Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars
Izzy F.Stone, journalist 1907-1989, editor I.F.Stone’s weekly: ‘Alle regeringen worden geleid door leugenaars

‘In Almaty heerst angst voor alles’

Een reportage uit Kazachstan voor VPRO Ongehoord op Radio 5 in mei 1995

Verteller:

Aziz Aldabergenov is een dwerg met een bochel. Tweeenveertig jaar geleden werd hij geboren aan de oever van het Aral-meer in Kazachstan. Dichtbij de katoenvelden die bespoten werden met dioxine en andere onbekende chemicaliën. Het zal nooit wetenschappelijk aangetoond worden of zijn mismaaktheid te maken heeft met de streek waar hij geboren is. Zijn moeder stierf toen hij nog een baby was. Zijn vader droeg hem naar school tot hij op een dag dood ging aan een geheimzinnige ziekte. Aziz zorgde van toen af aan voor zijn drie jongere broertjes. Elke dag, zo zegt hij, moest hij verder lopen om het alsmaar zakkende water van het Aral-meer te bereiken. Elke dag ving hij minder vis uit het meer, tot er geen vis meer was. Hij herinnert zich ziekte, armoede en werkeloosheid. Iedereen ging dood, zegt hij

Opzoeken: holle geluiden van flat, bonkende
liftgeluiden en geknars van ijzeren hekken

2.30 min

De flat is nauwelijks tien jaar oud maar steunt en kreunt en rot van alle kanten. De ingang is een tochtig, donker gewelf met versplinterde deuren, stinkend naar urine en verlicht door een enkel peertje.

Naast de liften, zijn schachten gemaakt waaruit een rochelend geluid komt van vallend afval.

Haastig en schuw spoeden de bewoners zich door de holle ruimten en barricaderen zich achter een ijzeren hek en de dubbele deuren met vijf sloten van hun appartementen. De etage op de dertiende verdieping vertoont scheuren. Tussen de muur en het balkon is een spleet ontstaan waar je je met enige moeite doorheen zou kunnen wringen. Binnen heeft de onhandelbare collectieve centrale verwarming de temperatuur opgejaagd tot tropische hitte. De lift beweegt zich met de snelheid van een boemeltrein. Soms valt alleen het licht uit. Soms wordt even de stroom onderbroken en verandert de cabine in een stikdonkere gevangeniskooi tussen hemel en aarde.

Dit is het plein van de Republiek van Almaty, het vroegere Alma Ata, de hoofdstad van Kazachstan. De appartementen hier gaan door tot de beste van de stad.

Band Rvm 01 -b (346 <-> 383): verkeersgeluid

3 min

Pal tegenover de flat staat het presidentieel paleis. Een plomp rechthoekig gebouw uit de nadagen van het sowjet-communisme. Op de achtergrond rijst het besneeuwde Tien Shan gebergte omhoog dat als een hoefijzer rondom Almaty ligt en Kazachstan scheidt van China. Eindeloze trappen verbinden het paleis met het plein van de Republiek. Daar, vlak voor de bevroren vijvers, staat een eenzame zerk die herinnert aan het jaar 1986 toen een plotseling uitbarsting van verzet, net niet uitgroeide tot een volksopstand. Het protest was gericht tegen Gorbatsjov die van de een op de andere dag de Kazach Dinmoekhamed Koenajev, die 25 jaar secretaris-generaal van de communistische partij was geweest, verving door de Rus Kolbiv. Er ging een siddering van woede en gekrenkte trots door het Kazachse volksdeel. Met stenen, losgewrikt uit het plaveisel, werd een onbekend aantal soldaten van het sowjet-leger gedood. Er moeten honderden slachtoffers zijn gevallen. Centraal-Azië hield de adem in. Moskou kwam terug op zijn beslissing en verving Kolbiv door de Kazach Noersoeltan Nazarbajev. Nazarbajev werd later tot president gekozen van het onafhankelijke Kazachstan. Sindsdien heerst een gewapende vrede.
Bij de zerk staat een straatfotograaf met een oude camera op een statief. Het slaat met wijde gebaren de armen om zich heen om warm te blijven. Zijn vrouw danst met grote stappen en lome bewegingen op de muziek uit een kleine zakradio.

