‘Hoe slechthorenden een oor worden aangenaaid’
Eerst ging het over apothekers die zo’n vijftig miljoen te veel vragen voor luiers voor mensen die hun plas niet kunnen ophouden(zie VN van 14 mei). Deze keer zijn het de audiciëns, de handelaars in gehoorapparaten. Door de prijs kunstmatig hoog te houden incasseren ze jaarlijks een slordige dertig miljoen meer dan hen toekomt. Hoe de gezondheidszorg verziekt wordt door monopolies en belangenorganisaties.
Het kort geding voor de rechtbank in Dordrecht duurde maar liefst vijf uur. Dat is ‘uitzonderlijk lang’, schreef advokaat H. P. Utermark van het kantoor De Brauw & Westbroek aan het ziekenfonds Rotterdam. Het ging dan ook om uitzonderlijke belangen. De handelaars in gehoorapparaten verenigd in de FIDA(voluit de Nederlandse vereniging van fabrikanten, importeurs en detaillisten van audiologisch apparatuur) hebben een absoluut monopolie op de markt van ‘hulpverlening’ aan slechthorenden. Zij maken uit welke apparaten op de markt verschijnen en stellen eenzijdig de prijs vast. Iedereen die er onder gaat zitten wordt door het kartel geboycot. Die winstgevende handel dreigt nu te worden verstoord door een plan van het ziekenfonds Rotterdam. Dat wil met behulp van een rebellerend FIDA-lid, Viennatone Nederland bv – een dochter van de gelijknamige fabrikant in Oostenrijk – de beuk in de prijzen zetten. Bovendien wil het ziekenfonds aan de verzekerden gehoorapparaten in ‘bruikleen’ gaan geven waardoor een toestel langer meegaat en efficiënter gebruikt kan worden. Als alle ziekenfondsen volgen kan jaarlijks twintig tot dertig miljoen op hoortoestellen bezuinigd worden.
Waarom moet een gehoorapparaat dat de fabrikant voor ruim tweehonderd gulden op de markt brengt gemiddeld twaalfhonderd gulden in de winkel kosten? Heeft een ziekenfonds het recht gebruik te maken van de mogelijkheid de prijs met vijfhonderd gulden naar beneden te brengen? Dat waren, eenvoudig geformuleerd, de vragen op het kort geding in Dordrecht. De advokaat van de FIDA mr. M. E. Monas-Van Bruggen reageerde geschokt op het voornemen van het ziekenfonds: ‘Op basis van dit volstrekt onacceptabele plan zullen vele audiciënsbedrijven gesloten moeten worden. ‘Ja ze meent zelfs dat ‘de audiciënsbranche practisch gedecimeerd’ zal worden.
Er is alle kans op dat dit ook gaat gebeuren. Want op 25 mei jongstleden gaf de president van de arrondissementsrechtbank in Dordrecht het ziekenfonds practisch geheel gelijk. Alleen moet nog tot november dit jaar ‘serieus’ tussen het ziekenfonds en de FIDA onderhandeld worden over de nieuwe opzet in de handel van gehoorapparaten. ‘Ik ga er vanuit dat we na november onze plannen kunnen uitvoeren. Omdat op dit ogenblik al 17 andere ziekenfondsen met ons meedoen, ben ik ervan overtuigd dat een besparing van miljoenen op de uitgave van gehoorapparaten mogelijk is’, zegt adjunct-directeur A. A. Kars van het ziekenfonds Rotterdam.
