het maandblad ‘Caribbean Contact’ redigeert spreekt van ‘een nieuwe vorm van kolonisatie van de gedachten en de hoop van de mensen in het Caribisch gebied. ‘
Eilanden die hun kabelsystemen niet voor al die onzin willen lenen, worden bedreigd met ‘uitsluiting uit het economische programma van het CBI’. Antigua ontvangt de programma’s wel maar weigert ‘als enig land'(Lester Bird) de door de Verenigde Staten in rekening gebrachte kosten te betalen. Hij is in bezit van een boze brief van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Shulz die met tegenmaatregelen dreigt. ‘Ik heb geschreven, jullie kunnen niet onze ruimte binnendringen met informatie en zeggen dat ik die niet op mag pikken. Nee, wij overwegen de Amerikanen kosten in rekening te brengen omdat ze onze ruimte gebruiken’, zegt Lester Bird.

Corruptie? Nepotisme? Uitverkoop van de souvereiniteit? Wie veroorzaakt eigenlijk wat? Ik leg minister Hugh Marshall de vraag voor of, als zijn land nu eens echt weerspanning gaat worden, hetzelfde in Antigua kan gebeuren als in Grenada is gebeurd.
Hij denkt lang na. Hij zegt aarzelend: ‘Dit is een tolerant land. Ik denk niet dat wij hier zullen toestaan wat in Grenada is gebeurd. Maar als de stemming verandert? Dan vrees ik het ergste. ‘

Vrij Nederland, 2 april 1988

Polderpers