Muziek van CD met muziek uit Kazachstan bij verkeerslawaai

Ooit was Kazachstan de meest gerussificeerde republiek van Centraal Azie. Nucleair testgebied en vuilnisvat van Moskou. Overdekt met gif uitbrakende fabrieken en werkkampen waarin Dostojewski en Soltsenitsjin opgesloten waren. Ballingsoord van door Stalin ongewenste volkeren. De Russen domineerden alles en iedereen. Een miljoen Wolgaduitsers, vierhonderdduizend joden, Krimtartaren, Oekraïners, Polen, Oezbeken, Kirgiezen, Armenen, Koerden, Koreanen, Grieken en Turken. En de Kazachen. Zeventien miljoen mensen in een steppeland zo groot als Australië.
De nieuwe Grondwet, die twee jaar geleden geschreven werd, garandeert recht voor elke etnische minderheid. Dat is de theorie.
Sinds een paar jaar zijn de Kazachen, dankzij hoge geboortecijfers, de Russen in aantal voorbijgestreefd. De stand is nu ongeveer bijna acht tegen zeven miljoen. De Kazachen hebben de meerderheid in het parlement. Ze hebben alle sleutelfuncties in handen. Ze hebben het Kazachs tot de officiele voertaal van de republiek gemaakt. Elke baan die vrijkomt wordt gegeven aan een Kazach. De politie werft uitsluitend nog agenten uit het Kazachse volksdeel. Van de miljoen Duitsers is inmiddels een kwart vertrokken. Voor de Duitse ambassade staan dag in dag uit rijen mensen op een visum te wachten. De ambassadeur voorspelt dat tenslotte geen Duitser in Kazachstan zal achterblijven. De Russen voelen zich nu zelf een gediscrimineerde minderheid en gaan met honderdduizenden terug naar Rusland. Met de oproep ‘slavische broeders, verlaat ons niet,’ probeerde eind vorig jaar een groep bekende Kazachen de exodus en de braindrain te stoppen. Ook vooraanstaande Russen ondertekenden de oproep. ‘Als wij er in slagen ons niet te gedragen als een superieur volk en als we onze kinderen kunnen overtuigen de taal, de cultuur en de gewoonten van de Kazachen eigen te maken, kunnen we het diepe respect van het Kazachse volk verwerven,’ schreven ze deemoedig.

Band RvM 04-a (030-126) sirenegeluid

5 min

Almaty is een stad van angst.
Angst voor aardbevingen. Kort na de ramp in Kobe, bezochten twee Japanse seismologen Almaty en voorspelden dat vóór de eeuwwisseling een aardbeving de hoofdstad zal treffen. Sindsdien snelt het gerucht de gebeurtenissen vooruit. Kranten berichten over minimaal 150.000 slachtoffers. In ambassades zijn noodvoorraden aangelegd. Op de eerste vrijdag van maart gaan om zes uur in de ochtend de sirenes en roepen burgerwachten door megafoons de mensen op met geld, identiteitspapieren en mondvoorraad naar buiten te gaan. Het is nog een oefening.

Er bestaat angst voor etnische spanningen.
Op weg naar zijn woonblok bij het sportpaleis is de jonge ingenieur Eugene Boulatov in een bus door Kazachen in elkaar geslagen omdat hij een Rus is. Hij mijdt ’s avonds de straat. Hij is voortdurend op zijn hoede. Zijn grootvader was een Griek die naar Kazachstan werd gedeporteerd. Zijn vader is er geboren. Eugene heeft er gestudeerrd. Hij is inmiddels in bezit van een visum voor Canada en vertrekt. Hij zegt:
‘Kazachstan is een vreemd land voor me geworden. Ik ben hier niet meer welkom.’

Er bestaat angst voor politieke onrust.
In het noorden van Kazachstan, dicht bij de Russische grens, worden wekelijks massabijeenkomsten gehouden in de stad Petropavlosk. Er is geen werk. Fabrieken zijn gesloten. Honderdduizenden mensen krijgen geen salaris meer. De arbeiders die nog werken ontvangen tien dollar per maand. Het brood is op de bon. De roep om aansluiting bij Rusland wordt steeds luider. De eis dat de Kazachse regering ontslagen zal worden, steeds grimmiger. De Russische Liga is er verboden. Als verzoenend gebaar heeft president Nazarbajev gezegd dat de hoofdstad van het land verplaatst zal worden van Almaty naar Akmola – vijftienhonderd kilometer naar het noorden.

