Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

‘Twintig jaar atoomagentschap als canonisatie van de machtsverhoudingen’

Twintig jaar geleden werd het ‘verdrag tegen verspreiding van kernwapens'(NPV) gesloten. Nog elk jaar komen er landen bij die tekenen. Als beloning treden ze toe tot het Grote Broederschap dat IAEA (Internationale Organisatie voor Atoomenergie) heet. En dat betekent weer dat alle geheimen van kernenergie aan hen worden geopenbaard. De Nederlandse minister van buitenlandse zaken wil nu zelfs alle kennis delen met Zuid-Afrika. Hij vindt dat het land definitief ingelijfd moet worden bij het IAEA – ook wel omschreven als een ‘nucleair priestercollege’ dat probeert te voorkomen dat het tijdstip van de jongste dag wordt vervroegd.

Tien minuten gaans van het centrum van Wenen, op het eiland tussen de Nieuwe en Oude Donau, ligt UNO-city. Twee, dertig verdiepingen hoge smaakloze gebouwen, temidden van het Donaupark. In het oosten worden ze begrensd door de rivierarm. Naar de andere richtingen zijn hoefijzervormige lagere gebouwen opgetrokken die zo een scherm vormen tegen de oude wereld. Sinds enige tijd geleden hier een Turkse diplomaat werd doodgeschoten, zijn de veiligheidsmaatregelen maximaal. Er is één sluis waardoor naar binnen kan worden gegaan. Vóór de sluis, op een bunkerachtig bordes, zit een bewaker met een repeteergeweer. Binnen inspecteren zwijgend, in hun nationale tenu, wachters uit Soedan, India en Zaïre de passanten. Elke dag staan duizenden beambten met hun veiligheidspas op een zichtbare plaats, in een lange rij om toegelaten te mogen worden. Bezoekers mogen pas binnen als zij hun paspoort hebben afgestaan. Protesten, dat mijn regering dat niet op prijs stelt, baten niet. Hier gelden de wetten van de Verenigde Naties en regeert de angst.
Achter de bewakers zijn de kantoren van Unido en Unfac, respectivelijk de organisatie voor industriële ontwikkeling en het fonds ter controle van drugsmisbruik van de Verenigde Naties.
Verreweg de grootste ruimte wordt in beslag genomen door het IAEA, het internationaal bureau voor atoomenergie. Een alsmaar uitdijende organisatie die meegroeit met het aantal kerncentrales, verrijkingsinstallaties en opwerkingsfabrieken in de wereld. Alles bij elkaar meer dan 800 waarvan 425 kernenergiecentrales. Het IAEA beschikt inmniddels over een budget van 300 miljoen gulden en heeft 2000 ambtenaren in dienst.
De organisatie dient, kort gezegd, erop toe te zien dat de nucleaire brandstof in die kerncentrales en aanverwante installaties echt uitsluitend ‘civiel’ gebruikt wordt. En dat er niet stiekem kernwapens mee wordt gemaakt. Om tijdig te kunnen ontdekken of niet ergens een paar kilogram plutonium – genoeg voor een kernbom – vermist is of gestolen, is een wereldomvattend veiligheidssysteem opgezet dat ‘safeguards’ heet. Een kleine 200 inspecteurs, beter is het om te spreken van accountants, reizen de wereld af om in zorgvuldige samenspraak met de producenten te controleren of alles eerlijk gaat. ‘Safeguards’ is zoiets als een universele beschermengel die zich over ons ontfermt met geruststellende, regelrecht aan Orwell ontleende woorden als ‘vreedzaam, vrede, welvaart en voorspoed’.
