Aantekeningen voor het symposium ‘Verontrusting en vertier aan de oevers van de grote rivieren’ op 22 en 23 september in Orléans.
Door Rudie van Meurs / POLDERPERS.NL
Eind januari begin februari 1995 werd het in de grote rivieren in Nederland zulk hoog water, dat tweehonderdduizend mensen op de vlucht sloegen of werden geëvacueerd. Ruim honderdduizend koeien, tweehonderdduizend varkens, meer dan twee miljoen kippen en bijna honderdduizend schapen moesten naar hoger gelegen delen van het land worden vervoerd.
Het water waste tot 16.68 meter boven NAP, vijftien centimeter lager dan in 1926 toen de hoogste waterstand van de eeuw werd genoteerd. Een jaar eerder had het water ook al extreme hoogte bereikt. Bovendien ging in 1995 het hoge water in Rijn en Waal vooraf aan het buiten de oevers treden van de Maas. Dat is niets bijzonders want de Maas is een regenrivier die zich, als het maar lang genoeg regent, verbreedt tot het winterbed. De reden dat hoog water in de Maas de laatste tijd zo’n dramatische aandacht krijgt in de pers, komt omdat de rivier alsmaar verder is opgesloten en de uiterwaarden – het natuurlijk domein van de rivier – gebied zijn geworden voor de nieuwe uitleg van steden en dorpen. Want ruimtelijke ordening en het beheer van de rivier zijn in Nederland niet op elkaar afgestemd. Het stijgende Maaswater zorgde zo voor een opmaat in de berichtgeving. Het gevolg was dat in 1995 Nederland dagenlang in de ban verkeerde van het hoge water. Beelden van huizen die in de Maasvallei waren ondergelopen, dorpen onbereikbaar, vluchtelingen in kerkgebouwen. Hier en daar ontstond een nerveuze spanning. Toen tenslotte het water in de grote rivieren ook ging wassen, verloor een deel van de bevolking het vertrouwen. Daardoor waren in 1995 al duizenden mensen op de vlucht geslagen voor de overheid bevel zou geven tot evacuatie. Een van de opdrachtgevers verdedigde later de vlucht aldus: ‘Als iedereen weggaat, zal je als overheid toch iets moeten regisseren, anders loopt het uit de hand.’
Er zou in het rivierengebied overigens nooit het sein tot evacuatie gegeven zijn als niet tien dagen eerder in de regio Nijmegen – ongeveer daar waar de Rijn het land binnenkomt – een rampenbestrijdingsplan was vastgesteld. Daarin staat dat bij een waterstand van 16.50 het gebied ontruimd dient te worden. Het plan, waarvan slechts enkelen de details kenden, veroorzaakte verwarring en onenigheid bij bestuurders en ambtenaren in het gebied. De één vertrouwde de dijken, de ander niet. Waterbouwkundige ingenieurs vochten de rigide manier aan waarop de kritieke watergrens van 16.50 meter werd gehanteerd. Er waren dijkbestuurders die wel iets zagen in evacuatie omdat dan eindelijk eens beweging zou komen in de plannen tot dijkverzwaring. De commissaris der koningin beschikte niet over voldoende topografische kennis. Zo werden steden als Tiel en Zaltbommel geëvacueerd die bij een overstroming op z’n hoogst twintig tot dertig centimeter water zouden krijgen. Dorpen op stroomruggen, hoog boven de kritische grens die in Nederland Normaal Amsterdams Peil wordt genoemd, moesten ontruimd worden. De politie haalde namen van dorpen door elkaar en sommeerde de verkeerde mensen te vertrekken. Ambtelijke diensten faalden in het geven van goede voorspellingen over de waterhoogten. Waterschappen, gemeenten, de provincie en Rijkswaterstaat – alle waren het met elkaar oneens. Het was pijnlijk te zien hoe ieder elkaar probeerde te overtroeven, hoe kleine en grote autoriteiten onderlinge ruzies uitvochten en probeerden de dans om de macht voor het front van de media te winnen. Op het moment suprême, toen een burgemeester eenzijdig opdracht gaf tot evacuatie, raakte de elektronische snelweg volstrekt verstopt. Telefoon en fax vielen uit, het mobiele net werkte niet meer, het noodnet zweeg, uit de portofoon kwam alleen nog ruis. Alle lijnen van en naar het provinciaal coördinatiecentrum waren anderhalf uur dood. En buiten beelden uit ‘Le Weekend’ – kilometers lange files auto’s, hoog opgetast met bankstellen en televisietoestellen, van mensen die het noodgebied ontvluchtten maar zich vastreden op verstopte wegen en in de duisternis en de modder van de polder. Families brachten urenlang door in hun voertuigen omdat de infrastructuur niet is toegerust op zo’n massale beweging. Als op dat moment een dijk zou zijn gebroken was het echt gevaarlijk geworden, realiseerden bestuurders zich later.
Terwijl het water waste, werd het rivierengebied vanuit heel de wereld overstroomd door honderden journalisten. De lokale autoriteiten werden plotseling geconfronteerd met een nieuw fenomeen, dat van reality-televisie en infotainment journalistiek op jacht naar een scoop. Met dreunende regelmaat waren in huiskamers overal ter wereld dreigende beelden te zien van de ondergang van dat laagland aan de Noordzee. Voor nuances was geen ruimte. Zo ontstond het beeld van de autoriteit gejaagd door de journalist en de journalist gejaagd door de waan. Na vier opwindende dagen werd alles weer rustig.
Rudie van Meurs / POLDERPERS.NL
Aantekeningen voor het symposium ‘Verontrusting en vertier aan de oevers van de grote rivieren’ op 22 en 23 september in Orléans.