Er is angst voor de samal.
De ‘samal’ is de wind die van het Tien Shan gebergte komt. Ooit vaardigde gouverneur Kolpakovski een heilige wet uit die verordonneerde dat de huizen van Almaty nederig en laag moesten worden gebouwd zodat de koele adem van de bergen de stad van de tuinen kon beroeren. Er kwamen flats, die de wind tegenhouden. Er werd een ring van chemische fabrieken gebouwd die zwarte, gele en oranje wolken uitbraken. Als de samal nu van de bergen komt, wordt die opgewarmd door de hete dampen. De wind stijgt, keert terug, stijgt weer, neemt het vuil mee en verspreidt het over de stad. Elke dag weer. Almaty gaat bedekt onder een groezelige deken van smog. De lucht veroorzaakt aandoeningen aan de luchtwegen, het drinkwater is zo slecht dat kinderen blijvend last hebben van diarrhee. Er heerst tuberculose en ondervoeding – schrijft de Wereld Gezondheidsorganisatie in en recent rapport.

Er is angst voor een dictatuur.
Eind vorig jaar gijzelde de Kazachse meerderheid in het parlement president Nazarbayev, door hem te verbieden in de komende drie jaar iets te veranderen in de grondwet, De motie, waaraan geen ruchtbaarheid werd gegeven, is tegen hervormingen. De president en het kabinet mogen geen Unie met Rusland aangaan. Ze mogen niet het Russisch als officiële voertaal naast het Kazachs invoeren. Ze mogen niet de grond gaan uitgeven in privé-eigendom, om te voorkomen dat ook etnische Russen eigenaars kunnen worden. Volgens het blad ‘Central Asian Forum’ eisen de nationalistische fanatici met die motie alle priveleges voor zichzelf.
Nazarbayev sloeg terug. Hij stuurde het parlement naar huis. Hij zei dat het parlement illegaal was en beriep zich op een uitspraak van het Constitutionele Hof. Volgens het Hof zijn de verkiezingen in maart vorig jaar oneerlijk verlopen.
De honderd Kazachse nationalisten in het parlement lieten zich niet naar huis sturen en vormden een ‘volksparlement’.
Toen bedacht de oude communist Nazarbayev een nieuwe list. Hij verzamelde een reeks getrouwen om zich heen onder wie de pro-Russische premier Kazhegeldin en besloot eind april een referendum te houden. Het volk mag dan zeggen of het stabiliteit wil en Nazarbayev. Op die manier voorkomt de president een lastige herverkiezingscampagne in 1996. ‘Ja,’, zegt Nazarbayev, ‘er komt een dictatuur maar het is een wettelijke dictatuur.’
Zijn medestanders waarschuwen dat als in Kazachstan de rassen tegen elkaar opstaan, Russische interventie onvermijdelijk is.
En er bestaat angst voor morgen.
Eind 1993, bij ons eerste bezoek aan Kazachstan, is de dollar vijftien Tenge waard, de nationale munt van Kazachstan. In september 1994 wordt voor een dollar veertig Tenge gegeven. En begin 1995 is de koers zestig tenge voor één dollar.
Als we op een dag het vertrouwen van de oude vrouw, die bekneld raakte tussen de liftdeuren, hebben terruggewonnen, vertelt ze haar verhaal. Ze heet Anna Ivanova. Ze is tachtig en ze werkte veertig jaar als econome. Haar pensioen is zeshonderd Tenge – tien dollar. Dat is net voldoende om de huur van haar appartement te betalen. Elke dag wordt haar pensioen minder waard. Ze verkoopt kranten en sigaretten op de hoek van de Mira-boulevard en het plein van de Republiek om te kunnen overleven. Ze is te oud om het land te verlaten en te koppig om de bureaucratie om hulp te vragen. Ze is, zegt ze, slachtoffer van de ineenstorting van het communisme. Ironisch voegt ze eraan toe: ‘Het spannendste van mijn leven nu is dat ik echt niet weet hoe het morgen zal zijn.’

Er bestaat angst voor alles.