Maar er is iets hartgrondigs mis met het IAEA. Het controlesysteem deugt niet – zo blijkt uit het laatste ‘vertrouwelijke’ verslag over de inspecties. Daarnaast werkt de organisatie in strikte beslotenheid en geheimzinnigheid – voortvloeiend uit artikel 5 van de beginselverklaring waarin staat dat ‘het IAEA elke voorzorgsmaatregel zal nemen om de commerciële en industriële geheimen en andere vertrouwelijke informatie die zij te weten komt, te beschermen’. En bovenal is het IAEA een propaganda-instituut voor kernenergie, dat ‘alles zal doen om de bijdrage van atoomenergie te versnellen en te vergroten'(artikel 2 van het Statuut).
Het propageren van kernenergie is voor het IAEA altijd belangrijker geweest dan het controleren. Dat gebeurde met veel psychologie en slimheid, via een tactiek ontleend aan de beste tradities van de in de jaren zestig geldende opvattingen over ‘repressieve tolerantie’: ‘Wij zullen meer succes hebben als we ophouden de gevaren van kernenergie te bagatelliseren. We moeten proberen de bevolking zover te krijgen dat zij de aanzienlijke gevaren bewust en willens en wetens accepteert’, zei ooit Henry J. Otway van het IAEA. In het rapport ‘Our Common Future’, gemaakt onder leiding van de Noorse premier Gro Harlem Brundtland, wordt dan ook onomwonden gezegd dat, om de kerninstallatie echt goed te kunnen controleren, er ‘apart van het IAEA in zijn rol als promotor van kernenergie, een internationaal inspectie-apparaat moet worden opgericht. ‘

 

Leo Oudejans is één van de twee Nederlandse inspecteurs bij het IAEA. Achttien jaar al reist hij de wereld rond om vitale onderdelen van kernreactors, verrijkingsinstallaties opwerkingsfabrieken te controleren. Hij installeert videocamera’s om later te kunnen nagaan of er geen onregelmatigheden zijn gebeurd. Hij controleert als een accountant de boeken om te zien hoeveel splijtstof binnengekomen en uitgegaan is. En vervolgens gaat hij na wat in de reactor zit. Tenslotte hangt hij zegels aan de gewichtige onderdelen – loodjes die moeten tegengaan dat tijdens zijn afwezigheid ‘ingebroken’ wordt.
Is het gevaarlijk werk?
Oudejans: ‘Gevaarlijk is iets wat je niet onder controle hebt. Er zijn natuurlijk altijd risico’s omdat je werkt met radio-actieve onderdelen. Er zijn regels hoe je je moet afschermen, met handschoenen, hoofdbedekking of dat je op afstand moet werken. De ene installatie is strenger dan de andere. Ik ken een fabriek waar ik verplicht ben me spiernaakt uit te kleden. Ik krijg dan speciale kleren en moet me na afloop grondig wassen. ‘
Hoeveel inspecteurs zijn er?
Oudejans: ‘Er zijn nu 200 inspecteurs maar 150 van hen worden ingezet voor inspecties. Toen ik kwam was het aantal een handjevol. Het is nu heel wat bureaucratischer geworden. ‘
Lijdt u daar onder?
Oudejans: ‘Ik heb het meest interessante gedeelte meegemaakt. Ik ben in de DDR begonnen, dat heette toen niet eens DDR. Een van de eerste dingen die ik zei was, jullie weten er geen fluit van maar ik ook niet. We moesten het in de praktijk leren. ‘
In het laatste vertrouwelijke rapport van het IAEA staat dat inspecteurs soms geweigerd worden, dat ze worden tegengewerkt door de industrie. Het is een beetje een slangenkuil?
Oudejans: ‘Ik weet het maar zelf heb ik eigenlijk alleen goede ervaringen. Dat komt ik heb altijd in oost-Europese landen gewerkt. Daar is de verhouding zo dat het bedrijf eenvoudig moet doen wat de staat zegt. In het westen is het privé. Daar wordt meer op de centen gelet. ‘
U moet werken via een streng programma?
Oudejans: ‘Het ene land is flexibeler dan het andere. Als ik in land A nog één dag nodig heb naast de officiëlke controle dagen, kan het gebeuren dat gezegd wordt ga je gang. Er zijn ook landen die onverbiddellijk zijn: ‘Je hebt nu drie dagen gewerkt, je tijd is om. ‘
Veronderstel dat u ergens vijf kilo plutonium mist?