De heer Kars beperkt zich tot een summier commentaar. Want op dringend verzoek van de FIDA(de fabrikanten en detaillisten van hoortoestellen) hebben partijen beloofd zich ‘op het gebied van de publiciteit terughoudend te gedragen’. Voor de handelaars in gehoorapparaten is het vonnis van de Dortse president dan ook een kleine ramp. Jarenlang domineerden zij de markt. Een kwart miljoen mensen in Nederland draagt een hoorapparaat – in de vorm van oorschelpen, hoorbrillen en kasttoestellen. Zeventig procent van dat aantal is ‘bejaard’. Elk jaar wordt voor zestig miljoen gulden omgezet. Volgens een studie van Fr. de Boer van de Wetenschapswinkel van de VU(1984) groeit de markt elk jaar met zes procent – door vergrijzing maar ook omdat het totaal aantal slechthorenden stijgt en mensen eerder een apparaat willen. Zestig procent van alle apparaten wordt betaald door het ziekenfonds. Die situatie is vanzelfsprekend uiterst behaaglijk voor de audiciën die, zoals gezegd, merk, type en prijs vaststelt op een alsmaar groeiende markt. Er is voorts sprake van een stil verbond tussen de audiciëm en de keel-neus- en oorarts. Die laatste schrijft een apparaat voor en laat het in de meeste gevallen aan de handelaar in hoorapparaten over welk toestel geleverd wordt. ‘In het algemeen heeft iedere voorschrijver(de KNO-arts) zijn eigen audiciën’ schrijft het Ziekenfonds Rotterdam in de ‘strikt vertrouwelijke’ nota ‘Een nieuw geluid over hoortoestellen’. De relatie is soms heel ‘close’. Toen het ziekenfonds Rotterdam zijn plan met het verzoek om geheimhouding als eerste met de Rotterdamse keel-neus-en oorartsen besprak, bracht één van hen zijn eigen audiciën mee. Die handelaar werd de toegang ontzegd en dat gaf reden tot tumult en geschreeuw. Ik vraag aan adjunct-directeur Kars van het Rotterdamse ziekenfonds of dat gezamenlijk optrekken tussen oorspecialist en handelaar in hoorapparaten voorkomt uit een diep medische bezorgdheid of dat er misschien ook zakelijke belangen tussen de twee zijn? Hij aarzelt en ik hoor hem grommen. Hij antwoordt: ‘Je kan er alleen maar een vraagteken bij plaatsen en niet meer dan dat. ‘
De markt in gehoorapparaten wordt in Nederland beheerst door vier grote winkelketens met zeventig filialen: de firma’s Geervliet, Schoonenberg, Acousticon en Beter Horen. Daarnaast zijn er een aantal kleinere concerns. In totaal gaat het om 200 audiciëns die meestal ook nog in brillen doen. Er zijn zeven importeurs en Philips is de enige binnenlandse fabrikant van apparaten. Met elkaar vormen zij het kartel FIDA. Dat woord kartel wordt zo nadrukkelijk gebruikt omdat de FIDA zich tijdens het kort geding mordicus tegen die aanduiding verzette. Die werd zelfs ‘beledigend’ genoemd en moest onmiddellijk worden gerectificeerd. De president oordeelde anders. De Fida is wel degelijk een ‘instelling van collectief exclusief verkeer’ tussen fabrikanten-importeurs en detaillisten. Iedereen die zich niet aan de regels houdt wordt uit het lidmaatsregister van de FIDA geschrapt. De organisatie heeft zich dan ook, volgens de president, ‘in feite gedragen als een kartel. ‘
Dat kartel is er verantwoordelijk voor dat gehoorgestoorden in Nederland jarenlang een oor is aangenaaid. Zij hebben prijzen en eigen bijdragen betaald die(aldus het Rotterdamse ziekenfonds in zijn vertrouwelijke nota) ‘in geen verhouding stond tot de geleverde arbeidsinzet. ‘Op een merkwaardige manier is met de prijzen gegoocheld. Het Ziekenfonds Rotterdam heeft in zijn nota de weg gevolgd van het Hanzaton-hoortoestel. De gemiddelde verkoopprijs bij de audiciën van dat apparaat bedraagt bijna twaalfhonderd gulden – exclusief BTW en exlusief het oorstukje van honderd gulden. De prijs af-fabriek die de groothandel betaalt is f 207, -. Dat bedrag is op het kort geding ‘onzorgvuldig’ genoemd. Laten we daarom gemakshalve 210 gulden aanhouden. De groothandel brengt een winstpercentage van ruim honderd procent in rekening. Dan kost het apparaat al f 420, -. Vervolgens bedraagt de gemiddelde winst(want grote audiciënsketens verdienen meer dan kleinere handelaars) f 769, 50. Alles wat de audiciën daarvoor moet doen is de klant ontvangen, het oorstukje aanmeten, het hoortoestel passen, enige informatie geven over bediening en het onderhoud en kassa. ‘De taak van de audiciën kan vergeleken worden met die van een leverancier van elastische kousen’, schrijft het ziekenfonds enigszins cynisch. ‘Beiden handelen naar een vastgesteld recept, meten en passen aan het lichaam van een cliënt op basis van hun specifieke opleiding en kennis. ‘Als het ziekenfonds aan de hand van die werkzaamheden een becijfering maakt over wat het hoorapparaat werkelijk mag kosten, dan komt de prijs uit op zo’n zevenhonderd gulden.