Band 03 – kant b 074-495 stemmen in lokaal

20 min

We zijn hier nu voor de derde keer. Op verzoek van journalisten uit Centraal Azie en met geld van de stichting Doen, geven Kees Schaepman en ik een – wat een beetje pretentieus heet – ‘journalistieke workshop’.
Aan houten tafeltjes in een sousterain onder een vervallen woonflat, zitten vijftien journalisten uit Kazachstan, Oezbekistan, Turkmenistan en Kyrgistan. Aan de zijkant, voor getraliede ramen, staan zes computers en een schoolbord.
We praten over westerse journalistiek, die vanzelfsprekend een rare aanduiding is omdat alleen goede en slechte journalistiek bestaat. Over de organisatie van de pers. Over tabloids en broadsheets. Er wordt gediscussieerd over objectiviteit die niet bestaat. Over neutraliteit, die niet mogelijk is. Over journalistieke ethiek en de beperkingen van de zogenaamde ‘vrije’ pers in het westen. Over selectie van nieuws, die bepaald wordt door politieke en cultureel achtergronden. En die vooral in handen is van mensen met geld en macht – en even gaat een golf van herkenning door het zaaltje als namen van Rupert Murdoch en Berlusconi vallen.
De eerste keer dat een student onze handleiding voor het interviewen toepast bij een echte persconferentie, valt de uitgenodigde autoriteit woedend uit dat hij niet onderbroken wenst te worden. En we leren de collega’s hoe in west-Europa een ideaal nieuwsbericht wordt geschreven en een mooi verhaal. Elk woord en elke oefening valt in vruchtbare aarde.
Zestig, zeventig jaar lang bestonden nauwelijks journalisten achter de Oeral. Verslaggevers heetten zoiets als rapporteurs, die in dienst waren van de apparatsjiks van de communistische partij. Er bestaan faculteiten voor journalistiek – met een vijfjarige opleiding nog wel. Maar zoveel jaar na de ineenstorting van het communisme zitten er nog steeds dezelfde docenten die studenten kneden en plooien in onderdanigheid en de geschiedenis bijbrengen van de triomfantelijke socialistische pers. Als ze de faculteit verlaten, hebben ze nog nooit een bericht geschreven.

Band 03 – kant b stemmen in lokaal zo nu en dan op laten komen bijvoorbeeld bij 80 tot 248

Het is de ochtend na de moord op Vladislav Listjev, de bewonderde Moskouse presentator van Chas Peak. De stemming is gedrukt. Wij besluiten de dag te besteden aan censuur en de gevaren voor de journalist in een maatschappij die niet toestaat dat het slechte openbaar raakt.
Het duurt even voor de vrijmoedigheid er is. Elena, een jonge hoogblonde journaliste uit Almaty, vertelt aarzelend dat ze onlangs een verhaal heeft geschreven over de handel in rottend vlees op de Ziloni bazar – de grootste overdekte markt in de hoofdstad. De manager kwam bij haar en bood gratis fruit en groenten aan als ze niet zou publiceren. Ze deed het toch. Toen kwamen er bedreigingen en werd Elena toegesist dat haar blonde haar uit haar kop getrokken zou worden als ze zich nog eens op de markt vertoonde. Ze lacht nerveus. Ze is moeder van één kind. Vorig jaar overleed haar man aan kanker, bijna een volksziekte in Kazachstan.
Irina, die net als Elena bij het weekblad ‘Dojivem do Ponedelnika’ (‘Laten we overleven tot maandag’) werkt, zegt schuchter dat een week geleden een collega, toen ze de redactie verliet, door drie onbekende mannen overvallen en mishandeld is. De redacteur had kritisch bericht over hoe steeds schaarser worden medicijnen in handen raken van de mafia en met woekerwinsten worden verkocht op de zwarte markt. Irina spreekt verwonderd, alsof ze de dingen die gebeuren nog altijd onbegrijpelijk vindt. Ze is gedreven. Ze heeft drie kinderen. Op een foto staan een dun, iel meisje van vijftien, een jongen van twaalf en een kind van drie dat niet groeien wil en bronchitus heeft. Irina ziet er afgetobd uit. Voortdurend balanceert ze op de rand van een instorting.
Eens, nog voor de val van het sowjet-communisme, reisde ze naar Pavlodar in het noorden van Kazachstan. Een onderwijzer vertelde haar schokkende verhalen over de directeur van een school die kinderen schopte en sloeg, geld van onderwijzers afpakte en studenten voor haar liet werken. Dat kon ze straffeloos doen omdat ze de zuster van de secretaris van het plaatselijke partijcomite was.
Irina onderzocht de verhalen en kwam tenslotte bij de directeur van de school terecht. Die werd woedend, ging haar op dezelfde manier te lijf als ze scholieren behandelde. Ze sloeg, schopte, griste naar de perskaart van Irina en vocht om het notitieblok in handen te krijgen. Omdat de secretaresse plotseling binnenkwam kon Irina ontsnappen. Toen ze de andere dag op haar redactie in Almaty kwam, zat daar al de waarnemend directeur van de school om over het gedrag van de journaliste te klagen. De hoofdredacteur zei tegen Irina, ik geloof jou maar we publiceren geen woord, dat is te gevaarlijk.
Irina nam geen genoegen met die weigering. Ze bezocht in Almaty het centraal comité van de communistische partij. Ze wilde rechtvaardigheid. Het centraal comité kende alle feiten. Er zouden maatregelen genomen worden. Twee weken laten kreeg Irina bericht dat de onderwijzer die haar had ingelicht over de misstanden, ontslagen was.
Maar dat was vóór de val. Het is nu toch anders? vragen wij argeloos ‘Njet, njet,’ klinkt luid door het zaaltje.
Elena zegt: ‘Wij, journalisten, zijn paarden waarvan de poten gestrengeld zijn. We zijn vrij om te gaan maar we kunnen nergens heen.’ (Band op 248)
Irina herinnert aan de metafoor van Poeskin in zijn boek ‘De dochter van de kapitein’. Daarin wordt het eerste grote verzet van Yemelyan Pougachyov tegen het feodale bewind van de Czaar beschreven als een liefdesverhaal.
Ze zegt: ‘We moeten weer als Poeskin gaan schrijven. Dan zijn we pas veilig. Officieel bestaat er geen censuur meer in Kazachstan. Maar we hebben last van zelfcensuur. Dat zit in onze genen. We hebben vrijheid maar er is altijd dat gevoel in ons dat het morgen over kan zijn.’