Oudejans: ‘Dat heb ik nooit meegemaakt. Maar natuurlijk blijft er altijd een onzekerheid . Als je metingen doet kunnen meetfouten optreden. Dat is niet te vermijden. ‘
U ontdekt dat ergens het koelsysteem niet deugt en de omgeving gevaar loopt?
Oudejans: ‘Dat zijn niet onze zaken. Wij controleren alleen de splijtstof, het nucleaire gedeelte. Het koelgedeelte, daar gaan de exploitant en het land zelf over. ‘
Dit is de wereld die de Verenigde Naties als ideaal zien. Ergens halverwege het gebouw, daar waar de werkplaatsen en labaratoria gevestigd zijn, werken naast elkaar een Irani en een Iraqi. Twee vertrekken verder zijn technici uit India en Pakistan tewerkgesteld. Als tegenprestatie voor het lidmaatschap, krijgt iedere nationaliteit een kans. Dr. Hans-Friedrich Meyer, chef van de omvangrijke propaganda afdeling van het IAEA, is een Duitser. Want op een bepaald ogenblik móest een Duitssprekende ambtenaar de informatie-afdeling gaan leiden. De DDR, de Bondsrepubliek, Oostenrijk en Zwitserland kwamen in aanmerking. Omdat West-Duitsland de hoogste contributie betaalt en Meyer ‘in isotopen en alle bijkomende dingen gelooft’, werd hij het. Want voorwaarde is wel dat medewerkers gelovigen zijn. Het IAEA telt zo’n honderd landen die lid zijn en allemaal hebben ze vertegenwoordigers in het bureau – vooral in het 800 leden sterke topkader. Allemaal mensen die goed zijn voor een belastingvrij maandelijks inkomen van tussen de 15 en 25 duizend gulden. Voorts kunnen ze in UNO-city hun inkopen doen in een rijk voorziene belastingvrije winkel. Veel directeuren, assistenten van directeuren, vice-presidenten en assistenten van de vice-president uit Canada, Amerika, Noorwegen en Engeland. Aan de top staat dr. H. Blix uit Zweden. Daags na mijn komst in Wenen krijg ik door een gelukkig toeval de notulen in handen van de (besloten) 706e vergadering van de zogenaamde ‘board of governors’ – het algemeen bestuur van de IAEA. Ze geven een aardig beeld van de rangorde van belangrijkheid van zaken. Een gedeelte gaat over de kritiek van de commissie Brundtland op de IAEA. Het tweede agendapunt handelt over de ‘financiële aansprakelijkheid bij nucleaire rampen’ – waarover Robert Junck in zijn boek ‘De Atoomstaat’ eens schreef dat voorstanders van kernenergie via dat systeem van ‘spitsvondige calculaties proberen vast te stellen hoeveel een doorsnee-mensenleven in dollars waard is en hoeveel van die levens voor de atoomindustrie zouden kunnen worden opgeofferd. ‘
Het laatste punt van de vergadering dat pagina’s in beslag neemt, gaat over de ‘woon-toelage’ van dr. Blix zelf. Blix blijkt zojuist verhuisd te zijn naar een representatiever onderkomen.
Tot dusver genoot hij een woontoelage van 45. 000 gulden. Zijn nieuw huis kost ruim 110. 000 gulden per jaar ‘aan huur en bijkomende kosten’. Even rijst de vrees dat de regeling een sneeuwbal-effect tot gevolg zal hebben en dat ook de top-directeuren van andere VN-organisaties eisen zullen gaan stellen. Na veel heen en weer gepraat gaat de vergadering akkoord met de nieuwe woon-toelage. Blix zelf is eigenlijk pas zo’n tien jaar overtuigd voorstander van kernenergie. Hij kwam tot inkeer toen hij zag wat voor nadelige effecten de traditionele brandstoffen hebben op het milieu.

