Bij de uitreiking van het tiende nummer van Rotterdams Accent, de krant van het journalistiek praktikum gegeven aan de Erasmus Universiteit.
Welkom aan Frank van Vree die bijzonder hoogleraar is voor de pers en persvrijheid En aan Herman van Run die dat was.
Leden van de universiteit, Studenten. Over enige momenten zal het eerste nummer van jaargang tien van het Rotterdams Accent worden uitgereikt Het is het blad van het journalistiek praktikum – kweekvijver voor de PDOJ. Dat zal Herman van Run uitvoerig vertellen. Ik zal iets over Herman van Run vertellen die alle voorgaande jaren het eerste nummer heeft uitgereikt.Iedereen heeft z’n idolen – journalisten hebben die ook.Mijn idool was ooit Alfred van Sprang die in de jaren veertig en vijftig afreisde naar de brandhaarden van de wereld. Ik was toen een jongen die thuis Trouw, De Rotterdammer en De Spiegel las en ik volgde hem ademloos. Ik bewonderde hem zeer en ik dacht toen dat wil ik ook.
Pas veel later ontdekte ik dat Van Sprang een profeet was van de koude oorlog en vooral schreef wat op ambassades werd gedacht.
Ik bewonderde Anton Constance om z’n dwarsheid, z’n passie en z’n kennis van zaken. Zijn boek over Bakoenin, een Russisch rebel, opende nieuwe verten.Ik bewonder Henk Hofland om z’n tomeloze ijver, de manier waarop hij schrijft en z’n altijd aanwezige nieuwsgierigheid. Hij was al in de zeventig toen hij me stralend vertelde over de ongekende mogelijkheden van z’n zojuist gekochte vijfde computerEn ik bewonder Herman van Run.
Hij wijkt enigszins af van de andere drie. Hij is iemand om verlegen eerbied voor te hebben.
Er is tussen ons een wereld van verschil. Toen ik als verslaggever bij Trouw werkte, was onze redactie gehuisvest in een stinkende kelder aan de postzegelmarkt van Amsterdam. Herman van Run was toen hoofdredacteur op het kasteel van de Amstel waar de Tijd werd gemaakt. Dat verklaart veel.
Hij is een man van distinctie – met verfijnde vormen.
Hij werd onlang geïnterviewd voor de radio door Frenk van der Linden en toen hoorde ik hoe hij erin slaagt na een dag werken in z’n tuin nog schone nagels te hebben.Ik bewonder hem vooral om z’n wijsheid en de ethische inhoud die altijd aan de journalistiek gegeven heeft.
Daarom hebben Kees Schaepman en ik het zo bijzonder op prijs gesteld dat hij in de achterliggende jaren steeds op bijeenkomsten zoals deze aanwezig wilde zijn om Rotterdamse Accent uit te reiken.
Hij heeft ons gezegd dat dit echt de laatste keer is – dat heeft hij al meer gezegd. We zien wel.Rudie van Meurs
Herwijnen
september 2001