Opkomen van geluiden in lokaal

Kubatbek komt uit Bishkek, in Kyrgizstan waar een herdersvolk woont. Een jongeman met een verweerd gezicht dat Mongoolse trekken heeft. Hij heeft naar Irina en Elena geluisterd en met een schuchtere lach zegt hij dat in Kyrgystan begin dit jaar twee kranten zijn gesloten. De ene krant heette ‘Vrije Bergen’ en was opgericht door het parlement. Toen de krant te vrijmoedig werd in het bekritiseren van president Askar Akayev kwam er een verschijningsverbod. Met het blad ‘Politiek’ verging het op dezelfde manier. Hij zegt: ‘Ik weet niet of mijn krant bij mijn terugkeer nog wel bestaat. Er is geen enkele garantie dat andere kranten niet door dezelfde maatregelen getroffen zullen worden.’
De afgelopen maanden, zegt Kubatkek, zijn in Bishkek tien journalisten door de politie afgeranseld. Als die mishandelingen zijn opgetekend door de kranten zelf. Plotseling verliest hij zijn ironische lach. Verbeten zegt hij: ‘Journalisten zouden bewapend moeten worden om zichzelf te beschermen.’

Andrej uit Tasjkent in Oezbekistan barst uit in een litanie van klachten: ‘Als een journalist in Oezbekistan het waagt één regel of zelfs maar de volgorde van een bericht van de regering of het enige officiele persagentschap te veranderen, dan volgt onmiddellijk ontslag. Er zijn prachtige wetten in ons land maar de bureaucaten kunnen geen woord van kritiek verdragen. Als ik in Tasjkent een vertegenwoordiger van Price Waterhouse wil interviewen, moet ik eerst toestemming vragen aan een speciale dienst van de regeringsvoorlichting. Zelfs als ik toeristen op straat aanspreek moet ik toestemming hebben om hun opkeringen te publiceren. Bij ons heerst totale censuur.’