Plotseling ziet het internationaal bureau voor kernenergie in Wenen zich geconfronteerd met een nieuwe uitdaging. Elke keer als het IAEA belaagd wordt door kritiek – of het nu om Tsjernobyl gaat of het spoorloos verdwijnen van nucleair materiaal – wordt ogenblikkelijk een tegenaanval ondernomen. De deprimerende conclusies uit het Brundtland-rapport over de ondergang van de planeet, tenzij gekozen wordt voor drastische energiebesparing, inspireerden de algemeen directeur van het IAEA dr. H. Blix tot een tegenstuk. En dat komt erop neer dat een ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘bescherming van het milieu’ vanzelfsprekend het best gegarandeerd worden door meer kernenergie. Een ander standpunt valt van hem niet te verwachten. Begin Mei komt Blix naar de RAI in Amsterdam om te herhalen wat hij al tien jaar zegt. En iedereen, op een enkele dwarsligger uit Denemarken en Ierland na, is het in de ‘board of governors’ met hem eens. Dat blijkt nog eens uit de laatste discussie van de besloten bijeenkomst van de board, begin deze maand. Blix zegt in de bijeenkomst – zo blijkt uit de interne notulen – dat hij niet vanuit een ‘verwaande houding’ met het rapport van de commissie Brundtland heeft afgerekend maar vanuit het standpunt dat ‘kritiek een positieve kracht is die naar vooruitgang leidt. ‘Hij krijgt van alle kanten bijval. In de vergadering valt vooral bittere kritiek te horen van de vertegenwoordigers uit de ‘schuldenlanden’. De heer Souza Fontes Arruda uit Brazilië zegt dat ‘niet genoeg gezegd kan worden hoe sinds mensenheugnis de rijke landen de natuurlijke grondstoffen hebben benut ten koste van het milieu, vervuiling en verwoesting van bossen. ‘ Hij ziet niet in hoe landen met een laag energiegebruik en een gering inkomen, het uitgangspunt van de Brundtland-commissie om minder energie te gebruiken zullen kunnen onderschrijven. En de heer Khan uit Pakistan – dat is niet dezelfde Khan die in Nederland nucleaire kennis verwierf – zegt dat voor de ontwikkelingslanden kernenergie de enige manier is om ‘verandering te brengen in hun eindeloze armoede’. Hij vindt dat het Brundtland-rapport te veel uitgaat van de zorgen van de rijke en ontwikkelde wereld en niet denkt aan de overleving van de arme landen. Het IAEA moet ‘alles doen om de positieve rol van kernenergie voor het milieu aan iedereen duidelijk te maken. ‘
Op de 25e verdieping – net onder de top – tref ik John McManus uit Canada, een van de verantwoordelijke mensen voor het projekt ‘Safeguards’ van de IAEA. Young en bright en nadrukkelijk overtuigd van de nobele doeleinden van het atoomagentschap. Hij verwondert zich over de kritiek van het Brundtland-rapport. ‘Zou het IAEA niet kunnen controleren omdat het in kernenergie gelooft? Maar moeten we dan ook niet de dokters uitbannen omdat ze in ziekten geloven? ‘ Hij weet alles van de zure regen, waardoor de esdoornbossen in Canada sterven. Daarvoor zijn de kolencentrales verantwoordelijk. Hij weet alles over het broeikas-effect dat veroorzaakt wordt door de traditionele brandstoffen. Maar een andere manier van leven, zoals het Brundtland-rapport wil? Hij schudt meewarig het hoofd: ‘Mensen stemmen met hun lichtschakelaars. Ze zullen uiteindelijk stemmen voor meer electriciteit. Hebben de arme landen niet evenveel recht op voorspoed? Als wij niet van plan zijn onze welvaart op te geven moeten wij hen hetzelfde toestaan. Ik ben ervan overtuigd dat de wereld kan overleven ook zonder dat we onze manier van leven drastisch veranderen. Wat we alleen nodig hebben zijn verstandige mensen die voor goed management kunnen zorgen. ‘ Het IAEA staat borg voor dat management, met volgens McManus ‘de deskundigste mensen van de hele wereld. ‘
Maar wel afhankelijk van de industrie?