Dat is dus op de huidige gemiddelde prijs een voordeel van vijfhonderd gulden. Er zijn ook gehoorapparaten die tweeduizend gulden kosten. Dan bedraagt het verschil 1300 gulden. Nog een besparing kan bereikt worden door het hoorapparaat opnieuw te gebruiken. Dat kan nu het ziekenfonds volgens het nieuwe besluit ‘kunst- en hulpmiddelen 1987’ hoortoestellen in bruikleen kan gaan geven aan verzekerden. Een gehoorapparaat heeft een levensduur van minstens 8 jaar. Die tijd haalt het bijna nooit. Het ziekenfonds Rotterdam wil oude apparaten als ze niet meer gebruikt worden innemen en renoveren zodat meer mensen er gebruik kunnen maken. Dat is voor iedereen voordeliger.
Intussen heeft het ziekenfonds Rotterdam met de Nederlandse vestiging van de Oostenrijkse fabrikant Viennatone de afspraak gemaakt dat die de hoortoestellen aan de consument zal gaan leveren voor de prijs van zevenhonderd gulden. De enige voorwaarde is dat Viennatone een omzet van 6000 toestellen per jaar in Nederland wil. Dat is geen beletsel. Het ziekenfonds Rotterdam heeft er zelf 1800 nodig. De andere zestien ziekenfondsen die hebben aangekondigd mee te doen zorgen voor de verdere afname. De rest van de ziekenfondsen in het land zouden een dief van de verzekerden en eigen portemonnee zijn als ze niet volgen. Viennatone heeft vanzelfsprekend de woede op de hals gehaald van de FIDA. De laatste weken regende het retourzendingen van audiciëns aan Viennatone die niets meer met het Oostenrijkse bedrijf te maken willen hebben. Meestal gebeurde dat zonder opgaaf van reden. Alleen audiciën Pestman uit Zwolle liet in een bijgaand briefje weten dat hij ‘wegens de ontwikkelingen van de laatste weken’ de apparaten terugzond. En de FIDA stuurde een brand-telegram naar Wenen, naar het moederbedrijf: ‘Hierbij stellen wij u op de hoogte van een crisis in de distributie van hoorapparaten-stop-het werk van dertig jaar wordt volstrekt verstoord -stop-Viennatone Nederland has agreed tot a sole sales contract with a regional sick-fund-stop-please stop Viennatone Nederland bij all means to go on this way-stop.
Geen schijn van kans dat Wenen gaat ingrijpen. Ik vraag adjunct-directeur Kars wanneer hij de opticiëns gaat aanpakken die, volgens informatie, ‘exhorbitant hoge prijzen in rekening brengen voor brillenglazen’. Speciale televisieloeps die misschien 150 gulden waard zijn, worden voor soms vier tot vijfduizend gulden verkocht.
Kars: ‘Dat is nog geen item. We hebben nu alle energie op de audiciëns gezet’.
Vrij Nederland, mei 1988