stemmen laten opkomen

Oleg uit Ashgabat in Turkmenistan heeft nog niets gezegd. Hij is zonder twijfel de beste schrijver uit het gezelschap met gevoel voor nieuws, selectie en stijl. Hij is gehandicapt sinds hij in z’n jeugd kinderverlamming kreeg. Elke ochtend is het weer een mirakel als hij heelhuids over de spiegelgladde paden het lokaal bereikt. Als hij begint te spreken gaat hij staan. Dat doet hij nu. Hij zegt tegen z’n collega’s uit Kazachstan: ‘Jullie zijn gelukkige mensen want jullie hebben tenminste vrijheid van spreken. Dat kunnen wij niet. Jullie hebben kranten van privé-eigenaars. Bij ons zijn ze allemaal van de staat. Alles wordt gecontroleerd door de autoriteiten, wat we schrijven, wat we bepraten en wat we denken. Bij ons bestaat drie keer censuur. De eerste keer als we onze copy afleveren. De twee keer bij eindredactie en lay-out en de derde keer als de krant gedrukt is. Als er één zwarte stip voorkomt op de foto van president Saparmoerat Niazov, wordt de krant in beslag genomen.’
Oleg blijft staan: ‘Onlangs is het weekblad ‘Zaterdag’ gesloten. De krant had geschreven dat er veel produkten op de markt, die binnengekomen waren door illegale import uit Turkije en Iran, van slechte kwaliteit waren. De regering vond die berichtgeving verstoring van vriendschappelijke relaties met het buitenland. Er kwam geen officieel verbod, nee de regering bepaalde dat er zo’n schaarste aan papier was dat ‘Zaterdag’ niet meer kon verschijnen.
Maar het zal toch wel ooit beter worden, reageren wij geschokt?
‘Njet, njet’, roepen rauw de studenten tegenover ons.

band met stemmen uit lokaal laten opkomen

De vrijmoedigheid van de journalisten in de zaal wordt groter. Het is helemaal niet zo ideaal in Kazachstan, zegt Sergey – een jongen van negentien die aan de faculteit studeert, meewerkt aan een programma voor Radio Totem en in Almaty’s grootste particuliere dagblad Caravan schrijft. Hij slaapt vier uur per nacht, is vegetariër en zijn zelfbewustheid irriteert de anderen met vlagen.
Kazachstan heeft drie soorten media. De Kazachse kranten zijn soms fel nationalistisch, gekleurd en anti-Russisch. Een Russische journalist die het ook maar waagt de Kazachse dominantie in de samenleving aan de orde te stellen, kan rekenen op een afstraffing in de Kazachse pers. Tegenwoordig kan hij zelfs weer, zo berichtte het engelstalige blad Focus Central Asia, voorwerp worden van afpersing en naar een psychiatrische inrichting worden gezonden.
Naast de Kazachse pers zijn er de officieele regeringskranten, zoals die er voor de ondergang van het Sowjet-imperium waren. Ze zijn de trompet van de bureaucraten.
De laatste vijf jaar zijn er particuliere radiostations, televisiekanalen en kranten gekomen. Overigens is er één drukfabriek in Almaty waarop alle kranten gedrukt worden en die geeft de autoriteit macht. Want toen vorig jaar het onafhankelijke dagblad Caravan uitvoerig berichtte over de corruptie van de burgemeester van Almaty Zamanbek Nurkadilov en de mafia-praktijken van zijn zoon, werden de persen gestopt en verscheen de krant niet. En radio-Totem verdween uit de lucht toen verslaggevers de zelfverrijking van Nurkadilov aan de orde stelde. De burgemeester is later, toen de affaire een schandaal werd, toch tot aftreden gedwongen. Sergey praat hard en monotoon. Vorig jaar augustus berichtte hij in Caravan hoe de zoon van ex-burgemeester Nurkadilov, op een dag met beschermers hotel Kazachstan was binnengekomen en vier verdiepingen had opgeeist. Hotel Kazachstan is een kolossaal en deprimerend gebouw aan de Marx-boulevard waar de oude gebruiken uit de communistische periode nog van kracht zijn. Met onbeschoft personeel, snauwende chefs en intimiderend gedrag van rondhangende handelaren. De zoon van de ex-burgemeester liet de vier verdiepingen van het hotel ontruimen en vestigde er zijn eigen importbedrijf voor Italiaanse auto’s, Itel-Aftel genaamd. Korte tijd nadat Sergey had gepubliceerd werd het gebouw waar zijn moeder als directeur werkt, door de politie gesloten. Sergey schreef over auto’s die parlementsleden gratis krijgen als ze tegenprestaties leveren. ‘De bedreigingen werden zo grof en zo ernstig dat ik besloten heb voorlopig niet meer over deze zaken te schrijven,’ zegt hij in staccato, terwijl hij bewegingloos voor zich uitstaart.