Mc Manus(gebeten): ‘Als u denkt dat wij gevangenen zijn van de industrie dat bent u fout. Het tegenovergestelde is het geval. Wij hebben de expertise, er is geen sprake van dat wij ons werk niet goed zouden doen. ‘
Democratie is binnen het IAEA ver te zoeken?
Mc Manus: ‘Binnen het IAEA zijn 114 staten vertegenwoordigd. Niemand kan kritiek hebben op het democratisch gehalte van de statuten. ‘ Ineens milder en met het begrip waarover een medewerker van het IAEA veronderstelt wordt te beschikken: ‘Natuurlijk is kernenergie niet de enige oplossing. Geen systeem is perfect. Als het IAEA over meer geld zou beschikken zouden we een beter systeem kunnen opzetten. Maar begrijp toch goed, alle kritiek die op ons geleverd wordt komt van instituten en mensen die alleen maar willen dat kernenergie ophoudt te bestaan. Elke technologie moeten beoordeeld worden op het gevaar en op de opbrengst. Als u vindt dat de gevaren groter zijn dan hoop ik dat uw standpunt gebaseerd is op goede informatie. ‘

Toen aan het eind van de jaren zestig het ‘verdrag tegen verspreiding van kernwapens’ (NPV) tot stand kwam, betekende dat – zoals de plaatsvervangend Nederlandse vertegenwoordiger bij het IAEA drs. P. de Klerk (verbonden aan de ambassade in Wenen) dat omschrijft – ‘een canonisatie van de machtsverhouding’.
Vastgesteld werd – althans voor de rest van de twintigste eeuw – dat er vijf machtige kernwapenlanden zouden zijn tegenover de rest van de wereld die dat had te accepteren. Soms morrend, met de rug tegen de muur, ondertekenden landen zonder kernwapens het NPV dat vaststelt dat de Verenigde Staten, Rusland, Engeland, Frankrijk en China ze wel mogen hebben. En daarmee onderwierpen ze zich aan de controleurs van het IAEA die toezien dat de nucleaire installaties voor burgerlijk gebruik (‘vreedzame doeleinden’) niet aangewend worden voor militaire operaties. Een aantal landen tekenden het verdrag niet zoals Zuid-Afrika, Israël, Chili, Argentinië, Brazilië, India en Pakistan. De laatste drie omdat ze niet toe wensen te treden tot een verdrag en een organisatie ‘die discrimineren’. Maar ze staan wel een beperkte controle toe door Safeguards. Natuurlijk niet in die installaties waar verrijkt uranium en plutonium wordt gemaakt dat direct voor kernwapens gebruikt zou kunnen worden. Trouwens ook de landen die het verdrag tegen verspreiding van kernwapens wel ondertekenden hebben de controleurs van het IAEA aan een touwtje. Ze mogen een maximaal vastgesteld aantal keren langs komen, inspectie heeft z’n grenzen.
Neem nu Nederland. Anderhalf jaar geleden legde de minister van buitenlandse zaken een verklaring af over de moeilijkheden die de bezoeken van het IAEA oplevert aan de verrijkingsfabriek in Almelo: ‘Het voornaamste probleem waarvoor een oplossing gevonden moest worden, betrof de verenigbaarheid van adequeate bescherming van gevoelige industriële eigendommen én voldoende zekerheid dat geen nucleair materiaal aan het produktieproces kon worden onttrokken voor niet-vreedzame doeleinden. Het ging daarbij met name om de toegang van inspecteurs van het IAEA tot een centraal onderdeel van de fabrieken, de zogenaamde cascadehal. De oplossing die werd gevonden voorziet in een beperkt aantal onaangekondigde bezoeken aan het ultracentrifugeprojekt. ‘ Om nauwkeurig te zijn, als de inspecteurs meer dan twaalf keer per jaar langs komen in Almelo worden ze ongewenste bezoekers.
De kernwapenlanden zelf – waarvan Frankrijk en China het ‘non-proliferatie verdrag’ nooit getekend hebben – zijn boven alle kritiek en verdenking verheven. Op hen is het safeguard-systeem niet van toepassing. Per gratie staan zij minimale controles toe op hun civiele kerncentrales, maar volstrekt op vrijwillige basis. De Verenigde Staten gaan zelfs akkoord dat in drie van de tweehonderd nucleaire militaire installaties wordt rondgekeken – volgens De Klerk zijn die niet meer dan een ‘leerschool voor ingenieurs’. ‘Het stelt niets voor, smeerolie is het. ‘ In een rebels ogenblik sombert hij dat het IAEA niet veel meer is dan een ‘glijmiddel waardoor het establishment alleen maar sterker geworden is. ‘ De Klerk zegt: ‘Wees nu eerlijk. De landen hebben er toch stuk voor stuk geen belang bij om zich te laten controleren. Maar als ze daarmee kerncentrales kunnen binnenhalen, vooruit dan maar. ‘

En zoals gezegd hebben controles hun beperkingen. Naast het openbare jaarverslag dat het IAEA uitgeeft, gaat er elk jaar ook een ‘vertrouwelijk’ rapport naar de honderd aangesloten regeringen. Het rapport over 1987 aan de ‘board van governors'(onder waarmerk GOV 2338) kwam ook in ons bezit. Het geeft, om het mild te zeggen, niet zo’n verheffend beeld van het IAEA en is geen enkele reden voor de triomf van Safeguards’ onderdirecteur John McManus(zie hierboven). Er staat in: – er werden (in 1987) 309 van de in totaal achthonderd kernenergieinstallaties in de wereld geïnspekteerd – waaronder 184 van de ruim 400 kerncentrales. Bij veertien kerncentrales en verrijkingsfabrieken kon geen certificaat van deugdelijkheid worden achtergelaten. Bij 15 andere installaties werd het inspektie doel op nucleair materiaal buiten de reactorkern, niet volledig gehaald:
– er waren diverse problemen ‘van hoge prioriteit’ bij de splijtstofcontrole;
– in dertig procent van alle inspecties was het onmogelijk te onderzoeken of voldoende veiligheid aanwezig was;
– er was sprake van onvoldoende medewerking van verschillende lid-staten van het IAEA bij het ontvangen en toelaten van inspecteurs;
– controle blijft mensenwerk, ook als geconcludeerd wordt dat de zaak OK is blijft er een onzekerheid van vijf procent;
– er is voorts altijd een onzekerheid van één procent bij het vaststellen van de aanwezig plutonium. Als het IAEA daar geen verbetering in brengt zal – volgens het ‘Bulletin of the Atomic Scientist’ – over enkele jaren gemakkelijk drie tot vier ton plutonium door diefstal of vermissing kunnen verdwijnen en dat is genoeg voor enkele honderden kernbommen.