Band 01 kant b (385-425) stoppen auto, overleg

2.00 min

Almaty is een langgerekte stad. Vijfentwintig kilometer van zuid naar noord en tien kilometer van oost naar west. Woonblokken, flats begroeid met klimop, oude vrouwen op straat die flesjes water, snickers en waardeloze snuisterijen uit de onderste laden van hun linnenkast aanbieden. De inflatie schrijdt voort in reuzenlaarzen. In de zomer zijn er nog tomaten en cantharellen en fruit. In de winter is er schaarste. Alles wat nog niet verhandeld was, wordt nu ingezet om te overleven. Een oude lamp, een teddybeer, wat schroeven en boutjes, een bord met lepels. Elke tenge betekent weer een dag eten. Overdag dooit het. Over de glooiende wegen en paden spoelt het vuil van de stad in stroompjes zwarte drab naar beneden. Een onbestemde geur kondigt de lente aan.

Carpooling is een woord dat in Almaty onbekend is. Maar ze zijn er het verst mee. Vrijwel elke auto reageert op een uitgestoken hand en voor honderd tenge, dat is minder dan twee dollar, word je door de halve stad gereden.
Een forse gezette man in een oude Lada neemt ons mee. Met z’n vijven persen we ons in de auto, die een gebroken voorruit heeft en stinkt naar benzine.

Band 01 – kant b (449-554) foeterende man in auto

3 min

De man is zestig. Hij praat met brede armbewegingen. Hij heeft 42 jaar gewerkt. Het is, zegt hij, een verschrikkelijke tijd. Slechter dan in de tweede wereldoorlog, toen wist je tenminste dat het ooit beter zou worden. Nu wordt het alleen maar slechter. Hij is 25 jaar lid van de communistische partij geweest en heeft een pensioen van duizend tenge. De helft gaat op aan huur. Van de andere helft kan hij onmogelijk leven, maar goddank heeft hij z’n auto en die redt hem te overleven. De auto is oud en afgeleefd maar hij heeft gouden handen en kan alles zelf repareren. Zo rijdt hij door de stad en pikt passagiers op.

geluid laten opkomen

Met drie studenten zijn we, als onderdeel van de cursus, op weg naar het zuidwesten van de stad. Daar, aan de oever van Grote Almatinka rivier, is in de communistische periode een wijk voor zogenaamde abnormalen gebouwd. In plompe, rechthoekige gebouwen, beschermd met hekken en tralies, zitten hier de onaanraakbaren van de samenleving. Gehandicapten, blinden, mismaakten, geestelijke zieken, gekken, zogenaamde gekken die politiek gevaarlijk waren – alles wat afwijkend is zat en zit hier.

Band 01 kant b (574-585), stoppende auto, korte dialoog,
what did you give him?-> <- let’s see)

1.00

(geen tekst)

Band 02 A kant A (670-680) geloop door gangen
stemmen <- do you have questions

1.30

Tekst:

Nadat veel argwaan overwonnen is en door tussenkomst van de staatssecretaris van volksgezondheid, worden we rondgeleid in het psychiatrisch ziekenhuis. Zo heet het officieel. In werkelijkheid is het een gekkenhuis dat herinnert aan de zwartste perioden uit de geschiedenis van de geestelijke gezondheidzorg. Op de patienten na is het er leeg, kaal en koud. Er is hier nog nooit een journalist geweest. De journaliste uit Kazachstan in ons gezelschap moet beloven dat zij niet in eigen land over de inrichting zal publiceren. Er is een tekort aan verplegers, er is nauwelijks apparatuur, er is een schreeuwende behoefte aan medicijnen en er is geen geld. Wanhopig proberen de directeur en de geneesheer-psychiater de inrichting te sturen door de nieuwe tijd. Het is alleen maar slechter geworden. Er zijn vier secties voor vrouwen en vier voor mannen. Ze leven op een dagelijks rantsoen van soep en brood. Voor extra’s zijn de patienten afhankelijk van familieleden die op bezoek komen. Omdat er geen andere manieren van behandeling zijn, zweert de psychiater bij hypnoses en electrische shocks. Hij zegt: ‘Ik weet dat die methoden in het westen niet in aanzien zijn, maar hier geven ze een goede indicatie voor hysterische aanvallen, neurose en epileptie. Soms ontstaan grote vechtpartijen op de afdelingen van de mannen, die nietsdoend dagenlang tegen de muren staan en naar een oud zwart-wit televisiescherm kijken waarop het permanent sneeuwt. Het personeel bestaat vrijwel uitsluitend uit vrouwen. Het loon is er zo laag dat mannen er niet willen werken. Als er een vechtpartij is roepen vrouwen de hulp in van stabiele patienten. De onruststokers worden vastgebonden en platgespoten. Daarna is het weer een paar uur rustig. De vrouwen, zegt de psychiater, zijn evenwichtigbver en mninder agressief.

Band 02 kant a (052-> <-060) stem van vrouw

0.30

Band 02 kant a (114-> <-160) zelf met tekst hoe
hele zaak opgeschrikt is tot eetzaal en stoelen

2.00

Band 02 kant a (374 -> <- 419) zelf met tekst
we gaan nu afdeling voor mannen binnen en eindigen
met man met ijzeren tanden die terug wordt getroken

2.00

Eventueel: geluid van motoren en machines
op 02 kant a 490-> <- 525 plus stem

3.00

Band 02 kant b (268 -><- 316) zelf met tekst in
dagverblijf tot we worden wantrouwend bekeken)

2.00

eventuel tot 360(vrouw schuw, geen werk

(5.00)

Band 02 kant b (529 -> <-580 zelf met tekst
(small profit overgaand naar ambulance op 543 voice over tot 561) dan vanaf 561 (vrouw die vraagt om brood en kaas)
tot <-580(toekomst aan andere patienten plus vogel
geschreeuw daarna sluiten met tekst:

5.00

Aan de muur van een nis waar studenten worden opgeleid in de psychiatrie, hangt een aangrijpend schilderij met een tafreel uit de Franse revolutie. Op de grond liggen geketende gekken. Op de voorgrond staat Philippe Pinel die de gekken van hun ketenenen bevrijd. De psychiater van de inrichting aan de oever van de Grote Almatinka legt uit waarom het gaat. Hij zegt: ‘Voor de Franse revolutie werden de patienten behandeld als dieren. Toen kwam de psychiatrie en nu behandelen we hen als mensen.’

Band 01 kant a 066-> <- 113 (geluid van motor,
gekraak van boordradio, stationaire motor

3.00

In een ambulance met vier potige broeders en een arts worden we even later teruggebracht naar het plein van de Republiek.
De broeders zien er uit als guerilla’s. Ze worden, zeggen ze, de gekken-brigade genoemd. Ze zijn gewend snel en onvervaard op te treden. In het uitgewoonde, oude militaire busje staat een soort tandartsstoel met riemen en banden. De arts heeft een plastic tasje met een injectiespuit. Hij zegt dat het merendeel van de patienten die opgehaald worden aan paranoia lijden. Cynisch voegt hij eraan toe dat Hitler en Stalin potentiele klanten van zijn inrichting waren.

Muziekbrug over geluid van boordradio

(band 01 kant a 510 -><- 550(minister)

3.00

In het redactielokaal arriveert de staatssecretaris voor gezondheidszorg Maksut Kulzanov. Een slanke man van veertig met een gouden leesbril. Hij vertelt bijna routineus hoe het sterftecijferr in Kazachstan omhoog gaat en het geboortecijfer daalt. Het gaat zo slecht met de economie dat ouders geen kinderen meer willen.
De mensen gaan dood aan de gevolgen van radioactiviteit, zegt hij. Kinderen gaan dood aan ondervoeding en in sommige delen van het land worden moeders afgeraden hun baby’s borstvoeding te geven. De sterftecijfers zijn de afgelopen jaar dramatisch gestegen. Hartziekten, kanker, tuberculose en longziekten zijn de belangsrijkste oorzaken.
In de omgeving van het Aralmeer, waar de waterspiegel blijft dalen, is de situatie het allerslechts. De vice-minister geeft zonder aarzeling toe dat de centrale regering in Almaty geen enkele greep heeft op de streek. Hij zegt: ‘We sturen extra geld, voedsel en medicijnen. Maar die komen nooit aan. Onderweg gaan ze verloren en we denken dat ze terechkomen bij de voormalige partijfunctionarissen en de mafia. We kunnen niet controleren omdat er geen controleurs zijn die ook niet corrupt zijn.’
De staatssecretaris heft in wanhoop de handen omhoog. Afgelopen zomer was er in het zuiden van Kazachstan een cholera-epidemie. In andere delen braken infectieziekten uit. Kazachstan heeft zelf geen farmaceutische industrie en is voor medicijnen geheel afhankelijk van Rusland en de Oekraine. Maar die hebben zelf tekorten.
In Caravan staat een opmerkelijk bericht. In het noordoosten van Kazachstan is zoveel radioactieve straling dat mensen er op onverklaarbare wijze gek worden en massaal zelfmoord plegen.

Polderpers