De Nederlandse minister van economische zaken dr. R. W. de Korte heeft inmiddels in een brief zijn ‘instemming’ uitgesproken over de manier waarop het IAEA zich van zijn taak kwijt. Voor de rest doen hij en staatssecretatris Van Voorst tot Voorst (buitenlandse zaken) krampachtig hun best het vertrouwelijk rapport van het IAEA voor de kamerleden te verbergen. Als ik McManus over het rapport informeer, vraagt hij me hooghartig of ik wel zeker weet dat dit het echte vertrouwelijke rapport is uit 1987: ‘U weet niet of het geen vervalsing is. Safeguards is een complexe materie. Ik werk 22 jaar in de kernenergie en zit vijf jaar bij IAEA. Vergeleken met mij heeft u een grote achterstand. ‘ Even later: ‘Dat rapport is gelekt, gestolen. Er zijn veel organisaties en mensen die het IAEA in diskrediet willen brengen, die ons het leven moeilijk maken. U neemt een grote verantwoording op U door het rapport te publiceren. ‘
Voor een wat minder overspannen reactie begeef ik me naar de Nederlandse ambassadeur in Wenen, L. H. J. B. van Gorkom die sinds kort in de ‘board of governors’ van het IAEA zit. Hij beleeft een hectische tijd. Gedeeltelijk vanwege het IAEA maar vooral omdat zijn schoonvader jhr. M. de Goes van Naters(89) enige dagen bij hem verblijft. En die wil naar de opera, lunchen, tochten maken en is bovendien tegen kernenergie. De schoonzoon – die maar met moeite zijn teleurstelling kan verbergen dat Nederland opnieuw de bouw van kerncentrales vooruit heet geschoven – heeft hem heel wat uit te leggen.
Op tafel ligt het vertrouwelijke rapport van het IAEA over het falende toezicht. Het is voorzien van krassen en vraagtekens. Er staat zelfs op ‘billen bloot’ – neergepend in een oprisping van kregeligheid. Van Gorkom zegt: ‘Ik mag u dit niet geven, het is wel zo ongeveer bekend. Het IAEA vindt dat het vertrouwelijk moet blijven, ik kan daar niet omheen. Ik vind wel dat het anders moet, doorzichtiger worden. Elke technische organisatie ontwikkelt in de loop der jaren een dieventaal, dat is ook hier het geval. Ik wil wel zeggen dat wij als Nederland ernaar streven dat in de toekomst meer wordt gepubliceerd zodat safeguards aan geloofwaardigheid wint. ‘
Dat zal nooit lukken zolang bijvoorbeeld Frankrijk en Engeland het IAEA niet hoeven toe te laten?
Van Gorkom: ‘Dat is nou precies het probleem van bijvoorbeeld India en Brazilië die vinden dat daarom het non-proliferatieverdrag discrimineert. De vijf landen die kernwapens hebben, ik noem ze de have’s, hebben het recht safeguards te weigeren. Wat wij nu proberen is die vijf staten zover te krijgen dat zij in ieder geval al hun civiele installaties aan inspectie onderwerpen. Dat begint aardig te lukken. ‘
Ambassadeur Van Gorkom somt op dat na Tsjernobyl veel vooruitgang is geboekt door het IAEA. Hij zegt dat er ‘enorme’ vorderingen zijn gemaakt bij de opslag van kernafval. Voorts heeft hij zich als voorzitter van een werkgroep hard ingespannen voor een regeling waarmee landen zich financieel aansprakelijk verklaren voor ongevallen bij een kernramp.
Maar hoe, vraag ik hem, de doden rondom Tsjernobyl vallen toch niet schadeloos te stellen. En al die doden op termijn?
Van Gorkom: ‘Dat is niet zo, er zijn 31 doden gevallen en er is geen reden te veronderstellen dat het er meer worden. ‘
Maar er wordt toch door de ramp toeneming van kanker verwacht? In Naroditsjky, op ruim vijftig kilometer van Tsjernobyl, is het aantal kankergevallen verdubbeld. Er worden veel misvormde dieren geboren op boerderijen ver van de gevaarzone van dertig kilometer.
Van Gorkom: ‘Dat is niet waar, dat is niet aangetoond. Al die mensen die twee jaar geleden voorspellingen deden over duizenden extra doden hebben ongelijk. ‘
Volgens twee medewerkers van het Rijksinstituut voor de Volsgezondheid levert tussen 1986 en 1990 het ongeluk in Tsjernobyl een grotere stralingsbelasting op dan de fall-out van de kernwapenproeven in de jaren vijftig?
Van Gorkom: ‘Maar dat valt niet met elkaar te verwijten. Lees nou eens de rapporten van de wetenschappelijke commissie van de Verenigde Naties. Daar vindt u de goede getallen. Tsjernobyl was een gruwelijk ongeluk maar het moet niet overdreven worden. ‘
Als er nog een ongeluk als Tsjernobyl passeert is de ramp niet te overzien?
Van Gorkom(ongewoon heftig): ‘Wie zegt dat nou, dat is gewoon niet waar. ‘
Maar die zorg in Nederland onmiddellijk na de ramp. Het vee binnen, geen spinazie eten, voorzichtig zijn met verse groenten? Van Gorkom: ‘Het is allemaal onnodig geweest. Allemaal nodeloze paniek. ‘

De ambassadeur spreekt over ‘dual use’ goederen die zowel voor civiel gebruik als voor militaire doeleinden bestemd kunnen worden. Hoe beheers je die? Hoe voorkom je dat ze naar landen gaan die op de ‘trigger list’ staan? Hij zegt: ‘Geen enkele techniek is op den duur beperkt te houden tot twee, drie landen. Het is goed dat ook de ontwikkelingslanden de beschikking krijgen over de hoogst mogelijke technologie. De taak van het IAEA is te zorgen dat het vreedzaam blijft. ‘
Maar dat is toch een illusie? Het controlesysteem van IAEA heeft lekken. Het blijft toch mogelijk om a la minute nucleair materiaal voor kernwapoens te gebruiken?
Van Gorkom: ‘Dat is niet zo eenvoudig. Niemand heeft tot dusver het verdrag tegen verspreiding van kernwapens(NPV) opgezegd. Het zou mij niet verbazen als Zuid-Afrika dit jaar nog toetreedt. Veronderstel dat Zuid-Afrika tekent en een overeenkomst met het IAEA aangaat, dan onderwerpt het zich aan controle door safeguards op een aantal van zijn installaties. Ik aanvaard niet dat zoiets een illusie is. We z\itten met het feit dsat er vijf kernwapenstaten zijn. . . ‘
. . . althans formeel. . .
. . . ‘maar de rest is speculatie en vermoedens van de koffietafel van de board of governors. Ik zit in de board naast India. Dat heeft een nucleair ‘device’ laten ontploffen. Dat kan voor een vreedzaam doel zijn maar ook militair. Israël? Ik weet niet of die het kan. ‘
Zuiud-Afrika heeft in Valindaba een verrijkingsfabriek en een opwerkingsinstallatie. In het vertrouwelijke rapport van de IAEA staat dat Zuid-Afrika over genoeg verrijkt uranium beschikt voor achttien kernwapens?
Van Gorkom: ‘Ik heb geen bewijs daarvoor hoor. Ik denk ook niet dat Libië en Iran het kunnen. Als Zuid-Afrika het verdrag tegen verspreiding van kernwapens tekent ga ik ervanuit dat ze nucleaire brandstof vreedzaam zullen gebruiken. ‘
Het is, zegt de ambassadeur, onvermijdelijk. Er zijn kerncentrales en die zullen de energieproduktie in de wereld gaan beheersen. ‘
De ambassadeur filosofeert voor zich uit: ‘Misschien zitten we wel in de post-Tsjernobyl fase. Het is heel interessant wat gebeurt. In Zweden en Spanje waar lang gezegd is, geen kernenergie, lijkt de discussie een andere wending te krijgen. Nu met die zure regen en de opwarming van de atmosfeer wordt gezegd, zullen we nog niet eens naar kijken. Heel interessant. Want kernenergie is toch in zoverre een schone energie dat er geen broekaseffect vanuit gaat. Er komt niets uit wat slecht is voor de mensen. ‘
Het is zoiets, zeg ik, als de duivel verdrijven met Beëlzebul? Hij haalt z’n schouders op en zegt zuchtend: ‘Ja, mischien is er dan weer een nieuw probleem. ‘

Vrij Nederland, mei 1989

Polderpers